Assad: VS moeten Arabieren met respect bejegenen

De Syrische president Bashar Assad gaf me gisteren een van zijn zeldzame interviews. Volgens afspraak citeer ik niet rechtstreeks uit ons gesprek, maar ik kan wel globaal aangeven wat de jonge Syrische leider denkt aan de vooravond van een mogelijke Amerikaanse oorlog met Irak.

Een eenvoudige samenvatting van de opmerkingen van Assad is dat zijn vader Hafez, een van de felste haviken uit de Arabische wereld, het in weinig met hem oneens zou zijn geweest. Weliswaar erkent de nieuwe Syrische leider de noodzaak tot politieke verandering, maar hij blijft ook gebonden aan de traditionele Arabische politieke eensgezindheid. In dat opzicht is de Arabische toekomst even onstuitbaar als het verleden.

De 37-jarige Syrische president uitte sterke en soms misprijzende bezwaren tegen de Amerikaanse oorlogsplannen. Hij vergeleek de Amerikaanse politiek met een auto die op een groot betonblok af raast, en zei dat de komende weken zullen uitwijzen wat sterker is de auto of het betonblok.

Ook als Amerika met zijn militaire macht door het betonblok heen kan rijden, vroeg Assad, wat vindt het dan aan de andere kant? Is er een pad vol rozen, zoals de optimistische Amerikaanse beleidsvormers lijken te geloven, of stort de Amerikaanse auto in een diep dal?

Assad verwierp de suggestie van de regering-Bush dat een snelle overwinning in Irak een nieuwe toekomst betekent voor heel de Arabische wereld. Dergelijke praatjes maskeren in zijn ogen het echte Amerikaanse strategische doel, dat, naar hij vermoedt, de controle over de Iraakse olie is.

Assad is bang dat een oorlog met Irak het gebied tientallen jaren achteruit zal werpen en oude standpunten en ideologieën zal versterken. Als het oorlog wordt, vreest hij, zal het terrorisme toenemen en de situatie mogelijk uit de hand lopen. De Arabische wereld zal gaan koken, meent hij. En als water kookt, kookt het algauw over.

Assad weet dat het in de Syrische maatschappij gist. De jeugd hunkert naar meer openheid en economische kansen. Maar hij regeert met de steun van zijn vaders oude garde uit het leger en de inlichtingendiensten, en hij moet behoedzaam te werk gaan. Hij wil geen verband leggen tussen zijn eigen moderniseringsplannen en de campagne tegen Irak, want dat beschouwt hij als een mogelijke doodskus.

In plaats van over `democratie' of `liberalisering' praat Assad over `politieke ontwikkeling' in Syrië. Hij wil het land moderniseren door te werken aan de zwakke punten, zoals het gemis van een moderne, wetenschappelijke aanpak om problemen op te lossen. Hij vindt bijvoorbeeld dat Syrië in de jaren negentig te voorzichtig is geweest in zijn benadering van het internet. Over een jaar moet de basisstructuur van het Syrische internet klaar zijn.

Een lossere politieke controle zou goed zijn voor Syrië, vindt Assad, en dat niet alleen als prijs voor economische ontwikkeling à la China. Maar de overgang moet wel plaatsvinden onder een plafond van stabiliteit. In een wiskundige formule: stabiliteit plus vrijheid is gelijk aan een sterker gebied.

Syrië kan een opknapbeurt goed gebruiken. Damascus, eens een welvarend knooppunt in het Midden-Oosten, maakt een wat sjofele indruk. Tijdens de Koude Oorlog werd het socialistische bewind hier overeind gehouden door geld en wapens uit de Sovjet-Unie, maar die tijd is allang voorbij.

Achter de schermen zijn er tekenen van beweging. Zo bevestigde Assad dat de Syrische inlichtingendiensten heimelijk de Verenigde Staten en Europa helpen bij de jacht op terroristen van Al-Qaeda. Ook heeft Syrië zich aangesloten bij de meerderheid van 15-0 waarmee de VN-Veiligheidsraad in oktober instemde met Resolutie 1441, die de ontwapening van Irak eiste.

Critici zullen misschien stellen dat Assad te voorzichtig is dat dit het moment is voor politieke verandering en dat Syrië een essentiële kans laat lopen als het nu pas op de plaats maakt.

Maar de jonge Syrische leider is duidelijk van mening dat op dit ogenblik de risico's om al te openlijk in verband te worden gebracht met de Amerikaanse oorlog in Irak, veel groter zijn dan de mogelijke voordelen.

Wat de regering-Bush niet inziet, zei Assad, is dat voor Arabieren waardigheid gaat boven alles zelfs boven voedsel. Zolang de Amerikaanse politiek die werkelijkheid niet erkent, waarschuwde hij, is ze gedoemd te mislukken.

David Ignatius is collumnist van de Washington Post