Inburgeren in eigen land

Veel expats die terugkeren uit het buitenland krijgen een omgekeerde cultuurschok: ze moeten weer wennen aan Nederland. Vrienden en werkgever ontvangen hen niet altijd met open armen, de overdaadcultuur valt sommigen rauw op hun dak en met huispersoneel waren werk en zorg toch makkelijker te combineren dan wanneer je het allemaal weer zelf moet doen. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen organiseert een repatriëringscursus.

Bijna huilend had ze ontslag genomen om met haar man mee te gaan die voor Shell werd uitgezonden naar Singapore. ,,Ik had hier alles wat ik wilde. Het leven in Nederland kreeg van mij een tien.'' Anneke Sanderse (39) werkte tot haar vertrek in 1994 bij het Haagse Westeinde-ziekenhuis, als organisatieadviseur. Ze woonde in Rotterdam, zat in het bestuur van de Rotterdamse afdeling van D66 en had een druk sociaal leven.

Maar het bestaan als expat viel mee. Dankzij haar universitaire studie Beleid en Management Gezondheidszorg en haar werkervaring kon Sanderse binnen twee weken na aankomst in Singapore aan de slag als adviseur kwaliteitsverbetering in een ziekenhuis. ,,Als buitenlandse had ik daar een speciale positie, ik was de enige westerling en de werksfeer was minder competitief dan in Nederland.'' Na de geboorte van hun eerste zoon kwam er een fulltime hulp bij het gezin Sanderse wonen. Als ze thuiskwamen was er gekookt, was het huis schoon, de was gestreken en was er tijd genoeg voor nieuwe vrienden. ,,Het leek wel alsof alles vanzelf ging.''

Na drie jaar gingen Anneke en haar man met twee kinderen terug naar Nederland. ,,Dat vond ik de eerste tijd echt moeilijk'', bekent ze. ,,Ik had het gevoel dat ik alles weer van nul af aan moest opbouwen. Geen huis, geen baan, geen crèche en vanaf dag één leek het of mijn man tachtig uur per week moest werken en niemand echt op mij zat te wachten.'' Ook met vrienden en kennissen was het wennen. Dat had Sanderse niet verwacht. ,,Ik had vanuit Singapore veel contact gehouden met Nederland. Het was geen onwil bij anderen, maar er moest niet te lang gesproken worden over onze tijd daar, terwijl ik er vol van was.''

Veel terugkerende werknemers hebben last van zo'n omgekeerde cultuurschok, volgens Jaap Vossestein, die bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) cursussen geeft aan expats. ,,Die schok doet zich meestal pas na een paar maanden voor. Vers van Schiphol voelen ze die nog niet. Dan vindt iedereen het nog leuk dat je weer terugbent en wil iedereen naar de verhalen luisteren.''

Maar na een paar maanden slaat de twijfel toe: veel voormalige expats missen het lekkere klimaat en moeten er aan wennen dat ze hun mooie alleenstaande huis, al dan niet met zwembad, hebben moeten inruilen voor een meer doorsnee exemplaar. Verder valt het lastig om zonder huispersoneel zorg en werk te combineren. Ook zakelijk zijn er tegenvallers: de collega's blijken je niet echt vreselijk te hebben gemist. Op kantoor zijn allerlei veranderingen doorgevoerd waar jij buiten hebt gestaan en de geestelijke verrijking die de expat voelt door het verblijf in het buitenland wordt niet of nauwelijks erkend door collega's. Uit wereldwijd onderzoek blijkt, volgens het KIT, dat 45 procent van de repatrianten binnen twee tot drie jaar overstapt naar een ander bedrijf omdat ze niet meer kunnen aarden bij hun oude werkgever. Vossestein: ,,Vergelijk het met politici: die hebben ook het gevoel dat ze zich in Den Haag heel breed hebben georiënteerd, maar komen buiten het politieke circuit vaak heel moeilijk aan de bak.''

Het KIT heeft een `repatriëringscursus' voor expats die moeite hebben om weer te wennen in de polder. Doel van de cursus is een brug te slaan tussen de twee werelden waarin de expat is beland. Interim-manager Carla Peeters van KIT Intercultural Communication: ,,Zie het als een soort debriefing, je hart luchten, praten met lotgenoten.''

