Verzet binnen Congres VS tegen inbreuk op privacy

Commissieleden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden en de Senaat hebben zich uitgesproken tegen de plannen van het Amerikaanse ministerie van Defensie om mogelijke terroristen in de Verenigde Staten op te sporen aan de hand van e-mail, medische, financiële en reisbestanden.

Zij vinden dat het programma niet mag worden gebruikt tegen Amerikanen.

De Republikeinse leider en het belangrijkste Democratische lid van het Congrescomité dat toeziet op de inhoud van het Amerikaanse defensiebudget, Jerry Lewis (Californië) en John Murtha (Pennsylvania), zijn eensgezind in hun vrees dat het zogeheten Total Information Awareness programma van het ministerie van Defensie (het Pentagon) een bedreiging vormt voor de privacy van Amerikanen.

Het oordeel houdt in dat een amendement op het defensiebudget, dat vorige maand door de Senaat werd aangenomen, grote kans heeft kracht van wet te worden. Alleen onenigheid in het Congres over het definitieve budget of een veto van president George Bush kan de bepaling nog ongedaan maken.

Onderzoek van het Pentagon naar de uitvoering van het programma is niet langer geoorloofd zonder dat het Congres uitgebreid wordt geconsulteerd.

Het Pentagon heeft naar aanleiding van de oppositie in het Congres het programma opnieuw verdedigd. ,,Het ministerie van Defensie is van mening dat het een instrument is om ons waakzaam te maken voordat een terreurdaad wordt begaan'', zei woordvoerder Donald Sewell. Het zou niet de bedoeling zijn dat het privé-leven van alle Amerikanen wordt ,,besnuffeld.''

Het Pentagonvoorstel vraagt om vergaande bevoegdheden voor de Amerikaanse inlichtingendienst bij het opsporen van mogelijke terroristen in de Verenigde Staten. Zo is het ministerie bezig met de ontwikkeling van hoogwaardige software die het mogelijk moet maken om uiteenlopende computerbestanden van banken, internetleveranciers, ziekenhuizen, onderwijsinstellingen en reisorganisaties aan elkaar te koppelen en na te speuren op mogelijk aanwijzingen van terreur.

Senator Patrick Leahy (Vermont), de belangrijkste Democraat van het Congrescomité voor de rechterlijke macht zei dat over een zo belangrijke kwestie als de bescherming van privacy geen verdeeldheid mag bestaan binnen het Congres. ,,Als er iets is wat ons zou moeten verenigen dan is het wel de kwestie dat onze regering gehoorzame burgers niet mag bespioneren.''

Ook het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft plannen om de al bestaande PATRIOT-wet voor het opsporen van terroristen verder uit te bereiden. Ook dit voorstel geeft president Bush grote vrijheid om verdachten heimelijk te volgen en af te luisteren. Het voorstel bepaalt tevens dat een individu, en niet alleen groepen, beschouwd mag worden als een ,,buitenlandse macht'' en als zodanig aangepakt mag worden. Ook hierover hebben Amerikaanse burgerrechtengroeperingen, zoals het Center for Public Integrity, hun grote zorgen uitgesproken.