India zet `illegalen' het land uit en Bangladesh stuurt ze prompt terug

De grens tussen India en Bangladesh moet dicht en al diegenen die ooit aan de kant van Bangladesh zijn geboren moeten India uit, vindt vice-premier Advani.

Alsof de great partition van het Indiase subcontinent van 1947 tussen India en West- en Oost-Pakistan, het latere Bangladesh, nog steeds niet is voltooid, vinden de laatste weken aan beide kanten van India opnieuw menselijke drama's plaats. Vooral aan de grens met Bangladesh doet zich de pijnlijke situatie voor dat India honderden mensen uitzet, die door Bangladesh prompt worden teruggestuurd.

Het begon allemaal begin deze maand, toen de Indiase vice-premier L.K.Advani aankondigde dat alle illegalen weg moesten. Het ging om ongeveer 1.600 Pakistanen en tussen de 15 en 20 miljoen Bangladeshi's.

Wat de illegalen uit Bangladesh betreft is het zelfs de vraag of ze illegaal kunnen worden genoemd. Als ze al over papieren beschikken, dan hebben ze die van beide landen. Sinds 1971, toen Bangladesh onafhankelijk werd van het vroegere West-Pakistan, zijn ze naar de Indiase zijde gevlucht, vanwege de slachting die het Pakistaanse leger aanrichtte in Bangladesh. India schoot Bangladesh toen te hulp en versloeg het Pakistaanse leger.

De meeste vluchtelingen keerden echter niet terug naar hun land. Sommigen vonden werk in India, anderen trokken op en neer tussen hun nieuwe woonplaats in India en hun stuk landbouwgrond in Bangladesh. Dat kon doorgaans zonder papieren, omdat de grens tussen beide landen 2.000 kilometer lang is en de hekken – als die er al zijn – weinig voorstellen.

India noch Bangladesh vond dit een ernstig probleem, tot in oktober 2001 de partij van mevrouw Khaleda Zia de verkiezingen won. Anders dan haar voorgangster Sheikh Hasina was Khaleda Zia goed bevriend met moslimfundamentalisten en haalde ze de banden aan met Pakistan. President Musharraf van Pakistan bracht al twee keer een bezoek aan Bangladesh en hij bood formeel zijn excuses aan voor wat zijn leger in 1971 had gedaan.

De hindoe-nationalistische regering van Atal Bihari Vajpayee bezag de herstelde band met argusogen, maar onthield zich van commentaar. Tot begin februari dus, toen vice-premier Advani de vroegere vluchtelingen niet alleen als illegalen betitelde, maar ook als een gevaar voor de nationale veiligheid. De nieuwe Bengaalse regering onderhoudt volgens hem nauwe banden met de Pakistaanse geheime dienst, die op zijn beurt nauwe contacten heeft met terroristische moslimorganisaties.

De grens tussen India en Bangladesh moet volgens Advani dicht en al diegenen die ooit aan de kant van Bangladesh zijn geboren moeten India uit. Iedereen in West-Bengalen moet kunnen aantonen waar hij is geboren en een paspoort of identiteitskaart laten maken. Dat kan een kostbare klus worden, gegeven het feit dat de deelstaat West-Bengalen meer dan 80 miljoen inwoners kent en een communistische deelstaatregering heeft die niet bereid is mee te werken met de centrale regering in Delhi.

Dit weerhoudt de regering in Delhi er niet van om reeds een begin te maken met de operatie. Afgelopen zondag zijn 400 mensen over de grens gezet, meest ongeletterde moslims, die geen idee hebben waar of zelfs wanneer ze zijn geboren. Ze zijn door Bangladesh dan ook teruggestuurd.

Dit pingpongen met mensen kwam vorige week in de publiciteit, toen 213 personen in een strook niemandsland tussen India en Bangladesh terecht kwam. Geen van beide landen wilde ze hebben. Het zou gaan om `slangenbezweerders', mensen die Cobra's vangen en temmen en die door zowel Indiërs als Bangladeshi's worden gevreesd.

De groep bivakkeerde zes dagen lang nabij het Coochbihar district op een onherbergzaam, modderig en koud stuk grond, om op afgelopen vrijdag plotseling te verdwijnen. De grensbewaking van Bangladesh zegt ze niet te hebben toegelaten, de grensbewaking van India beweert precies hetzelfde. In ieder geval maakt Advani goede sier met zijn uitzettingen, omdat hij daarmee tegemoetkomt aan fanatieke hindoeaanhangers die vinden dat alle 120 miljoen moslims in India het land uit moeten.