Vakmanschap uit Hollywood, durf uit Bollywood

Na Moulin Rouge durfde niemand meer te beweren dat de filmmusical dood is. Terwijl Ja zuster, nee zuster furore maakt in Berlijn, krijgt Chicago, het filmdebuut van Broadway-regisseur Rob Marshall, de meeste Oscarnominaties. In dezelfde week verschijnt de vorig jaar voor een Oscar als beste buitenlandse film genomineerde Bollywoodmusical Lagaan: Once upon a Time in India eindelijk in de Nederlandse bioscoop.

Chicago en Lagaan vormen beide grootscheepse variaties op een rijke traditie. De filmversie van Kander & Ebbs theatermusical, in 1975 voor het eerst geënsceneerd door wijlen Bob Fosse, lijkt verbazend veel op diens Cabaret, ook van Kander & Ebb, als film in 1972 goed voor acht Oscars uit tien nominaties. Nummers als de marionettendans Razzle Dazzle en de ouverture And All That Jazz weerspiegelen respectievelijk Money Makes the World Go `round en Wilkommen. Er is zelfs weer een ceremoniemeester die de nummers inleidt.

Waar Fosse's film met niet-muzikale scènes het Berlijn van de jaren dertig gedetailleerd opriep, blijft het Chicago van de jaren twintig in Marshalls film een schematische illustratie van de hoofdzaak, namelijk een reeks scherpe musicalnummers die satirisch commentaar leveren op de macht van de media en de handigheid van charismatische celebrities om het recht naar hun hand te zetten. De gitzwarte boodschap, in onze tijd actueler dan ooit, blijft echter ondergeschikt aan de glamour van een bewonderenswaardige, maar steriele film met uitstekende acteurs en voortreffelijke production value. Kennelijk is dat genoeg om door het Amerikaanse filmbedrijf waargenomen te worden als de meest opvallende film van het jaar.

In alle opzichten is Lagaan een verrassender filmmusical. Zelfs de liedjes blijven, ondanks het weinig vertrouwde muzikale idioom, langer hangen. Hoewel het een van de populairste genres ter wereld is, werd nooit eerder een Bollywood-musical in Nederland gedistribueerd. Lagaan duurt bijna vier uur, waarvan ruim een uur besteed wordt aan het gedetailleerde verloop van een cricketwedstrijd. In 1893 heeft een Britse garnizoenscommandant de bewoners van een dorp in Uttar Pradesh uitgedaagd: als ze zijn cricketteam kunnen verslaan, hoeven ze drie jaar lang geen belasting (`lagaan') te betalen; bij verlies is het driedubbele verschuldigd.

Tot mijn grote verbazing blijkt zowel een Indiaas zang-en-dansspektakel als een cricketwedstrijd tot een opwindende filmervaring te kunnen leiden. Regisseur Ashutosh Gowariker doet voor de Hindi-musical én voor cricket wat Crouching Tiger, Hidden Dragon voor de Chinese ridderfilm en kung fu deed: een in veler ogen onbekende wereld toegankelijk maken, door een superieure beheersing van filmische middelen. Lagaan is een permanent feest van uitbundigheid, in kleurgebruik, acteerstijl, chargeren van politieke tegenstellingen en propageren van nationale eenheid. De vraag is niet wie de wedstrijd zal winnen, de perfide, vals spelende Engelsen of het team van hindoes, moslims, Sikhs en een paria. De vraag is hoe, en vooral ook of de ster van het team (filmster Aamir Khan) zal kiezen voor de vrouw uit zijn dorp of de haar eigen klasse verradende zuster van de Britse commandant.

Lagaan werkt als een verfrissende, de strikte regels van het genre opblazende, meeslepende film, waarin de muzikale nummers voor aangename intermezzi zorgen. Chicago is een triomf van de ambachtelijkheid. De film epateert, maar vernieuwt niet, en is uiteindelijk een afgeleide van een andere kunst, die van de theatermusical. Maar gezongen en gedanst wordt er in ieder geval wel weer in de bioscoop.

Chicago. Regie: Rob Marshall. In 58 bioscopen. Lagaan: Once upon a Time in India. Regie: Ashutosh Gowariker. In: Filmmuseum, Amsterdam; Haags Filmhuis.