De fase waarin de teruggekeerde expat niet lekker in zijn vel zit, duurt meestal een paar maanden. Daarna staan de meesten wel weer op de rails. Maar er zijn ook mensen die erachter komen dat ze hier eigenlijk niet meer aarden. Die vragen opnieuw om uitzending of gaan emigreren. Docent Vossestein: ,,Dat zie je relatief vaak bij ontwikkelingswerkers. Die hebben diep in de lokale cultuur gezeten en hebben moeite zich daaruit los te maken. Ze begrijpen niet goed waar Nederlanders over zeuren na de ellende die ze in hun uitzendland hebben gezien. Ze blijven de situatie hier vaak nog jarenlang vergelijken met het ontwikkelingsland en sommigen raken nooit meer echt ingeburgerd.''

Wat ook meespeelt, volgens Vossestein en Peeters, is dat expats door al hun kennis een relatief machtige positie hadden in hun tijdelijke land. ,,Iemand die bij ons tot het middenkader behoort, is daar al snel een hooggeplaatste. Als ze dan in het weinig hiërarchische Nederland weer een `gewone' baan krijgen, valt dat nogal eens tegen.''

Ook voor Rob Stoof (49) zal Nederland altijd een tussenstap blijven. ,,Ik voel me Nederlander, maar ben het meest thuis in West-Afrika.'' Via SNV, voorheen de Stichting Nederlandse Vrijwilligers, ging Stoof in 1987 naar Guinee-Bissau. In 1992 kwam hij voor een jaar terug naar Nederland voor studieverlof. In de jaren daarna werkte hij in Niger, Benin en Burkina Faso. Eind vorig jaar kwam hij om sociale redenen `definitief' terug naar Nederland. ,,Als ik terug was in Nederland, de laatste jaren, voelde ik me niet meer echt thuis, maar ik was ook niet geafrikaniseerd. Ik was bang mijn sociale leven in Nederland te verliezen.'' Stoof geniet er nu van iedereen weer vaker te zien. ,,Ik denk erover hier een huis te kopen en wil niet meer voor lange perioden weg, maar ga op zoek naar kortlopende contracten. Het liefst weer in West-Afrika. Daar is mijn toegevoegde waarde groter dan in Nederland. In Afrika ben ik altijd een bevoorrechte vreemde eend gebleven.''

Hoewel hij nu heeft gekozen voor Nederland, valt de aanpassing hem niet eenvoudig. ,,Dit land is wel heel erg met zichzelf bezig.'' Hij kan zich ergeren aan de enorme consumptiedrang. ,,Het gaat slecht met de Nederlandse economie, maar er wordt nog zóveel gekocht.'' Hij verbaast zich ook over de hoeveelheid nieuwe impulsen die de Nederlander nodig schijnt te hebben om tevreden te blijven. Dat uit zich, volgens hem, in verschijnselen als reality-televisie en het zoveelste nieuwe model koffiezetapparaat. ,,Ik kan daar niet aan wennen.''

Het gros van de circa vijftig cursisten die jaarlijks de repatriëringscursus bij het KIT volgen, is gestationeerd geweest in niet-westerse landen en werkt in het bedrijfsleven. Maar ook de overheid en ontwikkelingsorganisaties zijn `klant' bij het KIT. ,,Het zijn vooral werknemers van middelgrote bedrijven die naar de cursus komen'', volgens Peeters en Vossestein. ,,En dan vooral bedrijven die nog niet zo lang ervaring hebben met `globalisering'. De multinationals kloppen niet bij ons aan voor de repatriëringscursus, die hebben al decennialange ervaring met terugkerende werknemers.''

Een woordvoerder van Shell, dat wereldwijd bijna zesduizend expats heeft, beaamt dat. ,,Intern hebben we een netwerk waar terugkerende expats informatie kunnen krijgen over onderwijs, belastingen, huisvesting etcetera. We begeleiden mensen vooral met praktische zaken; we hebben geen maatschappelijk werker klaar staan voor terugkerende werknemers. Shell-werknemers zijn gewend aan het expatleven.''

