Birmese junta maakt belofte niet waar

Voor het eerst mocht Amnesty International Birma in. Maar de delegatie was nog niet vertrokken, of opnieuw verdwenen activisten in de cel. Wat wil de junta nu eigenlijk?

,,We kregen alle medewerking en ook de verzekering dat niemand van onze gesprekspartners zou worden vervolgd.'' Demelza Stubbings, van Amnesty International Azië, is misschien wat te goed van vertrouwen geweest. Voor het eerst mocht de mensenrechtenorganisatie Birma bezoeken, het land dat door de militaire junta is omgedoopt tot Myanmar. Stubbings vormde samen met een collega de Amnesty-delegatie en vroeg de junta om de onmiddellijke vrijlating van 19 politieke gevangen. Gisteren kreeg ze haar antwoord: nog eens twaalf democratische activisten zijn gearresteerd wegens ,,anti-regeringsactiviteiten en -pamfletten''.

Wat drijft de militaire junta en welke kant gaat het op met de mensenrechten in Birma? Sinds mei 2002 weten de vele waarnemers van Birma dat niet meer. In die maand werd oppositieleidster en Nobelprijswinnaar (Vrede) Aung San Suu Kyi vrijgelaten. Althans, het huisarrest waaronder ze gebukt ging, werd opgeheven nadat ze anderhalf jaar eerder tevergeefs had geprobeerd haar politieke geestverwanten in het noorden van het land te bezoeken.

Suu Kyi's partij, de Nationale Liga voor Democratie, behaalde in 1990 bij parlementsverkiezingen 392 van de 485 zetels, maar de junta annuleerde het resultaat. Een mensenrechtenschending van formaat van een militaire junta die economisch wint bij grootschalige dwangarbeid en kinderen dwingt tot het leger toe te treden. Het slechts beëindigen van een huisarrest lijkt in verhouding hiermee een klein gebaar, maar het werd als een vrijlating gevierd met alle optimistische vooronderstellingen van dien. Het begin van het einde van de wrede junta, durfde men hier en daar te denken.

Nu, negen maanden later, kan daar geen sprake meer van zijn. De militaire machthebbers veroordeelden hun belangrijkste economische rivalen, familieleden van oud-dictator wijlen Ne Win, ter dood. De Verenigde Staten typeren Birma nog steeds als `narco-staat' en dreigen met handelssancties vooral op het voor Birma lucratieve gebied van textiel. Dit ondanks pogingen van de gematigde militairen in het Birmese regime de relatie met de VS te verzachten en verbeteren. De `harde' en `antiwesterse' juntaleden profiteren en worden met open armen ontvangen door China, dat honderden miljoenen dollars aan boterzachte leningen heeft klaarliggen voor de junta, die daarmee alleen maar steviger in het zadel komt te zitten.

Intussen neemt het ongeduld toe. ,,Ze leeft nog steeds in een kooi, zij het een grotere'', zeggen in het buurland Thailand gestationeerde Birmese journalisten over Aung San Suu Kyi. En: ,,Ze geeft alleen maar vage antwoorden, want ze zegt dat ze elk ogenblik weer onder huisarrest kan worden geplaatst.''

Er verschijnen zowaar hier en daar artikelen in de Aziatische media met (voorzichtige) kritiek op de oppositieleidster. De strekking daarvan is dat het rendement van haar handelen zeer mager is en dat ze er tegelijk niet in is geslaagd aan haar principes vast te houden. De critici verwijzen naar 1999, toen ze een aanbod van de junta afsloeg om naar haar stervende echtgenoot in Groot-Brittannië te reizen, op voorwaarde dat ze weg zou blijven. Zij vergelijken dit offer met het onderhandelen vorig jaar met de junta over het opheffen van haar huisarrest.

Sindsdien zijn er veel politieke gevangen vrijgelaten, maar de hoge verwachtingen dat oppositie en junta echt met elkaar zouden gaan onderhandelen over een beter Birma, werden niet waargemaakt. Tenminste, niets duidt nu op zulke gesprekken. En zouden ze hebben plaatsgehad, dan hebben ze in ieder geval niets opgeleverd, schrijft Azië-kenner David Steinberg van Georgetown University vandaag in de International Herald Tribune. ,,Behalve dan een diepe frustratie van de internationale gemeenschap.''

Ook bevestigde het eerste Birma-bezoek van Amnesty International dat politieoptreden, rechtszittingen en detentieomstandigheden nog steeds mensenrechten schenden en naar internationale maatstaven volslagen tekortschieten. Van vrijheid van meningsuiting is volgens Stubbings van Amnesty al helemaal geen sprake. En, constateert ze, er zitten nog altijd 1.200 tot 1.300 politieke gevangen vast.