Verlies en vernieuwing

PHILIPS EN AKZO, twee grote beursgenoteerde ondernemingen, rapporteerden vanmorgen tegenvallende jaarcijfers. Hoe kan het anders in een onzekere tijd, waarin vrijwel alle economische indicatoren op rood staan. De groei is voorbij en er is waarschijnlijk een oorlog op komst – een rampzalige combinatie. Het consumentenvertrouwen daalt. Bedrijven snijden in de kosten en omdat de lonen per definitie de hoogste kostenpost zijn, zoeken personeelsmanagers de oplossing in saneren en reorganiseren. Het logische gevolg hiervan is dat de werkloosheid stijgt. In een maand tijd is het aantal werkzoekenden verdrievoudigd, meldden de Centra voor Werk en Inkomen eergisteren.

Philips presenteerde vandaag een recordverlies van ruim 3,2 miljard euro over 2002. Een groot deel daarvan komt door afschrijvingen op deelnemingen. Bij het chemieconcern Akzo daalde de winst met vier procent tot 892 miljoen euro. Beide ondernemingen gaan door met het al ingezette beleid van sparen op de kosten. Ze kunnen (en moeten) weinig anders doen dan zich aanpassen aan de omstandigheden. Die kille constatering betekent voor Akzo dat het banenverlies door reorganisaties inmiddels is opgelopen tot ruim boven de vijfduizend. Bij iedere verloren baan hoort een medewerker die nu op zoek is naar ander werk of misschien werkloos thuis zit. Het is geen nieuwe ontdekking, maar `saneringen' hebben altijd een gezicht.

Akzo noch Philips verwacht voor 2003 een verbetering. Het wordt een moeilijk jaar. Die verwachting is een belangrijke graadmeter voor de gang van zaken in het Nederlandse bedrijfsleven. Het is een optelsom van ellende: dalende omzetten, dito koersen, valutaschommelingen die negatief uitpakken, stijgende pensioenlasten – een onderschat fenomeen – en onzekerheid door `Irak'. De arbeidsbureaus, die tegenwoordig Centra voor Werk en Inkomen heten, kunnen zich dan ook aangorden. Na jaren van betrekkelijke rust wordt het nu weer druk aan hun poort. Sollicitanten, die de banen in het verleden voor het uitzoeken hadden, zullen met tientallen anderen moeten concurreren. De jeugdwerkloosheid, het perverse fenomeen uit de vroege jaren tachtig, steekt de kop weer op. Maar niet overal is het mis. Nog steeds zijn er sectoren waarin vacatures genoeg zijn; de zorg is een voorbeeld.

EEN ALGEMEEN RECEPT tegen economische malaise en ontslagen is niet te geven. Maar het meest beproefde middel in deze omstandigheden is en blijft de loonmatiging, van hoog tot laag. Juist in tijden van teruggang kunnen bedrijven en sectoren zich geen grote loonstijgingen veroorloven. Het tast de concurrentiepositie aan en hoewel hoge lonen goed zijn voor de consumptie, leiden ze uiteindelijk tot een onbeheersbaar kostenprobleem.

Philips heeft nog een andere remedie. Het mag verfrissend heten dat het woord weer eens expliciet wordt genoemd te midden van alle platitudes over saneren en de moeilijke tijd waarin we leven. Het concern zet in op wat Philips-topman Kleisterlee omschrijft als het leveren van `zinvolle technologische innovaties'. Snijden is voor nu. Innovaties zijn investeringen in de toekomst.