Raketten bij entree Nederlandse militairen

Op het moment dat Nederland het commando van de vredesmacht ISAF in Afghanistan overnam, werden raketten op de basis afgevuurd. Hoort bij het ,,verantwoord risico'' dat de Nederlanders er lopen.

Minister van Defensie Kamp is nog maar net klaar met zijn persconferentie als de sirenes beginnen te loeien. Heel even kijken de militairen elkaar aan. Dan rennen ze naar de bunker, struikelend in het donker over de halfbevroren modder. Sommige soldaten grissen nog helm en scherfvest van hun veldbed, anderen doen het rustiger aan. Dit is niet het eerste bunkeralarm op `Camp Warehouse' bij Kabul.

De Nederlandse deelname aan ISAF is ,,bepaald geen risicoloze missie'', heeft de minister zo-even gezegd. Sinds gisteren heeft Nederland met Duitsland de leiding over de International Security and Assistance Force, ISAF, die moet zorgen voor orde en rust in de Afghaanse hoofdstad. Tijdens de persconferentie heeft Kamp geprobeerd de zorgen over mogelijke gevaren weg te nemen. Er zijn bunkers gebouwd. Sinds twee dagen staan er twee mortieropsporingsradars waarmee kan worden gedetecteerd vanwaar er geschoten wordt. Mede hierdoor is er sprake van een ,,verantwoord risico'', zegt Kamp. ,,Tot nu toe is geen enkele Nederlandse militair gedood, gewond of bedreigd.''

Nog geen tien minuten later zit de de minister hutjemutje met zestig soldaten tussen de dikke gemetselde muren van de schuilplaats. Wachtposten hebben twee explosies gezien, vierhonderd meter ten zuiden van de omheining. De radars hebben de inkomende raketten opgepikt, de coördinaten vanwaar is gevuurd zijn bekend. Meteen worden er patrouilles uitgestuurd. Commandanten zoeken hun mannen: ,,Zijn hier nog mensen van ploeg 8-21, commando's? Zijn hier nog verkenners?'' Een officier loopt de namenlijst af. Sergeant-majoor De Boer? Present! Soldaat Bouma? Hiero!

In Nederland, zo heeft Kamp net gezegd, wordt wel ,,erg veel aandacht'' geschonken aan de risico's van de missie in Afghanistan. Na de laatste beschieting in de buurt van Camp Warehouse op 31 januari suggereerde Ton Heerts, voorzitter van de militaire vakbond AFMP, dat Nederland zijn troepen zou moeten terugtrekken als zou blijken dat ISAF niet langer gewenst was. De vakbondsvoorzitter herinnerde er nog eens aan dat de toenmalige Turkse ISAF-commandant Zorlu had gewaarschuwd dat westerse militairen het doelwit zouden kunnen worden van aanslagen als de VS Irak zouden aanvallen. Heerts' uitspraken leidden tot tientallen bezorgde tefoontjes van bezorgde familieleden van militairen bij het Haagse Defensie Crisis Beheersinscentrum. Kamp moest de Kamer een extra, nieuwe veiligheidsanalyse beloven.

De Nederlandse militairen op Camp Warehouse vinden dat allemaal overdreven – zo niet ergerlijk. Zelf hebben ze helemaal niet het gevoel dat ze acuut gevaar lopen. Vijf keer eerder zijn er raketten afgevuurd, en iedere keer landden ze buiten het kamp – meestal op ruime afstand. ,,Natuurlijk nemen we het serieus'', zegt overste Jan van der Woerdt. ,,Maar tot nu toe is er nog nooit iets geraakt.'' Een van de soldaten is stelliger: ,,Die Afghanen vechten hier al twintig jaar. Als ze ons hadden willen raken, hadden ze dat echt wel gedaan.''

Feit is dat nog steeds niet duidelijk is wie er verantwoordelijk is voor de beschietingen. Het Nederlandse kamp ligt aan de rand van Kabul. Ten zuiden en zuidoosten van de basis golft het terrein enkele kilometers tot aan de bergen. Vanuit dit niemandsland worden de raketten afgevuurd, ongeleide projectielen van Chinese of Noord-Koreaanse makelij. Patrouilles hebben wel eens de geïmproviseerde vuuropstellingen teruggevonden. Een enkele lanceerbuis tegen een hoop stenen. Twee gekruiste takken waarvan de raket was afgevuurd. ,,Misschien is het alleen maar om een beetje te treiteren'', zegt overste Van der Woerdt.

Deze ochtend hebben hoge Duitse officieren minister Kamp en zijn Duitse collega Struck nog uitgebreid gebriefd over de vooruitgang die is geboekt in de Afghaanse hoofdstad. Maar het mandaat van ISAF houdt op aan de stadsrand. Daarbuiten maken krijgsheren en roversbenden nog steeds de dienst uit. Af en toe zijn er schermutselingen. En in de grensstreek gaat operatie Enduring Freedom, het uitroken van terroristennetwerk Al-Qaeda, onverminderd door. Tijdens de officiële commando-overdracht wemelt het van de veiligheidsmensen. De Afghaanse president Karzai arriveert met een zwaar bewapend Amerikaans escorte.

Duitsland en Nederland zullen ISAF volgens de planning zes maanden leiden. Vanaf februari heeft Nederland 650 militairen in Kabul: infanterie van de Luchtmobiele Brigade en stafpersoneel van het Duits-Nederlandse legerkorps uit Münster, dat de kern van de ISAF-leiding vormt. Na zes maanden zal de NAVO de missie overnemen, zo onderstreept Kamp: de Nederlanders vertrekken dan.

Na meer dan drie uur klinken geruststellende sirenes op Camp Warehouse. Einde bunkeralarm. Eerst was er sprake van dat de raketten niet op vierhonderd meter, maar op acht kilometer van het kamp zijn ingeslagen. Later gaat het gerucht dat er buiten de basis in de stad geschoten is op ISAF-voertuigen, maar dat blijkt niet waar: militairen in de jeep hebben alleen schoten gehóórd en vermoeden dat die voor hen waren bedoeld. Wie de raketten hebben afgevuurd blijft een mysterie. De patrouilles keren onverrichterzake terug naar de basis. Wachtmeester Werner Lugtigheid is toch opgetogen. Zijn radar heeft de raketten vlak na de lancering gedetecteerd. ,,We kunnen niet voorkomen dat ze op ons schieten, maar we weten in ieder geval vanaf welke plek ze dat doen.''