Getijdenboeken en Witsen in Kunstschrift

Om te bekijken, is er geen mooier tijdschrift dan Kunstschrift. Ik was nog geheel verliefd verdiept in het vorige nummer over `Het getijdenboek' toen er alweer een nieuw nummer arriveerde, dat is gewijd aan de schilder Willem Witsen aangezien 2003 `Witsenjaar' zal zijn.

Het best op dreef is Kunstschrift als het een onderwerp kiest waar veel kanten aan zitten. De redactie slaagt er altijd in om specialisten te vinden die helder kunnen uitleggen, en menig redactielid (hoofdredacteur Mariëtte Haveman, redacteur E. de Jongh) kan ook zelf wel een potje schrijven. Bij zo'n onderwerp als `Het getijdenboek' zie je goed hoe prettig dat is – er is zoveel wat je zou willen weten. In verhelderende stukken worden allerlei aspecten van het mooiste soort boek ter wereld belicht, bijvoorbeeld de geheimzinnige kalenders waarvan bedoeling en indeling voor een niet-kenner niet direct te begrijpen zijn. Het nummer werd samengesteld naar aanleiding van de schenking van het kostbare Trivulzio-getijdenboek aan de Koninklijke Bibliotheek.

Weinig mooier dan een verlucht middeleeuws handschrift met de uitgewerkte voorstellingen in de beginkapitalen, de miniaturen met hun rood en goud en blauw, de bladranden met bloemen en rare wezentjes. Getijdenboeken dienden om het jaar bij te houden in vrome zin, vandaar dat ze een kalender bevatten met alle te vieren heiligen en kerkelijke feestdagen. Verder stonden er gebeden in voor vaste tijden van de dag, ontleend aan de kloosterlijke bidstonden, en dikwijls gericht tot Maria, ,,de populairste ingezetene van het koninkrijk der hemelen''. De zogenaamde Mariagetijden doen, aldus Klaas van der Hoek, conservator handschriften van de universiteitsbibliotheek in Utrecht, ,,niet onder voor postmoderne sampling'': van alles komt erin terecht. Psalmen gezangen, hymnen, gebeden, hoofdstukjes tekst uit andere boeken dan de bijbel. Het dient allemaal om de aandacht te richten en misschien wel om in een soort trance te komen.

Het is mogelijk door de rijkdom van dat nummer dat de Witsen-aflevering een tikje tegenvalt. Die lijkt ineens wat dun, wat mager, al staan er natuurlijk weer schitterende reproducties in en al wordt er met kennis van zaken geschreven. Maar ik mis het échte stuk over Witsen, het is allemaal een beetje kort en willekeurig. Eén bladzijde over een aquarel van Witsen van het Oosterpark, twee pagina's over Witsen, Breitner en het Damrak (het artikel beslaat acht pagina's dankzij de plaatjes), twee pagina's met zomaar wat citaten uit Witsens brieven aan zijn eerste vrouw Betsy van Vloten – maar nergens een behoorlijke schets van dat huwelijk of een stuk dat de ontwikkelingsgang of de obsessies van Witsen uit de doeken doet. Nu ja, het vorige nummer was prachtig en wie het nog ziet liggen in de winkel moet niet aarzelen.

Kunstschrift nr 6/02 en nr. 1/03. Uitg. Waanders, Zwolle. Prijs €8,30.