Irak-beleid VS dwingt Jakarta tot pijnlijke keus

Een oorlog tegen Irak zal de regering in Jakarta dwingen te kiezen tussen de VS als economische supermacht en Indonesië's miljoenen moslims.

De Duitse zaakgelastigde lachte verlegen onder zoveel welwillende aandacht. Hij was dit zichtbaar niet gewend. Een kleine honderd leden van een Indonesische vrouwenorganisatie dromden gisteren samen voor het hek van de ambassade in Jakarta. Zij boden de Duitse diplomaat een witte duif aan, die hij vervolgens onder luid gejuich de vrijheid gaf.

Nu Europese landen de weg naar een oorlogsverklaring van de NAVO aan Irak voorlopig hebben afgesneden, hebben de Indonesiërs Europa herontdekt. Dat wil zeggen, de Indonesiërs die een krant lezen en de weg weten op de wereldkaart. Dat Duitsland, Frankrijk en België Bush en zijn oorlogskabinet een snelle opmars naar Bagdad bemoeilijken, wordt hier hogelijk gewaardeerd.

Dat is nieuw, want het westen ligt voor Indonesiërs al tientallen jaren in het oosten, aan de andere kant van de Stille Oceaan. De kinderen van de elite studeren aan Amerikaanse universiteiten en doden hun vrije tijd bij MacDonald's, in het Hard Rock Café of Planet Hollywood. Europese films halen zelden de bioscopen en de rijken tellen hun zegeningen in dollars, niet in euro's. Die affiniteit met de Amerikaanse consumptiemaatschappij is volstrekt apolitiek, want het buitenlandse beleid van Washington krijgt hier zelden de handen op elkaar. Studerende jongeren drinken hun cola met een scheutje anti-amerikanisme, want wie achter een supermacht aanloopt, geldt als watje.

De buitenlandse politiek van Indonesië is sinds de jaren vijftig niet-gebonden en in de Koude Oorlog voer het land een middenkoers tussen Oost en West. Onder de Nieuwe Orde van generaal Soeharto (1967-1998) haalde Jakarta de economische en militaire banden met Washington aan, zonder zijn neutraliteit op te geven. Die vriendschap werd op de proef gesteld door de Golfoorlog van 1991. Toen moest Jakarta schipperen tussen de grote geldschieter en de grootste moslimgemeenschap ter wereld. Als islamitisch land koos Indonesië liever geen partij in een inter-Arabisch conflict – dat tussen Koeweit en Irak.

Sinds de val van Soeharto is er het een en ander veranderd. Tot 1998 had de regering vooral rekening te houden met de gevoeligheden van bureaucraten. Die waren gematigd anti-Amerikaans, beleden een gematigde variant van de islam en vonden Saddam Hussein een ongelikte Arabier. De elite moet nu zijn oor te luisteren leggen bij het kiezersvolk. De armen in de kampong, ook gematigde moslims, zien de krachtpatser van Bagdad als een symbool van onverzettelijkheid tegen de rijken en machtigen der aarde. Dat hij een agnost is, ontgaat hen.

Sinds Soeharto van het toneel verdween, is er nog iets veranderd. Het radicale deel van de islamitische geloofsgemeenschap werd onder de Nieuwe Orde beschouwd als staatsgevaarlijk en vervolgd. De radicalen gingen ondergronds, maar verheffen nu opnieuw hun stem. Zij gingen na 11 september 2001 de straat op om te ageren tegen de Brits-Amerikaanse aanvallen op Afghanistan. Zij joegen menige westerling in Indonesië de stuipen op het lijf, temeer daar de overheid en meer gematigde moslimorganisaties hen lieten begaan.

Ten slotte is na 1998 ook de vriendschap met de VS bekoeld. De politieke elite kan maar moeilijk verkroppen dat dezelfde Amerikanen die zoveel geduld hadden met potentaat Soeharto onder Clinton zo weinig geduld hadden met diens opvolgers, die de democratische staat opnieuw moesten uitvinden.

George W. Bush had al evenmin geduld. Na 11 september draaide hij Jakarta de duimschroeven aan: het moest partij kiezen in de oorlog tegen het terrorisme. Dat alles heeft bij Indonesische diplomaten en bureaucraten kwaad bloed gezet, want zij worden niet graag bestraffend toegesproken.

De bomaanslag op Bali van 12 oktober heeft de lucht wat geklaard. Dat die het werk bleek van radicale moslims, nota bene Indonesische staatsburgers, zette de regering en de gematigde hoofdstroom van de islam aan het denken. `Bali' bracht gematigde moslimleiders ertoe afstand te nemen van radicale avonturiers.

Een Amerikaans-Brits offensief tegen Irak zal destabiliserend werken op de nog steeds labiele verhoudingen in Indonesië. Het zal de regering van president Megawati – net als die van Soeharto in 1991 – dwingen te kiezen tussen de grote geldschieter en islamitische landgenoten. Anders dan Soeharto heeft zij echter rekening te houden met de kiezer. Die komt in 2004 opnieuw aan het woord, en dat is al gauw.

Megawati kan zich om economische redenen geen breuk met de VS veroorloven. Gezien de populariteit van Saddam Hussein bij de Indonesische armen – ook bij gematigde moslims – zullen T-shirts met zijn beeltenis gretig aftrek vinden. De leiders van islamitische partijen, die in 1999 samen niet meer dan 30 procent van de stemmen haalden, zullen pogen garen te spinnen bij een aarzeling van Megawati. Radicale moslims zullen opnieuw de straat opgaan met anti-Amerikaanse leuzen. Deze keer zal het de voorgangers van de gematigde hoofdstroom moeilijker vallen zich te distantiëren van hun radicale geloofsgenoten, want ook onder hun eigen achterban geldt Saddam als een held.

Indonesië geniet eindelijk wat binnenlandse rust, maar een oorlog in Irak zou die wel eens ruw kunnen verstoren.