Russische jachtvelden voor BP

BP maakte gisteren investeringsplannen bekend ter waarde van 20 miljard dollar, waarvan 6,75 miljard voor de aankoop van Russische oliebedrijven. `Wie niets riskeert, zal geen champagne drinken.'

Mooie liefdes beginnen soms met een daverende ruzie. Gisteren deelde lord John Browne zijn aandeelhouders mee dat British Petroleum voor 6,75 miljard dollar (6,28 miljard euro) een aandeel van 50 procent koopt in wat de derde oliemaatschappij van Rusland wordt. Het betreft een samenvoeging van TNK (voorheen Ruslands nummer vier) met de kleintjes Sidanco en Onaco, alsmede BP's Russische belangen: Russia Petroleum, opties op olievelden voor de kust van het eiland Sachalin en een keten tankstations.

Het nieuwe olieconcern is goed voor een dagproductie van 1,2 miljoen vaten en heeft een reserve van 10,6 miljard vaten, niet eens zo veel minder dan de 1,9 miljoen en 16,3 miljard van het huidige BP. De aandeelhouders reageren tevreden: met de acquisitie vergroot BP zijn reserves aanzielijk, heel belangrijk nu de oude jachtgronden in Amerika en de Noordzee uitgeput raken. Dat weegt op tegen de huiver over investeren in Rusland en de potentiële pr-schade van TNK's vieze Samotlarveld en de roestige Rjazan-raffinaderij.

Moskouse analisten reageren verrukt. 6,75 Miljard dollar is de grootste buitenlandse investering in Rusland ooit. Misschien het begin van een Rusland-hausse zoals in 1997? Ter vergelijking: vorig jaar ontving Rusland in totaal slechts zo'n 3 miljard dollar aan directe buitenlandse investeringen (buurland China bijna 50 miljard). Want de financiële wereld is nog lang niet bekomen van de slachting na de roebelcrisis van 1998. De Russische zakenwereld hield het hoofd toen boven water door met de zegen van de staat westerse schuldeisers en aandeelhouders systematisch kaal te plukken. Een prominent slachtoffer van deze plundertocht was BP, dat honderden miljoenen dollars lichter werd gemaakt door hetzelfde TNK waarmee het nu in zee gaat. Dat juist BP nu miljarden in Rusland steekt, geldt als een stevige motie van vertrouwen in de stabiliteit en het nieuwe zakenklimaat onder Poetin.

BP's Russische avontuur begon in 1997, toen het voor 571 miljoen dollar een aandeel van 10 procent kocht in olie- en gasbedrijf Sidanco, een onderdeel van de Interrosgroep van Vladimir Potanin. Potanin gold indertijd als de primus inter pares van de Russische oligarchen, maar liep tijdens de roebelcrisis zware averij op. Collega Friedman van de Alfagroep (onder meer TNK) liet zijn oog vallen op het onder schulden bedolven Sidanco. Terwijl de Russische staat beide ogen dichtkneep en BP handenwringend toekeek, vochten de twee Russische zakenclans om de activa van Sidanco totdat slechts een kaal karkas restte. TNK ging met de Sidanco-dochter Tsjernogorneft aan de haal, goed voor driekwart van Sindanco's olieproductie. BP schreef in 1999 200 miljoen dollar af. ,,Amerika wordt geregeerd door wetten, niet door mannen'', foeterde Browne indertijd. ,,Hier is dat andersom.''

TNK won met gemak de thuiswedstrijd, uit lag het een stuk moeilijker. De BP-lobby maakte volgens geruchten overuren om TNK toegang tot de internationale kapitaalmarkten te ontzeggen. En geld had TNK nodig om de productie uit te breiden en zijn uit de Sovjet-Unie stammende technologie en infrastructuur te moderniseren. Zo kwamen de moegestreden partijen in augustus 2001 tot een akkoord: TNK kocht Sinanco van Interros en gaf het Tsjernogorneft terug, BP verhoogde zijn aandeel in Sindanco voor 375 miljoen dollar tot een kwart en kreeg tijdelijk het management in handen. ,,We hadden het zwaar'', erkende John Browne gisteren. ,,Maar we hebben stap voor stap een belangrijke, wederzijds profijtelijke relatie met onze partners opgebouwd en heel veel geleerd over zaken doen in Rusland.''

Leergeld van 200 miljoen dollar: dat is best op te brengen voor BP, momenteel 182 miljard waard. De Russische oliemarkt is gewoon te verleidelijk. De West-Siberische olie van TNK heeft drie mogelijke afzetmarkten: China, Europa en de VS. De rek is momenteel even uit het leidingennet van Russische staatsmonopolist Transneft, maar er staan twee nieuwe pijplijnen naar China en één naar de potentiële oliehaven Moermansk op stapel. BP betaalt 1,6 dollar per vat voor TNK's oliereserve: voor Rusland veel, internationaal een schijntje. `Wie niets riskeert, zal geen champagne drinken', luidt het Russische spreekwoord. Lord Browne, die zware kritiek kreeg op zijn eerste Russische escapade, gaat wellicht als visionair de geschiedenis in.

Om zich niet tweemaal aan dezelfde steen te stoten, heeft BP uitputtend onderzoek gedaan naar de bewust ondoorzichtige structuur van TNK en zijn activa. Slavneft, een staatsbedrijf dat TNK onlangs samen met rivaal Sibneft voor 1,86 miljard dollar kocht tijdens een doorgestoken veiling, blijft buiten de transactie. De nieuwe raad van bestuur zal vijf leden van BP tellen en vijf van Alfagroep en Access-Renova, de tweede oude aandeelhouders van TNK. BP levert de CEO, de Russen de voorzitter. Zo hopen de partijen op het beste van beide werelden. In Moskou loopt een oliebedrijf dat half-Russisch is minder risico slachtoffer te worden van discriminatie van staatswege, internationaal is het de dochter van een bonafide westerse multinational.

Aandelen in de Russische oliesector stegen over de hele linie met tien procent na de deal van BP. Want wie volgt? TNK is slechts één van de oliebedrijven die in de Jeltsin-jaren voor een appel en een ei in handen vielen van jonge Moskouse oligarchen: andere voorbeelden zijn Yukos van Chodorkovski en Sibneft van Abramovitsj. Twee oliereuzen – Lukoil en Surgutneftegaz – werden geprivatiseerd door het sovjetmanagement, `oliemannen' die liefst baas in eigen huis willen blijven. Maar oligarchen zijn van huis uit investeerders. Nu ze hun verticaal rond clusters olievelden en raffinaderijen geïntegreerde oliebedrijven hebben uitgebouwd, nadert voor hen misschien ook het moment van verkopen.

    • Coen van Zwol