Demonstratie voor eierrapen

Als aftrap van het seizoen van het aaisykje (kievitseierenzoeken) gaan de vijf Friese gedeputeerden en commissaris der koningin Nijpels op 1 maart demonstratief het weiland in. Met de actie willen ze onderstrepen dat het eierzoeken in Friesland een traditie is, die gekoppeld is aan de nazorg voor weidevogels. In Friesland zijn ongeveer 6.000 eierzoekers, die met een pas eieren mogen rapen, vijftien per persoon per seizoen.

De jarenlange traditie ligt onder vuur. Friesland is de enige provincie van ons land waar het kievitseierenzoeken is toegestaan. De provincie verleende daarvoor ontheffing van de Flora- en Faunawet aan de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten (BFVW). De Faunabescherming en Vogelbescherming Nederland hebben daartegen bezwaar gemaakt. De hoorzitting in deze zaak had gisteren plaats in het provinciehuis. P. de Jong van de Faunabescherming wijst op nadelige gevolgen voor de kievitstand. ,,De vogels doen aan risicospreiding door meerdere eieren te leggen. Haal je een nest uit, dan wordt die spreiding tenietgedaan.'' Volgens haar dient het rapen van eieren geen enkel doel. ,,Je moet de vogels met rust laten.''

De Faunabescherming stapt naar de bestuursrechter als de provincie het bezwaar terzijde schuift. Vogelbescherming Nederland is tegen omdat het eierzoeken strijdig zou zijn met de Europese Vogelrichtlijn en er bovendien geen limiet wordt gesteld aan het aantal pasjeshouders. H. Peeters van Vogelbescherming: ,,Dat zijn er nu bijna 8.500, die per persoon vijftien eieren mogen rapen: dus 127.000 eieren. En Friesland telt maar 45.000 broedparen kieviten.'' Dat eierzoeken verantwoord zou zijn, omdat het gekoppeld is aan nazorg, vindt hij `lariekoek'.

In Friesland is men bang dat de animo voor het plaatsen van nestbeschermers afneemt als de sport van het aaisykje verboden wordt. Peeters: ,,In de rest van Nederland wordt ook aan weidevogelbescherming gedaan, zonder dat er geraapt wordt.'' Uit onderzoek blijkt, zegt hij, dat de eerst geboren kieviten, die uit de eerste legsels komen, de beste overlevingskansen hebben. S. Roodbergen van de BFVW betwist dit en noemt hetonderzoek niet wetenschappelijk. Hij vindt het ,,pikant en wonderlijk'' dat de Vogelbescherming met bezwaren komt. ,,Ze weten heel goed dat verreweg de meeste weidevogels in Friesland beschermd worden, omdat de nazorg hier het beste georganiseerd is. We hebben tegen de 6.000 vrijwilligers die de nesten beschermen nadat het eierzoekseizoen op 9 april is afgelopen. Het `aaisykje' is de basis onder de bescherming.''