`Dioxine in veevoer is geen gevaar voor volksgezondheid'

De afgelopen maandag geconstateerde dioxine-besmetting van veevoer levert geen gevaar voor de volksgezondheid op. Vlees van dieren die het voer hebben gegeten hoeft niet uit de schappen te worden gehaald. Dat hebben het ministerie van Landbouw en de Voedsel en Waren Autoriteit vandaag bekendgemaakt.

Wel geldt er een uitvoer- en slachtverbod voor de ongeveer 150 bedrijven die het met dioxine besmette veevoer aan hun dieren te eten hebben gegeven.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Landbouw wordt het vlees van mogelijk besmette dieren ,,voor alle zekerheid'' voorlopig buiten de consumptieketen gehouden. Vrijdag zal de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) met de uitslag van een onderzoek onder geslachte dieren komen.

Het ministerie van Landbouw baseert zijn geruststelling op een ,,theoretische risico-analyse'', die de VWA in opdracht van minister Veerman heeft laten uitvoeren. Daarbij is volgens de VWA uitgegaan van ,,de meest ernstige situatie'', namelijk indien een varken langer dan een maand het vergiftigde veevoer onvermengd zou hebben gegeten. Het ministerie zegt dat dit ,,niet aannemelijk'' is, omdat het dioxine-besmette broodmeel slechts een ingrediënt van het veevoer is. Maar ook dan blijft de hoeveelheid dioxine volgens de VWA nog ruim onder de wekelijks toegestane hoeveelheid van 14 picogram per kilogram lichaamsgewicht. Niettemin is het dioxinegehalte in het vlees volgens de analyse dan nog drie à vijf keer hoger dan normaal.

Vooral de traagheid waarmee informatie over het besmette veevoer is vrijgekomen, heeft veel kwaad bloed gezet bij landbouworganisaties en veehouderijen. Op 4 december werd in de Duitse deelstaat Thüringen een routinemonster genomen van broodmeel dat gebruikt wordt als ingrediënt voor veevoer.

Op 15 januari werd een te hoog dioxinegehalte geconstateerd. Pas drie weken later, op vrijdag 7 februari, werd het Duitse ministerie van Landbouw daarvan op de hoogte gesteld, dat nog dezelfde dag via het `rapid alert system' het ministerie van Landbouw in Den Haag en de Europese Commissie op de hoogte bracht. Maandag 10 februari werd het nieuws ten slotte door Landbouw bekendgemaakt.

Minister Veerman verklaarde gisteren in de Tweede Kamer dat de berichten vrijdag nog niet concreet genoeg waren om direct actie te kunnen ondernemen. Pas na het nemen van monsters in het weekend werd duidelijk om welke veevoerbedrijven het ging.

Het vervuilde broodmeel komt van het Duitse bedrijf Trockenwerk Thüringe en is via importeur Velthof Veevoeders uit Borne Nederland binnengekomen. Velthof heeft het broodmeel aan drie mengvoederbedrijven geleverd, die het vervolgens in hun mengvoer verwerkt hebben en doorverkocht aan zo'n 150 veehouderijen in de regio.

De besmetting is volgens Velthof bij Trockenwerk Thüringen ontstaan door temperatuurschommelingen, veroorzaakt door ,,een storing bij het drogen van brood''.