Zwarte liefde

De Venlose Voetbalvereniging, alias VVV, bestond vorige week honderd jaar. Daarom had het dagblad De Limburger de voetbalminnende lezers opgeroepen om de voetballer van de eeuw te kiezen. Op 7 februari werd de uitslag gepubliceerd. De krant sprak van een `crash tussen twee generaties'. De oudere generatie won het van de jongere. Jan Klaassens werd verkozen boven clubtopscorer Maurice Graef 30 tegen 23 procent van de stemmen.

Ik bezit vage herinneringen aan Jan Klaassens, althans aan zijn naam. De naam viel wel eens op een zondagmiddag als de huiskamer gevuld was met geagiteerde volwassenen van wie me verteld werd dat het mijn ooms en mijn tantes waren. Ik was toen een jaar of vijf en de kamer zag blauw van de sigarettenrook.

Jan Klaassens moet een fenomeen zijn geweest. Ook in De Limburger, maar een dikke week voor de uitverkiezing, las ik: `Het kleinste museum van ons land, gewijd aan de legendarische profvoetballer Jan Klaassens, heeft nog voordat het geopend is een groot probleem.' Klaassens begon na zijn voetbalcarrière een tabakswinkeltje in Venlo. Dat was zijn goed recht. Tabaksverkoop en voetbal lagen (en liggen) op een mysterieuze, maar sportlogische manier in elkaars verlengde. In het voormalige tabakswinkeltje van Klaassen wil het Limburgs Museum het Klaassens-museum inrichten. Conservator Hupperetz wil naast de voetbalschoenen, het Oranjeshirt, foto's en vaantjes ook enkele attributen zoals asbakken, aanstekers, reclameposters en een oude lichtbak als getuigenissen van Klaassens' vergankelijkheid tentoonstellen. De wet echter, zit een behoorlijke en bekoorlijke sportieve nagedachtenis dwars. De wet zegt dat openlijke reclame voor tabakswaar verboden is. De wet zegt ook, dat bij wel toegestane reclame vermeld moet worden hoe gevaarlijk roken is. Klaassen had in zijn tijd nog geen last van een fnuikende wetgeving. Tabak was toen nog goed. Dat mag gerust in een museumpje tot uitdrukking worden gebracht. De wet staat het niet toe.

Paradoxaal genoeg zet de wet aan tot roken. De ontgoochelende waarschuwingen op de pakjes shag en sigaretten veroorzaken schuldgevoel bij de roker, die als reactie nog maar eens opsteekt om dat gevoel te bedwelmen.

Conservator Hupperetz is gedwongen tot creativiteit. Als ik hem was zou ik ze opsporen, de hoogbejaarde, fors rokende Klaassens-adepten die hun rookgerief betrokken uit zijn winkeltje. Ik zou hun voorstellen om na hun dood hun verteerde longen ter beschikking te stellen van het museum. Die longen worden op sterk water gezet en in een kleine etalage tentoongesteld, tezamen met een gedicht geschreven door een plaatselijke kroegdichter dat eindigt met de woorden: liefde is zwart maar ademloos.

    • Peter Winnen