Geen fraude in hbo, maar ook geen onschuld

Hoewel meer hogescholen verdacht waren, vervolgt het OM slechts één school wegens het vervalsen van 53 handtekeningen. Dat betekent niet dat de andere hogescholen nu zijn vrijgepleit in de affaire van de hbo-fraude.

Een jaar geleden leek het nog een van de van de grootste `affaires' van de laatste jaren in het onderwijs te worden. Een affaire met `spookstudenten', `studentencarroussels' en miljoenen euro's onterecht uitgekeerde subsidie.

Zeker zes hogescholen hadden `spookstudenten' ingeschreven. Studenten meestal uit Vlaanderen die wel bij de Nederlandse instelling stonden ingeschreven, maar daar niet of nauwelijks onderwijs volgden. En voor wie wél de volle mep subsidie werd aangevraagd bij het ministerie. Dezelfde studenten werden, op papier, van de Hogeschool van Amsterdam naar de hogescholen in Utrecht en Breda overgeschreven. Zo kon elke school afzonderlijk nog eens geld voor de niet-behaalde diploma's van de niet-bestaande studenten incasseren.

Dát de hogescholen hadden geknoeid met de regels, was nauwelijks meer een vraag voor toenmalig onderwijsminister Hermans. Een onderzoek van zijn accountantsdienst toonde aan dat zes hogescholen 29 miljoen euro hadden verdiend met valsheid in geschrifte en oplichting.

Wat nog moest worden vastgesteld, was of het geknoei zo erg was dat justitie de scholen kon vervolgen. Hermans vroeg het openbaar ministerie te onderzoeken of er strafbare feiten waren gepleegd. En hij vroeg de hogescholen zelf eens op te biechten welke misstappen er eventueel waren begaan. Het `zelfreinigend onderzoek' ligt voor onderzoek bij de Algemene Rekenkamer. Volgende week zullen de resultaten van dat onderzoek bekend worden.

Gisteren sprak het openbaar ministerie het verlossende woord. Voor fraude is geen bewijs gevonden. Eén hogeschool heeft op 53 inschrijfformulieren handtekeningen van studenten vervalst, Saxion Hogescholen IJsselland. Het bewijs van valsheid in geschrifte bij Saxion is niet het resultaat van noest speurwerk door het openbaar ministerie. De hogeschool heeft vanaf het begin al toegegeven, zelfs met vermelding van het precieze aantal studenten erbij, dat ze fout zat. Alleen, de vervalste inschrijfformulieren zijn nooit naar het ministerie gestuurd en er is dus nooit geld geïncasseerd.

De vijf andere hogescholen halen opgelucht adem. Bij hen is immers geen enkel bewijs gevonden voor enig strafbaar feit. De HBO-raad laat in een reactie weten blij te zijn dat de kwestie grotendeels van tafel is. Demissionair staatssecretaris Nijs (Onderwijs) lijkt de andere instellingen verder met rust te laten. Haar prioriteit, zegt het ministerie van Onderwijs, ligt in het voorkomen van misbruik van de regels in de toekomst.

En zo loopt de hbo-affaire voor de instellingen toch nog met een sisser af. Maar, zegt een woordvoerder van het landelijk parket, `geen bewijs' betekent zeker niet dat er niets laakbaars is gebeurd. ,,Er zit alleen een verschil tussen onregelmatigheden en een strafbaar feit. Over dat eerste gaat het ministerie, wij niet. Er is alleen geen sprake geweest van oplichting of valsheid in geschrifte.''

De hbo-instellingen zélf hebben al toegegeven de regels te hebben opgerekt. Nog vóórdat minister Hermans aangifte bij het OM deed, zei voorzitter Frans Leijnse van de HBO-raad dat zes hogescholen inderdaad de subsidieregels ruim interpreteerden. Dit deden zij, aldus de huidige PvdA-informateur, door constructies te bedenken die als doel hadden zoveel mogelijk subsidie te krijgen. In onderwijstermen, de `onderwijsinspanning' stond in geen verhouding tot de ontvangen rijksbijdrage.

Het misbruik bleef niet beperkt tot de 5.100 Vlaamse studenten, die de hogescholen volgens het ministerie 29 miljoen euro heeft opgeleverd. Uit het `zelfreinigend onderzoek' van eind vorig jaar, waarin de onderwijsinstellingen hun zonden moesten opbiechten, bleek het bedrag dat zij ten onrechte hadden ontvangen, ruim twee keer zo hoog te zijn. Ook enkele mbo-instellingen en twee universiteiten maakten zich bovendien meermalen schuldig aan misbruik van subsidieregels.

De instellingen bleken over allerlei variaties te beschikken om de vaak vage regels in hun voordeel uit te leggen. Een van de trucs: een hogeschool stuurt haar buitenlandse studenten naar een ver land om ze daar onderwijs te laten volgen. Voor het diploma dat ze daar halen, krijgt vraagt de hogeschool alleen wel subsidie aan bij de Nederlandse overheid.

Sommige hogescholen wezen naar het commerciële onderwijsbureau O&O, dat als bemiddelaar optrad tussen studenten en hogescholen. O&O zou slimmigheidjes hebben bedacht om zoveel mogelijk subsidie op te strijken. Maar dan blijft staan dat de hogescholen ook een deel van de onverdiende winst ontvingen. Slechts een paar hogescholen bekenden de grenzen van het toelaatbare te hebben opgezocht. Maar echt schuldig voelden ze zich daar niet over. De regels van het ministerie zijn zó vaag, zeiden ze. Dat vraagt bijna om een ruime uitleg.

En daarmee ging de `fraude-affaire' over méér dan alleen het onterecht innen van geld. Het ging ook om de mentaliteit erachter. En daarover zal de Rekenkamer een oordeel geven.