`Een aanval helpt Irak niet vooruit'

Naarmate een oorlog tegen Irak dichterbij komt, wordt het debat erover heviger. In een serie interviews over de wenselijkheid van zo'n oorlog vandaag Iskander Salman (49), negen jaar geleden als politiek vluchteling uit Irak hierheen gekomen, en nu directeur Vluchtelingen- organisatie Rijnmond.

,,Ik woon hier maar ik zou het liefst in Irak wonen. Een democratisch Irak, zonder Saddam Hussein. Hij is de ergste dictator sinds Hitler. Ik walg van de 16 miljoen portretten van de man die in Irak hangen. Op elke straathoek, in elk huis.

Maar ik ben tegen de militaire aanval op Irak en ik hoop dat Nederland die aanval niet steunt.

De Iraakse bevolking zou namelijk uitsluitend gebaat zijn bij democratie in Irak en de Verenigde Staten is dat kennelijk niet, anders was die er allang geweest. Wij Irakezen die oppositie probeerden te voeren waar de doodstraf op staat roepen al dertig jaar dat Saddam een verschrikkelijke dictator is die moet verdwijnen. Niemand luisterde naar ons. Totdat hij Koeweit binnenviel in 1991. Toen was hij opeens de vijand van Amerika. Voor die tijd kreeg hij steun van de Verenigde Staten! Toen hij was weggevaagd uit Koeweit, liet Amerika ons weer in de steek. De Iraakse bevolking is toen in opstand gekomen tegen het regime, maar we kregen geen steun van de Amerikaanse militairen. Generaal Schwarzkopf moest zich terugtrekken en Saddam Hussein mocht blijven.

Wat moeten de Irakezen déze keer verwachten van Amerika? Na een bombardement heeft de Iraakse bevolking nog meer te lijden dan ze al lijdt. Het platgooien van voorzieningen, zoals elektriciteitscentrales, brengt het leger schade toe maar ook de bevolking. En er zullen duizenden doden vallen en er zullen zeker een miljoen mensen op de vlucht slaan. En aan het einde, áls ze Saddam Hussein verdrijven, wordt hij vervangen door weer een dictator. De VS willen uitsluitend een Iraakse leider die naar hen luistert en hen niet bedreigt en bedriegt zoals Saddam dat doet. Ze hebben nog nooit aangetoond dat ze democratische krachten in Irak steunen. Sterker, in die hele regio bestaat niet één democratisch bewind en toch steunt Amerika veel van die landen. Het economische embargo van de VN tegen Irak wordt dagelijks geschonden door de buurlanden Iran, Jordanië, Syrië en Turkije. Zij kopen olie van Irak en de opbrengst gaat rechtstreeks naar het leger en de paleizen van Saddam Hussein. De Verenigde Staten zouden díe landen moeten dwingen niet te handelen met Saddam. Als ze echt zouden toezien op het embargo, zou hij volkomen geïsoleerd raken en op termijn moeten verdwijnen. Momenteel treft het embargo alleen de Iraakse bevolking. Ik ben voor het opheffen van dat embargo onder voorwaarde dat de opbrengst tijdelijk beheerd wordt door VN. Irak was een rijk land, maar door het embargo is het straatarm geworden. Natuurlijk is Saddam daarvan de hoofdschuldige. Hij moet door de VN aangeklaagd worden als oorlogsmisdadiger. Maar ik kan de komende aanval op Hussein niet beschouwen als een noodzakelijk kwaad. De huidige situatie in Irak is vreselijk, maar minder erg dan oorlog zal zijn.''