Lachen!

Een huurauto wordt als total loss terugbezorgd. Lachen! Een zoon maakt zijn corpulente vader, die elke ochtend om half vijf op moet staan, om middernacht wakker door vuurwerk in zijn slaapkamer af te steken. Brullen! Koorddansen boven een alligatorvijver met een stuk rauw vlees in je onderbroek. Niet meer bijkomen!

Elke avond kunnen kijkers van MTV genieten van Jackass, een programma van en voor mannen met de geestelijke leeftijd van achtenhalf. Leedvermaak wordt soms zelfspot, als de babykrokodil aan eigen tepel wordt gehangen of de hamer op het eigen voorhoofd neerdaalt. Ook in Jackass the Movie, een verzameling sketches van gemiddeld een à twee minuten, komt nauwelijks een vrouw voor, hooguit twee slachtoffers: de moeder van Bam Margera, die een alligator in haar keuken vindt, en een Japanse vrouwelijke kickbokser (idioot, een vrouw die een man in elkaar tremt!).

Ik moest maar één keer lachen om Jackass the Movie. Bij herhaling worden golfspelers op het moment dat ze de bal willen slaan verstoord door een misthoorn uit de bosjes. Dan raken twee soorten absurditeit de concentratie van een speler en het sadisme van de pestkop - verstrengeld, en zou je bijna van humor kunnen spreken. Bijna.

De korte Nederlandse voorfilm Roadkill van Jeroen Annokkée, over de wraak van een aangereden eend, sluit aan bij de Jackass-denkwereld, maar vormt in vergelijking een wonder van raffinement.

Jackass the Movie. Regie: Jeff Tremaine. Met: Johnny Knoxville, Steve-O. In 48 bioscopen.