NASA presenteert foto van piepjong heelal

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA presenteerde gisteren een foto die zij ,,de beste babyfoto'' van het heelal heeft genoemd. De foto, de meest gedetailleerde tot nu toe, werd gemaakt door NASA's Wilkinson Microwave Anisotropy Probe, een satelliet die sinds juli 2001 om de aarde draait. De opname toont de oudste straling uit het heelal, de zogeheten kosmische achtergrondstraling, daterend uit de tijd dat het universum nog maar 400.000 jaar oud was. Het uitdijende en afkoelende heelal gloeide toen in het `licht' van ultrakorte gammastraling, maar die is nu na veertien miljard jaar verdere expansie veranderd in microgolfstraling met een temperatuur van slechts 2,73 graden boven het absolute nulpunt.

De nieuwe babyfoto laat zien dat de microgolfstraling aan de hemel niet overal precies dezelfde temperatuur heeft. Van plaats tot plaats treden kleine verschillen op (op de foto weergegeven als kleurverschillen), die samenhangen met verschillen in de dichtheid van het gloeiende plasma in het toenmalige heelal.

Deze ontstonden doordat sommige gebieden in het plasma door zwaartekracht samentrokken, terwijl andere door stralingsdruk expandeerden. Deze verschillen in dichtheid waren in feite de eerste `kiemen' van de grotere structuren die later in het heelal zouden ontstaan, zoals sterrenstelsels, en kunnen astronomen zo helpen bij hun onderzoek naar het verloop van dit proces.

WMAP is niet de eerste satelliet die zulke babyfoto's van het heelal kan maken. De Cosmic Background Explorer (gelanceerd in 1989) ging hem voor, maar die had een waarnemingsscherpte van slechts 7 graden. WMAP meet verschillen in temperatuur tussen punten die aan de hemel op 0,2 graden van elkaar liggen en zal dus méér informatie over de oertijd van het heelal kunnen leveren. De NASA beweert dat dankzij WMAP de leeftijd van het heelal nu tot op één procent nauwkeurig kan worden bepaald, maar dat is een uitglijder. Die leeftijd hangt van zoveel parameters af, dat één soort waarneming daarover nooit uitsluitsel kan geven.

De door de WMAP verzamelde gegevens bevestigen eerdere waarnemingen dat het heelal voor het grootste deel bestaat uit donkere materie, die ervoor zorgt dat het versneld uitdijt. Donkere materie zou bestaan uit een soort vacuümenergie die Einstein ooit invoerde toen hij zijn relativiteitstheorie op het heelal als geheel toepaste. Later verwierp hij het idee weer, een beslissing die hij ,,de grootste blunder uit mijn leven'' noemde.

    • George Beekman