De schaduw van Irak

In de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen van drie weken geleden speelde de kwestie-Irak nauwelijks een rol. Intussen is de kwestie opgerukt naar een hoge plaats op de agenda en hangt als een schaduw boven de kabinetsformatie. De twee hoofdrolspelers, Balkenende (CDA) en Bos (PvdA), spelen bovendien dubbele rollen. Balkenende doet dat: 1) als chef van een demissionair kabinet dat in de Kamer geen meerderheid heeft, en 2) als leider van de grootste partij, die enigszins onwillig met de PvdA is begonnen aan coalitieonderhandelingen. Bos moet de glanzende verkiezingswinnaar en de nieuwe leider van een zich vernieuwende PvdA blijven, maar tevens zijn partij behoedzaam in de regering zien te krijgen. Daarbij moet hij de kwestie-Irak geen beslissend obstakel laten worden, wat niet eenvoudig is. Zo heeft Bos bijvoorbeeld ingestemd met het sturen van Nederlandse Patriot-luchtafweer naar Turkije omdat het daarbij om pure verdedigingswapens gaat die, zo zegt hij Balkenende en CDA-minister De Hoop Scheffer na, niet mogen worden beschouwd als middel ter voorbereiding van oorlog tegen Irak. Wat zegt zijn partijgenoot Koenders, fractiespecialist, vervolgens over die Patriot-systemen? Dit: ,,Ze moeten wel bestemd zijn voor de luchtverdediging van een gebied, en niet van een specifieke basis.''

Nu, of deze betrekkelijke manhaftigheid oude of nieuwe politiek is, en of Bos en Koenders hun teksten vooraf zo hebben gecoördineerd of niet, mag de vraag zijn. Maar zeker is dat het Patriot-systeem bedoeld is om raketten onschadelijk te maken (als point defense) en dat zulke raketten zelden op gebieden maar juist op militaire bases (of steden) gericht zijn. Interessanter is wat Koenders niet zei, of niet meer kon zeggen nadat Bos gesproken had. Namelijk: wij zijn, tenminste nu, tegen het versturen van Patriots naar Turkije. De SP en GroenLinks kunnen er de PvdA zometeen in de Kamer mee plagen. Wie weet kunnen deze partijen, die drie weken geleden nog een veer aan de PvdA moesten laten, dankzij de kwestie-Irak, op 11 maart weer wat terugverdienen in de Statenverkiezingen en dus in de Eerste Kamer.

Op deze pagina stond gisteren een stuk waarin Henry Kissinger een vergelijking maakte van de verhouding tussen de VS en Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk tijdens de Suez-crisis (1956) en de tegenwoordige spanningen tussen Amerika en sommige landen in Europa (Frankrijk, Duitsland, België) over de kwestie-Irak.

Maar, denk je dan, halverwege die grote stap van 47 jaar, namelijk in de periode 1979-1986, speelde er ook iets dat voor de relaties van de VS en Europa, en die tussen het Westen en de toenmalige Sovjet-Unie, grote betekenis had. Het vraagstuk dus of en wanneer West-Europa Amerikaanse kernwapens voor de middellange afstand (kruisraketten) zou stationeren als reactie op de ontplooiing van zulke wapens aan Sovjet-kant (SS-20's). Of om Moskou ertoe te bewegen van zulke wapens af te zien in ruil voor afgelasting van plaatsing van kruisraketten in West-Europese NAVO-landen.

Dit zogeheten NAVO-dubbelbesluit werd december 1979 op West-Europees verzoek genomen. Twee jaar daarvoor had de West-Duitse kanselier Schmidt gewaarschuwd dat de toenadering van de VS en de Sovjet-Unie op het gebied van strategische kernwapens (in een beoogd SALT-verdrag) schadelijke gevolgen zou kunnen hebben (in de ,,grijze zone'' van de middellange afstandwapens) voor de koppeling van de Europese veiligheid aan de Amerikaanse. Schmidt, die ter versteviging van die koppeling een meer paritaire verhouding aan middellangeafstandwapens met de Sovjet-Unie in Europa wenste, vroeg Washington in zekere zin een nucleaire herverzekering van de Amerikaanse veiligheidsgarantie. Een tweede polis van dezelfde verzekeraar, het had iets van een politiek curiosum. Het is allemaal lang geleden, en nog ingewikkeld ook, maar wat het hier te lande extra spannend maakte, was dat Schmidt andere West-Europese NAVO-landen, waaronder Nederland, had opgeroepen om het politieke draagvlak te verbreden door zonodig plaatsing van kruisraketten op hun grondgebied toe te staan.

In de gedachte plaatsingslanden waren het juist de Bondsrepubliek en Nederland die over het dubbelbesluit een jarenlang woedend debat met een zware inzet van partijpolitiek geweld beleefden. Schmidt zou mede om deze kwestie uiteindelijk geïsoleerd raken in zijn partij, de SPD, en zijn kanselierschap verspelen in 1982. Zijn opvolger Kohl (CDU) zette daarna plaatsing in West-Duitsland van de middellangeafstandwapens door, ondanks dreigementen uit Moskou. In Nederland, trokken twee dingen de aandacht die ook vandaag nog de moeite waard zijn om aan te herinneren. Ten eerste: sinds 1977 regeerde premier Van Agt met een centrumrechtse coalitie die niet alleen maar een kleine meerderheid had in de Tweede Kamer, maar bovendien afhankelijk was van circa tien `dissidenten' in de CDA-fractie, `tegen' wie hij eind '79 de portefeuillekwestie moest stellen om het NAVO-dubbelbesluit te overleven. Het zou nog tot juni 1984 duren voor Nederland onder Van Agts opvolger Lubbers een voorwaardelijk plaatsingsbesluit nam, dat november 1985 definitief werd. Ten tweede: de PvdA was niet alleen mordicus tegen de komst van kruisraketten, maar greep de kwestie mede aan om het verdeelde CDA erop te laten splijten. In die zin was de raket het laatste grote polarisatiemiddel dat de PvdA inzette tegen het confessionele centrum. Dat pakte verkeerd uit. Toen eenmaal toch tot plaatsing was besloten, werd zij de gevangene van haar eigen radicale nee en leek tot een langdurige oppositieperiode veroordeeld. Zij dankte het even later aan de presidenten Reagan en Gorbatsjov, en hun akkoord over algehele verwijdering van nucleaire middellangeafstandwapens uit Europa, dat zij uit haar politieke dead lock bevrijd raakte.

Uit Bos' behandeling van de kwestie-Irak valt tot nu toe op te maken dat hij niet van plan is om de PvdA op een buitenlands politiek thema in een isolement te laten raken. Verbazender is de houding van oud-premier Van Agt, die zondag in het tv-programma Buitenhof de staf brak over Balkenende en De Hoop Scheffer wegens ,,het gemak'' waarmee zij achter de Irak-politiek van de VS staan. Waarom zou hij, gezien zijn eigen vroegere belevenissen, zijn vrienden niet gebeld of een brief geschreven hebben, vraag je je af. Of wilde hij zó graag voor de camera, dat hij dat nu zelf maar als dissident deed?