Beschuldigingen verhullen pragmatisme Iran en VS

President Bush deelde Iran in in zijn As van het Kwaad. Maar een oorlog tegen Irans buurland Irak komt dichterbij, en dat heeft consequenties voor de verstandhouding tussen Washington en Teheran.

Het was voorspelbaar: dat de Iraanse bekendmaking van eigen uraniumreserves zou leiden tot waarschuwingen uit Washington over Iraanse nucleaire wapenplannen. Irans eerste kerncentrale, die met Russische hulp wordt gebouwd, moet dit jaar in bedrijf komen en president Khatami zei zondag dat Iran vastbesloten is uiteindelijk de hele splijtstofcyclus zelf te controleren. De Amerikaanse regering reageerde daar gisteren op met een uitspraak van ,,diepe bezorgdheid'' over de Iraanse nucleaire ambities die ,,zogenaamd vreedzaam'' zijn maar in werkelijkheid alleen maar ,,een voorwendsel voor het bevorderen van een kernwapenprogramma''. Iran is door president Bush vorig jaar niet voor niets samen met Irak en Noord-Korea ingedeeld in zijn As van het Kwaad.

Aan Iraanse kant behoren boze beschuldigingen tegen de Verenigde Staten en hun plannen met Irak en de rest van de wereld tot het ritueel. President Khatami haalde gisteren nog uit naar de Amerikaanse strategie van preventieve aanvallen die de mensheid blootstelt aan ,,de grootste gevaren'' en in strijd is met het internationaal recht. Voor een gehoor van buitenlandse diplomaten herhaalde hij tegelijk de Iraanse oppositie tegen elke Amerikaanse militaire actie tegen Irak. Het leiderschap van de Islamitische Republiek Iran is niet vergeten dat dat Amerika een Grote Satan is.

Maar de wederzijdse beschuldigingen verhullen het pragmatisme dat óók aan beide zijden bestaat. Voor de Amerikanen is het straks onhandig oorlog voeren met een vijandig land aan Iraks langste grens. De Iraniërs op hun beurt herinneren zich maar al te goed dat de Iraakse president Saddam Hussein in 1980 een moordende oorlog tegen hen begon, inclusief gebruik van chemische wapens. Ook houden zij hun regionale belangen goed in de gaten: wie zich buiten een oorlog houdt of die zelfs tegenwerkt, die zal geen invloed hebben op de ontwikkelingen ná Saddam Hussein. Of erger. Een omsingeling door pro-Amerikaanse regimes (Afghanistan, Pakistan, Turkije) is voor het Iraanse leiderschap een schrikbeeld. Als de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell (6 februari) zegt dat de val van Saddam Hussein het Midden-Oosten nieuwe vorm kan geven op een manier dat de Amerikaanse belangen ermee worden gediend, huivert Teheran. Het weet dat Amerikaanse neoconservatieven erop hameren dat ook het Iraanse regime wordt gewisseld.

In die zin was het nauwelijks een verrassing dat Amerikaanse kranten vorige week een geheime ontmoeting, ,,ergens in Europa'' meldden tussen Amerikaanse en Iraanse regeringsfunctionarissen: The Washington Post sprak van een poging om Teheran ,,te neutraliseren''. De Amerikanen zouden concreet hebben verzocht om humanitaire hulp en om sluiting van de grens voor vluchtende Iraakse troepen die zich op Iraans gebied zouden kunnen hergroeperen. Tegelijkertijd wordt Iran via derde partijen – zoals de Iraakse Koerdenleider Jalal Talebani – verzekerd dat er (nu) geen Amerikaanse aanval op Teheran dreigt.

Iran is geen supermacht, dus zijn pragmatisme is net als tijdens de Afghaanse oorlog van 2001 vele malen groter dan dat aan Amerikaanse kant. De Iraanse marine werkt sinds enkele maanden voorbeeldig samen met de geallieerden in de speurtocht naar tankers in de Golf die Iraakse smokkelolie vervoeren. Vroeger knepen de Iraniërs een oogje toe in ruil voor betaling van beschermingsgeld. De Iraakse shi'itische oppositie, die in Zuid-Iran is gevestigd, werkt ongehinderd door de Iraanse autoriteiten met Washington samen. Ahmed Chalabi, de leider van het volledig door de Amerikaanse overheid betaalde Iraaks Nationaal Congres, werd met het oog op de toekomst vorige maand met alle egards in Teheran ontvangen. Dat was volgens de Arabische krant Asharq al-Awsat de reden dat de Syrische president Bashar al-Assad zijn afgesproken bezoek aan Teheran op het laatste moment annuleerde. Assad zag in het ,,ongebruikelijk warme welkom voor de ene Iraakse oppositieleider na de ander'' een de facto verschuiving van het Iraanse standpunt richting `regimewisseling' in Bagdad.

Met een oog op eventuele latere Amerikaanse preventieve acties is Iran intussen bezig zich te verzekeren van zoveel mogelijk internationale steun. Minister van Buitenlandse Zaken Kamal Kharrazi reist de wereld rond, met als voorlopig hoogtepunt zijn bezoek van vorige week aan Londen, waar zijn ambtgenoot Straw hem ,,mijn goede vriend'' noemde en premier Blair hem ontving. Blair had in december nog geweigerd de Israëlische minister Netanyahu te ontvangen, en Kharrazi's succes werd met woede in Israël genoteerd.