Centrum EU voor veilig internet

Een `Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging' moet de lidstaten van de Europese Unie gaan helpen bij het bestrijden van computervirussen en cybercriminaliteit. Eurocommissaris Erkki Liikanen (Informatiemaatschappij en Bedrijven) heeft gisteren een ontwerp-verordening gepresenteerd. Het agentschap moet volgens Liikanen als ,,expertisecentrum'' dienen.

Nu verzamelen zowel openbare als particuliere instellingen gegevens over incidenten en andere gegevens die van belang zijn voor informatiebeveiliging. Het op te richten agentschap moet al dergelijke gegevens verzamelen en analyseren ter ondersteuning van Europees beleid en nationale initiatieven.

Ook zal het agentschap initiatieven nemen voor samenwerking tussen verschillende belanghebben, bijvoorbeeld om de ontwikkeling van veilige elektronische handel te bevorderen. Het agentschap moet voorts nationale computercalamiteitenteams bijstaan, waarbij de interoperabiliteit van beveiligingsvoorzieningen moet worden gegarandeerd.

Liikanen wees ook op het wereldwijde karakter van netwerkbeveiliging, omdat elektronische communicatiesystemen niet ophouden bij de Europese grenzen. Daarom moet het agentschap ook ondersteuning bieden aan relaties met belanghebbenden in landen buiten de Europese Unie.

,,Samenwerking is een vitale voorwaarde voor de veilige werking van netwerken en informatiesystemen in Europa'', aldus Liikanen. Hij wees erop dat meer dan 90 procent van alle bedrijven in de Europese Unie over een internetverbinding beschikt en dat de meerderheid ook een eigen website heeft.

In 2002 had 40 procent van de huishoudens internet en ruim tweederde van de bevolking heeft een mobiele telefoon. Nieuwe draadloze toepassingen geven gebruikers toegang tot internet. Bovendien hebben gebruikers door breedbandaansluitingen (snel internet) de mogelijkheid van een permanente internetverbinding, waardoor beveiligingsproblemen toenemen.

De lidstaten en het Europees Parlement moeten zich nog over de ontwerp-verordening uitspreken voordat deze kan worden toegepast in de landen van de Europese Unie.