Anders gaat het bij Artsen zonder Grenzen, dat circa zeshonderd mensen voor enkele maanden of jaren `in het veld' heeft. De hulporganisatie heeft een psychosociaal team van dertig psychologen, psychiaters en maatschappelijk werkers dat zich bezighoudt met de opvang van terugkerende medewerkers. ,,Mensen die een paar jaar weg zijn, komen verbaasd terug: goh, maken jullie je daar druk over in Nederland? Alle problemen hier vallen in het niet bij wat zij hebben meegemaakt'', aldus Piet van Gelder, een van de coördinatoren van het team. ,,Je ziet ook vaak boosheid: over het feit dat in Nederland alles verkrijgbaar is en er in hun land van herkomst niets was.'' Van de mensen die terugkeren is 70 procent na een paar weken weer gewend, aldus Van Gelder. Van de rest doet 15 procent langer over het herstel en heeft serieuze hulp nodig. Nog eens 15 procent heeft een posttraumatisch stress syndroom: ze lijden aan slapeloosheid, nachtmerries en cynisme. ,,Ze kunnen zich niet losmaken van wat ze meegemaakt hebben in het land waar ze zijn geweest.''

Hoewel uitzending naar België of Engeland een heel andere ervaring is dan een verblijf in Nigeria of de Filippijnen, hebben veel expats dezelfde ervaringen na terugkomst in Nederland. Peeters en Vossestein van het KIT: ,,Wat iedereen noemt, is het mechanische, het ordelijke in Nederland. Alles is hier geregeld via vergunningen, pincodes en pasjes. Dat is wennen voor iemand die zich een paar jaar lang staande heeft weten te houden door eindeloos improviseren en flexibiliteit.'' Ook het drukdrukdruk-syndroom van de doorsnee Nederlander valt de expat op. Vossestein: ,,Het valt de expat vies tegen dat niet overal de deur meteen open staat en dat je zelfs met je beste vrienden weer een afspraak moet maken. Dat is in veel culturen heel anders.''

Maar ook binnen het gezin van de expat kunnen al dan niet tijdelijke problemen ontstaan. ,,In nogal wat relaties treedt na terugkeer uit het buitenland een faseverschil op'', aldus Peeters. ,,De één vindt het veel leuker om terug te zijn dan de ander. Op zich niet zo vreemd, want ieder mens reageert anders op ingrijpende wijzigingen.''

Ook voor kinderen kan de terugkeer lastig zijn. Vaak hebben ze op internationale elitescholen gezeten, met veel discipline en keurige omgangsvormen. Vossestein: ,,Terug in Nederland blijkt dan dat ze weinig weerbaarheid hebben ontwikkeld. Hier zeggen kinderen alles tegen elkaar en is er onderling veel competitie: wie `erbij hoort' en wie niet. Dat kennen ze helemaal niet en dat maakt het schoolmilieu hier hard voor nogal wat expatkinderen. Bovendien is de sociale achtergrond van kinderen op een internationale school vrijwel gelijk. Hier in Nederland niet. Dat kan botsen.''

Anneke Sanderse is inmiddels weer helemaal gewend in Nederland. Binnen een halfjaar na terugkeer uit Singapore had ze weer een baan. Bij haar oude werkgever. ,,Dat ik daar terug zou willen, had ik nooit verwacht. Maar alles was al zo anders toen we terugkwamen, dus iets vertrouwds was eigenlijk heel welkom.'' Sanderse begon als organisatieadviseur van de raad van bestuur van het ziekenhuis en werkt daar sinds een jaar in een managementfunctie. Terugkijkend heeft het aanpassingsproces haar zo'n tien maanden gekost. Toen was er weer een leuke baan, een huis, de vriendschappen en goede opvang voor hun twee zonen. ,,Nederland krijgt nu weer een tien en ik zit er niet op te wachten om weer weg te gaan.''

Bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen is informatie verkrijgbaar over de repatriëringscursus: 020-5688711. Hier is ook het Expat Handboek verkrijgbaar, dat veel adressen bevat op het gebied van belastingen, verzekeringen, onderwijs, verhuizen etc. en waarin een hoofdstuk is opgenomen over de terugkeer van expats.