Notariskantoren in de problemen

Ongeveer 50 van de ruwweg 800 notariskantoren in Nederland zitten in de financiële moeilijkheden. Oorzaak is de sinds eind 1999 ingevoerde gedeeltelijke vrijlating van tarieven. Een deel van de notariskantoren stunt met de prijzen zonder voldoende inzicht te hebben in de kostprijs van aktes.

Dit stelt de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) in reactie op een rapport dat de toestand van de notarissen in kaart brengt, drie jaar na invoering van de nieuwe notariswet. Het KNB is verbaasd dat het onderzoek, gemaakt in opdracht van de ministers van Justitie en Economische Zaken, ,,weinig aandacht'' heeft geschonken aan dit aspect. Het rapport stelt zelfs dat ,,op het punt van bedrijfsvoering er geen tekortkomingen zijn geconstateerd''.

Ruim anderhalf jaar geleden werd al bekend dat enkele notariskantoren in de financiële problemen verkeerden. Om faillissement te voorkomen stopten deze notarissen met hun beroepsuitoefening. Het ging destijds om notariskantoren in de provincies Zuid-Holland, Limburg en Drenthe. De KNB weigerde aan te geven om welke kantoren het precies ging.

Het rapport stelt dat de overgang van vaste naar vrije tarieven in het notariaat goed is verlopen. Er is snel tariefsverscheidenheid met ruime keuzemogelijkheid ontstaan voor de consument. Volgens de commissie is een akte voor huwelijkse voorwaarden sinds 1999 gemiddeld met 40 procent in prijs gestegen. De tarieven voor samenlevingscontracten en testament zijn gemiddeld met respectievelijk 27 procent en 69 procent gestegen.

De nieuwe notariswet ging op 1 oktober 1999 in en kwam met vrije tarieven en een vrijer vestigingsbeleid. Nederland is een van de weinige landen waar het ,,Latijnse notariaat'' op die manier moet werken. De KNB heeft steeds gewaarschuwd voor de grote risico's van vrije tarieven in een beroepsgroep met een publieke taak.