De mens achter de Irakees

Sommige Irakese overheidsbegeleiders van journalisten schijnen in eigen land bekende gezichten te zijn. Vandaar dat vrouwen zich snel uit de voeten maken. Want ze zouden wel eens bij die begeleiders in de smaak kunnen vallen en dan worden ze later – als het werk met de journalist is gedaan – opgehaald voor een verkrachting of erger. De zonen en neven van Saddam Hussein geven het voorbeeld. In zo'n omgeving hoef je niet meer na te denken over de theologische nuances van de gezichtssluier. De journalist heeft vaak niet in de gaten dat hij van zo'n seksbeluste begeleider afhankelijk is. Alsof hij met een grommende beer achter zich aan een wandelingetje maakt. Ik dacht aan het verhaal over de snel verstopte dochter, toen SBS-verslaggeefster Irene Jansen in Bagdad gisteren in B&W zei dat ze wil zoeken naar ,,de mens achter de Irakees''. Die kan ze maar beter niet vinden.

Haar collega Peter Tetteroo van Netwerk, die de Golfoorlog versloeg en nu naar Jordanië gaat, vindt dat je in zo'n oorlog moet laten zien dat Irakezen ook gewone mensen zijn die naar een voetbalwedstrijd gaan en tv kijken. Maar dat zijn ze juist niet. Ze leven in omstandigheden die onvergelijkbaar zijn met de onze. Om dat te vertellen heb je veel kennis nodig van die verschillen.

Zo'n zichtbare camera is een handicap bij de oorlogsverslaggeving. Daar kunnen televisiemakers niets aan doen. Wat je filmt kan iedereen zien. En toch moet je beelden hebben. Die kunnen worden gecontroleerd door de begeleiders. Vandaar dat tv-verslaggevers altijd als eerste een visum krijgen. Het is of je aan de hand van STER-spots moet tonen hoe Nederland eruit ziet. Natuurlijk vertel je er wel bij dat het slechts STER-spots zijn, maar toch.

Bij B&W vertelden veteraan-verslaggevers hoe ze dat doen. Peter Tetteroo zei dat hij geen dissidenten filmde omdat hij hen dan in gevaar brengt. Dat soort problemen heeft een verslaggever voor de krant of de radio niet. Die kan gewoon schrijven of vertellen wat hij heeft gehoord of gezien. Ik meende gisteren in dat gesprek ook een kenniskloof te zien tussen degenen die voor de televisie werken en degenen die andere media bedienen.

Moustapha Oukbih, verslaggever voor Radio 1, is al vaker naar Bagdad geweest. Hij spreekt Arabisch en kan dus zelf van alles lezen en met iedereen praten, een enorm voordeel. Toch was hij gisteren het meest sceptisch over de journalistieke mogelijkheden in Irak. Het zou nu wel eens harder kunnen toegaan als Bagdad tijdens een oorlog wordt ingenomen. De ervaren oorlogsverslaggever voor Nieuwe Revu, Arnold Karskens, was optimistisch. Wat moet je anders, als je je daar waagt? Hij loopt niet in het oog en kan alles ongezien noteren. Hij wees op de reuze-investeringen van televisiemaatschappijen als CNN en ABC in de oorlogsverslaggeving, want die levert kijkcijfers op. Die willen het land niet worden uitgezet door het uitzenden van zaken die in Irak controversieel zijn.

Volgens Tetteroo heeft de aanwezigheid van de Nederlandse televisie in Irak een meerwaarde. Hij had net een bandje opgestuurd naar een Amerikaanse zender waarop Irakezen zeggen wat ze van Amerika vinden. Dat schijnen ze in Amerika namelijk niet te weten. ,,De Irakezen zeggen allemaal hetzelfde: We hebben een hekel aan de Amerikaanse regering, maar niet aan het Amerikaanse volk. Hoe kan het nou dat geen enkele Amerikaanse journalist dat aan Irakezen heeft gevraagd?'', zei Tetteroo. Zouden die cohorten Amerikaanse journalisten echt allemaal dommer zijn dan Tetteroo? Dat Irakezen geen hekel hebben aan het Amerikaanse volk maar wel aan de regering, is het officiële Irakese regeringsstandpunt. Ik heb het de minister van Buitenlandse Zaken, Tariq Aziz, vaak zien zeggen. In werkelijkheid denken niet alle Irakezen hetzelfde. Over de nuances vertelde de Vlaamse VRT-correspondent Vranckx vorige week per satelliet in Nova. Hij was zonder begeleider van Bagdad naar Basra gereisd en proefde tijdens achtergrondgesprekken met Irakezen een zekere gelatenheid over de komende oorlog. Minder strijdlustig dan voor de Golfoorlog. Het laat zien dat je ook in je eentje wat kunt bereiken. Ik bewonder de moed van de Nederlandse tv-verslaggevers. Hun aanwezigheid zal ook nut hebben. Maar ik hoop dat er ook veel aanvullend materiaal van meer gespecialiseerde buitenlandse zenders, BBC en andere, zal worden ingekocht.