`Dure leges zijn tegen de grondwet'

De tariefsverhogingen die minister Nawijn (Vreemdelingenzaken) recentelijk heeft doorgevoerd voor verblijfsvergunningen zijn in strijd met de Grondwet en internationale verdragen.

Dat stellen twee hoogleraren van de Katholieke Universiteit Nijmegen in een artikel dat morgen verschijnt in het Nederlands Juristenblad (NJB). De legesverhogingen, die variëren van bijna 300 procent tot 1.150 procent, zouden het vrije verkeer van personen in Europa hinderen.

De minister heeft de leges voor de aanvraag en de afgifte van een verblijfsvergunning binnen een jaar tweemaal fors verhoogd. Een eerste, tijdelijke verblijfsvergunning kostte op 1 januari 2002 nog 56,72 euro. Sinds 1 januari dit jaar is dat 430 euro, een verhoging van 660 procent. Ook verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd, voor kinderen en voor ingezetenen van de Europese Unie, alsmede verlengingen zijn tientallen tot honderden procenten geworden.

Als reden voor de verhogingen voerde minister Nawijn aan dat hij de leges kostendekkend wil maken. Prof. C.A. Groenendijk (rechtssociologie) en prof. C.A.J.M. Kortmann (staatsrecht), de auteurs van het artikel in het NJB, noemen dit onredelijk. Asielzoekers en inwoners van een lidstaat van de Europese Unie hoeven namelijk geen of zeer weinig leges te betalen. Een deel van de immigranten draait zo op voor alle kosten. De juristen spreken van een ,,verkapte verblijfsbelasting''. Zij vermoeden dat de legesverhoging meer te maken heeft met de financiële taakstelling van de IND dan met de werkelijke kosten. In de Justitiebegroting voor 2000 was een opbrengst van de leges van 2,5 miljoen euro voorzien, voor 2003 wordt de legesopbrengst geraamd op 40,5 miljoen euro.

Minister Nawijn was vanochtend niet in de gelegenheid om een reactie op de kritiek te geven.

Groenendijk en Kortmann stellen dat de kosten van de afhandeling van een verblijfsvergunning gering zijn. De behandeling van een aanvraag is volgens hen vaak een ,,routineklus'' die niet meer inhoudt dan het checken van wat gegevens in de computer van de vreemdelingendienst, wat ,,nog geen uur'' kost. Overigens is een vreemdeling de leges ook kwijt als de aanvraag wordt afgewezen.

Volgens de hoogleraren hebben de tariefsverhogingen desastreuze inkomensgevolgen, vooral voor migrantengezinnen met kinderen. Zij vrezen dat dit schulden of zelfs illegaal verblijf tot gevolg zal hebben, wat een barrière is voor integratie. De hoge leges zijn volgens de hoogleraren ook onverstandig omdat ze Nederland onaantrekkelijk maken, vooral voor migranten die hier slechts kort willen blijven en elders in Europa ook welkom zijn, zoals studenten en seizoensarbeiders. In Groot-Brittannië worden helemaal geen leges voor verblijfsvergunningen geheven, in Duitsland kost de eerste verblijfsvergunning 51 euro en in België tussen 6 en 10 euro. Demissionair minister Van der Hoeven (Onderwijs) heeft in december bezwaar gemaakt tegen de legesverhogingen. Dit heeft tot nu toe niet tot een bijstelling geleid.

Volgens Groenendijk en Kortmann zijn de legesverhogingen onder meer in strijd met de Associatieovereenkomst EEG-Turkije, het Europees Sociaal Handvest en het Europees Vestigingsverdrag. Deze verdragen maken dat de leges voor Turkse migranten en burgers uit (kandidaat-)lidstaten van de EU gelijk moet zijn aan het bedrag dat Nederlanders betalen voor hun identiteitskaart (28 euro). Daarnaast zou de legesverhoging indruisen tegen de Grondwet, de Vreemdelingenwet 2000 en overeenkomsten met Canada, Australië en Nieuw Zeeland. De auteurs adviseren de minister het ,,vreemdelingenpesten'' te staken en weer een ,,redelijke bijdrage'' te vragen.