`Servonegrijnen' opgesloten in land zonder toekomst

De unie van Servië en Montenegro, een week oud, is ontvangen met scepsis, wantrouwen en afkeer. `Een doodgeboren kind'. Het nieuwe land dreigt volgens sommigen de boot naar Europa te missen.

Vergeleken met de voorgaande scheppingen met het voorvoegsel Joego heeft de nieuwe unie `Servië en Montenegro' één groot voordeel, zo schreef Branislav Miloševic deze week in het Servische blad Reporter: de mislukking is al bij voorbaat bekend. ,,Dat bespaart ons later de noodzaak te gaan zoeken naar schuldigen aan de mislukking.''

Het valt niet mee in Servië of Montenegro mensen te vinden die een goed woord over hebben voor de nieuwe, door de Europese Unie afgedwongen staat. De unie, zo vinden velen, is een wangedrocht. Een land met twee economische systemen, twee valuta, twee douanesystemen en twee juridische systemen, maar zonder hoofdstad, voorlopig ook zonder nationale symbolen als een volkslied, vlag of wapen (waardoor geen nieuwe paspoorten kunnen worden uitgegeven), zonder gemeenschappelijke begroting en zonder gemeenschappelijke markt – dat is geen land. De inwoners weten niet eens hoe ze zichzelf moeten noemen. Servonegrijnen? Monteserviërs? Ze worden geacht hun Joegoslavische identiteit als een jas te hebben uitgetrokken, van de ene dag op de andere, en het woord Joegoslavië te vergeten (behalve in namen als die van de Joegoslavische luchtvaartmaatschappij JAT, tot die worden omgedoopt, en ironisch genoeg in die van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, nog steeds de officiële naam van een land dat zich niet mag noemen zoals het heet).

Zelfs de democratie wordt op een uiteenlopende manier benaderd, want terwijl Montenegro zijn problemen wil oplossen verkiezingen, wil de leiding van Servië verkiezingen zo lang mogelijk uitstellen, liefst nog wel een jaar. Immers, verkiezingen voor een nieuwe president (poging vier, na drie mislukkingen) en een nieuw parlement zouden de Servische premier Zoran Djindjic het bijna-machtsmonopolie kosten dat hem door het verdwijnen van de federatie en van zijn federale rivalen zo prettig in de schoot is gevallen. Djindjic' streven om verkiezingen te verhinderen (en het streven van de oppositie om ze te forceren) wordt het belangrijkste agendapunt van de Servische politiek in 2003: machtsstrijd in plaats van hervormingen. Het is overigens al langer het belangrijkste agendapunt in de Montenegrijnse politiek, dus op dat gebied sluiten de twee landen in elk geval aardig op elkaar aan.

Maar het is wel een van de heel weinige punten waarop ze aansluiten. Zowel in Servië als in Montenegro ontbreekt elk animo de economische systemen van beide landen te harmoniseren. De nieuwe staat heeft geen federale karakteristieken en er is geen dwang tot integratie of harmonisatie. Het land bestaat sowieso maar hoogstens drie jaar: dan stapt Montenegro vrijwel zeker op. Waarnemer Miroslav Prokopijevic, van het Instituut voor Europese Studies in Belgrado, zei vorige week: ,,De unie is zo los dat ze het wel een soort club lijkt.'' In die situatie weegt zwaar dat Servië twaalf keer zo veel inwoners heeft als Montenegro. Prokopijevic: ,,Deze staat hangt uit balans en kan niet lang functioneren.'' De nationalistische Servische schrijver Dobrica Cosic (ex-president van Joegoslavië) noemde de unie ,,een doodgeboren kind'' en Miroljub Labus, die als Joegoslavisch vice-premier bij de onderhandelingen met de EU en Montenegro over de unie was betrokken, sprak van ,,de grootste mislukking van mijn leven''.

Het is geen wonder dat nu al niemand de unie langer ziet leven dan de drie jaar die de Europese Unie haar als minimale levensduur heeft opgedrongen. Volgens een opiniepeiling, waarvan de resultaten maandag werden gepubliceerd in het blad Politika, vindt maar 14,5 procent van de Serviërs de nieuwe unie een staat. Ruim een derde van de Serviërs acht de uniegrondwet al meteen ,,het begin van het eind'' van de unie en maar een op de vijf Serviërs meent dat de unie langer blijft bestaan dan de drie jaar die de EU heeft laten vastleggen.

Voor commentator Branislav Miloševic van het blad Reporter ligt het ware drama in het tijdverlies dat ontstaat nu Servië drie jaar lang is opgesloten in een staat zonder toekomst. De leiders van Servië en Montenegro, schrijft hij, hebben ,,de Europese peetvaders van de unie'' hun zin gegeven ,,in de naïeve hoop te worden beloond met een snelle ontvangst in de Europese Unie.'' Maar voordat dat kan gebeuren, zal de Europese Unie zich uitbreiden met nieuwe leden in Midden- en Oost-Europa. ,,De conflicten tussen oude en nieuwe, kleine en grote landen in de Europese Unie zullen toenemen en er zal steeds minder geld [voor de Balkan] zijn.'' Als Servië en Montenegro nog jaren ,,formulieren uit Brussel moeten lezen en invullen'', maar verder buiten de Europese trends blijven, zullen ze ,,een reservaat voor misdaad en anarchie worden''. En dat, aldus Miloševic, wekt ernstiger twijfels over het Europese project dan het geval zou zijn als Europa hen op tijd bij het project zou hebben betrokken.