Een schikking met justitie telt in Europa als vonnis

Nederland heeft gisteren voor het Europese Hof van Justitie in Luxemburg een overwinning geboekt met zijn pleidooi tegen dubbele bestraffing voor hetzelfde vergrijp.

Strafbare feiten die in een lidstaat van de Europese Unie door justitie zijn afgehandeld met een schikking kunnen in een ander EU-land niet tot strafrechtelijke vervolging leiden. Dit heeft het Europese Hof van Justitie in Luxemburg gisteren bepaald.

Met dit arrest oefent het Hof, de hoogste rechterlijke instantie in de Europese Unie, voor het eerst een nieuwe bevoegdheid uit die in het Verdrag van Amsterdam (1997) is verleend. Daarin is geregeld dat rechtbanken het Luxemburgse Hof kunnen inschakelen voor de uitleg van overeenkomsten tussen lidstaten over grensoverschrijdende samenwerking van politie en justitie.

Het voorkomen van dubbele veroordeling voor dezelfde feiten vormt een hoeksteen in de nationale strafrechtssystemen in Europa. Dit beginsel (ne bis in idem) is ook opgenomen in het Verdrag van Schengen over het vrije verkeer van personen in Europa. Zo hoeft iemand die in het ene EU-land is veroordeeld voor bijvoorbeeld illegale pornohandel andere EU-landen niet te mijden uit vrees voor arrestatie en vervolging voor hetzelfde vergrijp.

Maar is een schikking (of transactie) wel hetzelfde als een strafrechtelijke veroordeling? Rond die vraag ontspon zich de afgelopen jaren voor het Luxemburgse Hof een juridische krachtmeting van formaat. Enerzijds opteerde Duitsland, gesteund door België en Frankrijk, voor een strikte interpretatie van `Schengen'. Zij stelden zich op het standpunt dat het `ne bis in idem'-beginsel alleen geldt als er sprake is van een ,,definitieve rechterlijke beslissing''. Bij een schikking komt er geen rechter aan te pas, dus zou het justitie in andere EU-landen vrijstaan de burger in kwestie opnieuw strafrechtelijk te vervolgen.

Daartegenover stond Nederland, met onder andere de Europese Commissie aan zijn zijde. Zij vonden dat het `ne bis in idem'-beginsel zich uitstrekt tot alle definitieve juridische beslissingen, dus zowel rechterlijke veroordelingen als justitiële schikkingen.

Het Luxemburgse Hof schaart zich in zijn arrest van gisteren achter deze ruime uitleg, waarbij ook schikkingen die getroffen zijn onder regie van de staande magistratuur (openbaar ministrie) vallen binnen de reikwijdte van `ne bis in idem'. Europese burgers moeten er, aldus het Hof, op kunnen vertrouwen dat een zaak die met een schikking is afgehandeld in een of meer andere landen niet meer tot strafvervolging leidt. Anders zou het vrije-personenverkeer ontoelaatbaar worden belemmerd, omdat burgers die hun strafzaak buiten de rechter om konden afhandelen elders alsnog vervolging riskeren.

De verankering van het `ne bis in idem'-beginsel in het Verdrag van Schengen impliceert volgens het Hof noodzakelijkerwijs dat de betrokken EU-landen wederzijds vertrouwen hebben in hun respectieve strafrechtssystemen, en dat elke lidstaat de toepassing van het in de andere lidstaten geldende strafrecht aanvaardt, ook als dat tot een andere uitkomst zou leiden.

Het Luxemburgse Hof was ingeschakeld door de rechtbank in het Belgische Veurne en het Oberlandesgericht in Keulen (Duitsland). Voor de Belgische rechtbank stond een Duitse badgast Klaus B. terecht die in het najaar van 1997 een Belgische vrachtwagenchauffeur had gemolesteerd bij een verkeersruzie. De Duitse justitie, die wegens hetzelfde vergrijp ook tot vervolging van `haar' onderdaan was overgegaan, had hem een schikking (van 1.000 mark) aangeboden, die hij had betaald. B. verkeerde in de veronderstelling dat hij daarmee ook van de `Belgische' strafzaak af was, maar daar dacht de Belgische justitie anders over. Het arrest van het Hof stelt B. in het gelijk: door de Duitse schikking is de Belgische strafzaak dubbelop en dus niet toegestaan.

Voor de Keulse rechtbank stond de in Nederland wonende Turk Hüseyin G. (in hoger beroep) terecht wegens verboden handel in softdrugs begin 1996 in Heerlen, ook met Duitse klanten. De Nederlandse justitie had G. daarvoor twee transacties (in totaal 3.750 gulden) aangeboden, die hij had betaald. Tijdens een bezoek aan Duitsland werd G. later voor dezelfde delicten gearresteerd en vervolgens strafrechterlijk vervolgd. Het arrest van het Europese Hof betekent dat dit Duitse proces moet worden gestaakt.