Minimuseum voor een middenvelder

Op zijn twintigste sterfdag wordt vandaag in Venlo een museum geopend ter nagedachtenis aan oud-international Jan Klaassens. De middenvelder van VVV en Feyenoord overleed in 1983 aan een hartaanval tijdens een tenniswedstrijd.

Op vrijdag 2 maart 1962 rijdt Feyenoorder Jan Klaassens met vriend en chauffeur Jan Linssen terug naar Venlo na een training in Rotterdam. Klaassens, vaste linkshalf bij de Rotterdamse club en het Nederlands elftal, speelt al drie jaar bij Feyenoord maar is altijd in zijn geboorteplaats Venlo blijven wonen. Met zijn club heeft hij een bijzondere afspraak: Klaassens mag tweemaal in de week bij VVV trainen en hoeft bij Feyenoord alleen maar de laatste training voor een wedstrijd bij te wonen.

Die vrijdag verloopt de terugreis naar Venlo voorspoedig, totdat ter hoogte van Den Dungen een dronken chauffeur op de auto van Klaassens en Linssen botst. De dan 31-jarige Klaassens loopt gescheurde halswervels op en vreest voor een vroegtijdig einde van zijn voetballoopbaan. Feyenoord anticipeert op een mogelijk vertrek van Klaassens en koopt de jonge halfspeler en latere bondscoach Thijs Libregts. Libregts zal echter niet uitgroeien tot een basisspeler. Klaassens, de onverzettelijke, herovert al na vijf maanden zijn plaats in het eerste van Feyenoord. Ook het Nederlands elftal hoeft het niet lang zonder hem te stellen. Op 11 maart 1963, elf interlands later, maakt Klaassens in de EK-kwalificatiewedstrijd in Bern tegen Zwitserland zijn rentree. Niet voor de eerste keer wordt de zwijgzame Limburger in de media geprezen om zijn toewijding en inzet.

Jean Anna Klaassens is nog steeds de succesvolste Limburgse international aller tijden. Stille Jan, die vragen over zijn doorgaans bovengemiddelde prestatie na afloop van een wedstrijd steevast beantwoordde met `Het ging wel', speelde tien jaar lang in het Nederlands elftal. Als zeventienjarige debuteerde hij in het eerste elftal van VVV, waarvoor hij 504 competitieduels speelde en waarmee hij eenmaal de KNVB-beker won. In 1959 werd Klaassens voor het toenmalige clubrecord van 100.000 gulden verkocht aan Feyenoord, waarvoor hij vijf jaar uitkwam en 202 wedstrijden speelde. Met Feyenoord werd Klaassens twee keer landskampioen, waarna hij zijn loopbaan afsloot bij VVV. De Venlonaar ontving in zijn negentienjarige voetballoopbaan geen enkele gele of rode kaart. Feiten en cijfers die Klaassens overigens kende als de beste: hij hield ze immers nauwkeurig bij in een boekje.

Als VVV'er speelde Klaassens veertig interlands, als Feyenoorder zeventien. Zes keer was hij aanvoerder van Oranje. In die hoedanigheid schudde Klaassens in maart 1956 in Düsseldorf de hand van Fritz Walter, de legendarische aanvoerder van het West-Duitse elftal. Nederland won het oefenduel dankzij twee doelpunten van Abe Lenstra met 2-1, en bracht de Duitsers het eerste verlies toe sinds hun wereldtitel van 1954. Klaassens prestaties bleven niet onopgemerkt: in 1964 werd hij vanwege zijn verdiensten voor het Nederlandse voetbal door de KNVB tot bondsridder benoemd. Zowel in Rotterdam als Venlo is een straat naar hem vernoemd. ,,Mede dankzij Klaassens werd Feyenoord een grote club'', zei voormalig Feyenoord-voorzitter Gerard Kerkum ooit.

Klaassens was afkomstig van amateurclub Venlosche Boys en debuteerde in 1948 in het eerste elftal van VVV. Direct viel zijn gezonde leefwijze op. Waar teamgenoten na de wedstrijd nog wel eens gingen stappen, leefde Klaassens als een asceet. En dat terwijl zijn vader een café bezat.

Klaassens, meervoudig jeugdinternational, begon bij VVV als midvoor maar werd al snel omgeturnd tot middenvelder. Zijn werklust was legendarisch: in negentig minuten speelde hij eigenlijk twee wedstrijden. In zijn laatste jaren als profvoetballer was Klaassens, altijd spelend met het karakteristieke elastiekje in het haar, de al jaren aanhoudende kritiek op zijn spel beu. Jan kon niet plaatsen, Jan was geen fijnbesnaarde voetballer, Jan was een werker. ,,Het begon mij op den duur bar te vervelen'', zei hij destijds in Het Parool. ,,Altijd weer hetzelfde. Jan Klaassens werkte hard, maar zijn afgeven was weer onvoldoende. Het was niet prettig om dat na elke wedstrijd te moeten lezen. Ik had mij trouwens al in 1954 voorgenomen daar wat aan te doen. Met de bondstrainers Jaap van der Leck en Karel Kaufman ben ik op het goed plaatsen van de bal gaan oefenen en ook als zij er niet bij waren, probeerde ik mijn zwakke punten te verbeteren. Het duurde lang, maar er was vooruitgang.''

Het plaatsen van de bal zou een altijd een probleem blijven voor Klaassens. Toen de keuzecommissie van de voetbalbond in 1956 besloot om hem om die reden te vervangen door Joop de Kubber van beroepsvoetbalclub Amsterdam, barstte de Venlonaar zelfs in tranen uit. De Kubber besloot, uit medelijden met Klaassens, zijn plek vrijwillig af te staan. Na zijn afscheid als profvoetballer in 1967 legde Klaassens zich toe op het runnen van zijn sigarenzaak en een nieuwe passie: het tennis. In 1983 overleed hij op 51-jarige leeftijd op de tennisbaan aan een hartstilstand. Hij liet een vrouw en dochter achter.

Op initiatief van de Venlose journalist Adri Gorissen en het Limburgs museum wordt vandaag op de Venlose Parade, in de voormalige sigarenzaak (van drie bij vier meter) van Klaassens, het Jan Klaassens Museum geopend door Hans Kraaij senior. Voetbalanalist Kraaij speelde met Klaassens bij Feyenoord. Het museum bevat onder meer een origineel Oranje-shirt uit de jaren vijftig, en de foto waarop aanvoerder Klaassens voorafgaand aan het oefenduel Duitsland-Nederland (1956) de hand schudt van de Duitse aanvoerder Fritz Walter.