Dokter mijdt de grote stad

Het aantal huisartsen in de vier grote steden zal twee keer zo hard moeten groeien als in de rest van Nederland om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen. De meeste jonge huisartsen willen echter niet in de grote steden werken.

Dit blijkt uit een publicatie van onderzoeksinstituut Nivel naar de huisartsenzorg in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht in 1990 tot 2010. Het aantal huisartsen in de vier grote steden zal tot 2010 met bijna een kwart toe moeten nemen om de zorgvraag op te kunnen vangen. En dat terwijl het aantal huisartsen, uitgedrukt in voltijds banen, de afgelopen tien jaar in de grote steden vrijwel gelijk is gebleven.

Huisartsen in de vier grote steden hebben het drukker dan die in de rest van Nederland. Ze hebben minder patiënten, maar die gaan vaker naar de dokter: 11.050 contacten per fulltime huisarts, tegenover 10.100 patiëntencontacten in de rest van Nederland. Dat komt deels doordat er meer niet-westerse allochtonen wonen, die vaker naar de huisarts gaan.

Slechts 8 procent van de pas afgestudeerde huisartsen wil zich in een grote stad vestigen. Het tekort aan huisartsen loopt tot 2010 vooral op door een hoge uitstroom van huisartsen (41 procent gaat met pensioen). De vraag naar huisartsenzorg zal er met 9 procent groeien, 6 procent in de rest van Nederland.

Van 1990 tot 2001 nam het absolute aantal huisartsen weliswaar toe, maar veel van hen gingen in deeltijd werken. Die trend zal zich voortzetten, ook omdat het aantal vrouwelijke huisartsen in de grote steden hoger is dan in de rest van Nederland en er nog meer zal groeien. In absolute aantallen nam het aantal huisartsen landelijk toe met 14,7 procent tot 7.801 in 2001. De groei in de vier grote steden was beduidend lager (5,6 procent) dan in de rest van Nederland (16,2 procent).