Ballast Nedam op weg naar het einde

Bouwbedrijf Ballast Nedam stevent af op een recordverlies en staakt de buitenlandse activiteiten. De belegger riskeert in het slechtste geval een failliete holding, in het beste geval een opheffingsdividend.

Zouden ze bij Ballast Nedam soms een voorkeur hebben voor geheime afspraken?

De zorgen bij het bouwbedrijf zijn groot. Mammoetverliezen, een wankel vermogen, een mislukte internationale expansie en daarnaast is het bedrijf een van de meest genoemde spelers in de bouwfraude. Toch kon bestuursvoorzitter René Kottman zijn aandeelhouders gistermiddag verblijden met een financiering die ,,zeker is gesteld''. Ballast heeft iets geregeld bij de bank. Maar wat precies, dat mag de buitenwereld niet weten.

De boodschap van Kottman ruikt positief, maar de grote vraag is wat Ballast ingeleverd heeft voor het zwemvest van de banken. Het zijn ten slotte geen filantropische instellingen. Hoe groot is het krediet, om welke banken gaat het, wat zijn hun eisen, wat is hen toegezegd? De enige duidelijkheid die het bedrijf wil geven is dat er geen onderpand is verstrekt en dat het niet om een ,,achtergestelde lening'' gaat. Verder hult het bedrijf zich in stilzwijgen.

Dat lijkt niet erg comfortabel voor de aandeelhouders die het bedrijf de afgelopen jaren snel hebben zien afglijden. Gisteren werd de prognose voor het recordverlies over 2002 ingrijpend verhoogd: het bedrijf maakt niet 105 miljoen, maar 135 à 150 miljoen verlies. Ballast had er niet op gerekend dat het nog 40 miljoen moet bijstorten in zijn pensioenfonds. Kennelijk is de malaise op de beurs de afgelopen tijd aan de bedrijfsleiding van Ballast Nedam voorbijgegaan.

De bouwer zal de buitenlandse activiteiten staken dan wel verkopen. Het, gezondere, Nederlandse bedrijfsonderdeel is in een nieuwe vennootschap ondergebracht. Afgelopen weekeinde is daarop een bod uitgebracht door een onbekende financiële partij. Hoogte eveneens onbekend. Ballast heeft aan de bieder beloofd de prijs niet te zullen openbaren ,,uit concurrentie-overwegingen''.

De aandeelhouder in Ballast heeft genoeg reden om op zijn qui vive te zijn. Het geschuif met vennootschappen heeft verdacht veel weg van een sterfhuisconstructie. Ballast zegt zelf over de Nederlandse onderdelen: ,,De continuïteit van deze bedrijven is gewaarborgd door hen juridisch en financieel te scheiden van de rest van het concern.'' Maar in de rest van het concern heeft de aandeelhouder een rechtstreeks belang, niet in het zojuist opgerichte Ballast Nedam Nederland. En die beursgenoteerde holding riskeert nog miljoenentegenvallers van claims, boetes en schikkingen in de nasleep van de bouwfraude.

De grootste aandeelhouder van Ballast, het Duitse conglomeraat Hochtief (48 procent), wil niet speculeren over de toekomst van het fonds. ,,Wij staan natuurlijk aan de kant van Ballast wat betreft de saneringen. Sterker nog: wij hebben hen begin vorig jaar verteld iets aan de problemen te doen.''

Op de beurs is de waarde van Ballast de afgelopen jaren gedaald tot 30 miljoen euro vanochtend. Vijf jaar geleden was het bedrijf zestien maal zoveel waard.

In de verliezen die gisteren zijn aangekondigd zit al de opbrengst van het `goudklompje' van Ballast Nedam, de bagger-joint venture met HBG. Die is eind vorig jaar voor ruim 200 miljoen euro naar de BAM Groep gegaan. Het leverde Ballast een boekwinst van 60 miljoen euro op. Zonder die verkoop stond de bouwer misschien nu al op het strafbankje van de beurs. Naar het eigen vermogen is het gissen. Het bedrijf meldde gisteren een `solvabiliteit' van 8 tot 10 procent voor het beursgenoteerde bedrijf en 30 procent van de nieuwe dochter. Een woordvoerder wilde vanochtend echter niet ingaan op de definitie van deze `solvabiliteit'.

Met de laatste plannen heeft bestuursvoorzitter Kottman de aanzet gegeven tot het einde van Ballast Nedam in de huidige vorm. Als hij slaagt, zijn er twee opties. Of er blijft een holding met geld over, of een holding met een geldtekort. De laatste variant is de klassieke sterfhuisconstructie met waardeloze aandelen voor de Ballast-belegger. Als er wel geld overblijft kan de topman zelf het licht uitdoen met een eenmalig opheffingsdividend.

    • Jeroen Wester
    • Freek Staps