Begin veenbrandje bij Philips

Tegen Philips lopen in de Verenigde Staten honderden asbestclaims. De erfenis van een dochter die al in 1981 werd verkocht. Maar dat ontslaat het concern niet van zijn verantwoordelijkheid.

Wie de haarföhn Hot Comb (HC-1107) uit 1972 van het Amerikaanse Philips-merk Norelco in de linnenkast heeft liggen is gewaarschuwd: het apparaat bevat asbest. Het verontrustende nieuws is te vinden op de internetsite van een Amerikaanse consumentenorganisatie en dateert al uit 1979.

Het geeft maar weer eens aan dat de angst voor het kankerverwekkende asbest niet van de laatste jaren is. Zeker niet in de Verenigde Staten, waar nu ook het elektronicaconcern Philips betrokken is geraakt in een asbestzaak. Het gaat hierbij niet om Philips-producten die de gevaarlijke stof bevatten, maar om een voormalige dochter, het Amerikaanse Thompson-Hayward, die in asbest handelde.

Al in 1981 deed Philips afstand van de chemiedochter, maar dat inmiddels meer dan twintig jaar is verstreken ontslaat het elektronicaconcern niet van verantwoordelijkheid. ,,Het Amerikaanse recht ken ik verder niet, maar eind jaren veertig waren de risico's van asbest in Nederland al duidelijk. Dat heeft de Hoge Raad in Nederland ooit bepaald, onder meer omdat asbestose [stoflongen] toen al een erkende beroepsziekte was'', zegt de in asbestzaken gespecialiseerde advocaat B. Ruers. ,,Ook al is asbest pas sinds 1993 in Nederland verboden, dat ontslaat werkgevers nog niet van hun verantwoordelijkheid.''

Gezien de aard van de asbestziektes is het niet verwonderlijk dat veel claims uit een ver verleden dateren. Asbestgerelateerde longkanker komt pas na vijftien tot twintig jaar aan `de oppervlakte'. Bij mesothelioom (kanker van borst- en buikvlies) duurt het zelfs veertig jaar. ,,Elke dag overlijdt hier iemand aan in Nederland'', zegt Ruers.

Philips maakte gisteren bekend in de afgelopen twaalf maanden zo'n vijfhonderd claims in Amerika te hebben ontvangen van slachtoffers van asbest. Of van potentiële slachtoffers, want – anders dan in Nederland – hoef je niet ziek te zijn om in de VS een schadevergoeding te kunnen incasseren. Een gerede kans op een asbestgerelateerde ziekte kan voldoende zijn.

Philips kocht chemiebedrijf Thompson-Hayward in 1961. Het Nederlandse elektronicaconcern was toen nog actief op een veel breder terrein dan tegenwoordig – eens maakte Philips zelfs wc-brillen. De fabriek stond er toen al twintig jaar en produceerde onder meer bestrijdingsmiddelen. Vanaf 1975 schroefde Philips de productie langzaam terug en uiteindelijk werd de onderneming in 1981 verkocht aan chemieconcern Harcros.

Zes jaar later ontdekte de autoriteiten van Gert Town, een voorstadje van New Orleans en de plek waar de fabriek was gevestigd, een groot aantal giftige stoffen op het terrein. Dit leidde uiteindelijk in 1989 tot gerechtelijke stappen, onder meer tegen Philips, aangespannen door omwonenden. Pas in 1996 kwam het tot een schikking en Philips betaalde destijds 43 miljoen dollar aan schadevergoeding.

Nu blijkt dat ook asbest een rol heeft gespeeld. En zo krijgt de zaak wederom een staartje. Waar dat toe kan leiden was onlangs zichtbaar bij het elektrotechnische conglomeraat ABB. Ook daar was een Amerikaanse dochter, in 1990 door ABB aangekocht, oorzaak van talloze asbestclaims die opliepen tot 2 miljard euro – veel hoger dan aanvankelijk ingeschat. Voor nog eens 2 miljard euro wordt gevreesd. Vorig jaar gingen zelfs 11 Amerikaanse ondernemingen failliet door torenhoge asbestclaims.

Advocaat Ruers zegt goed samen te werken met Philips, wat betreft de Nederlandse claims. ,,Gemiddeld heb ik zo'n tien tot twintig claims bij Philips lopen. Dat loopt soepel, ze zijn verzekerd. Per persoon moet je, los van de materiële schade, denken aan 45.000 euro smartengeld.''

Tot welke hoogte de verzekeraar de claims tegen Philips dekt maakt het bedrijf uiteraard niet bekend. Maar als de claims in de honderden miljoenen lopen, helpt geen polis meer. Philips sluit niet uit dat de schade substantieel gaat worden. Geen wonder, want bij ABB werd duidelijk dat Amerikaanse asbestclaims kunnen werken als een veenbrand. Niemand weet waar het eindigt.