Alleen

De ogen van m'n oudste staan openhartig. Het is alsof hij, man geworden, uit zijn puberteit is opgestaan. ,,Moeder, ik hou wel weer van jou.'

De ogen van z'n broer, zwart diep donker, zijn naar binnengekeerd. Zíjn kijk op mij is analytisch, verveeld. ,,Je hebt me nooit begrepen, noch gekend, alléén m'n naam geweten.' Gegroeid sleept hij z'n vergrote knieschijven, z'n handen uit proportie, naar z'n kamer die sinds kort wat weg heeft van de plaatselijke vuilnisbelt.

In het belendende kamertje speelt z'n zusje, elf. Ze kijkt nadenkend, troostend: ,,Ik weet waarom jij alleen bent, mam. Mannen denken dat lelijke vrouwen niet leuk zijn.'

Bijdragen van lezers zijn welkom via een formulier op www.nrc.nl/ik.