Arafat als toeristische attractie

De ster van de Palestijnse leider Yasser Arafat is gedaald. Diplomatiek is hij geïsoleerd, bestuurlijk machteloos. En in plaats van met wereldleiders praat hij nu met toeristen.

Een Canadese student Oriëntaalse studies die toevallig even in Ramallah was, de schoonmoeder van een Amerikaanse correspondent en misschien een keer een parlementslid van een kleine, meestal groene, splinterpartij uit Europa. Hussein Hussein is te loyaal en anders wel te beleefd om het hardop toe te geven, maar het is onontkoombaar: nog nooit in zijn zestien jaar als persoonlijk fotograaf van de Palestijnse leider Arafat heeft hij zo veel onbeduidende en zo weinig prominente delegaties vastgelegd als nu. Vroeger liepen wereldleiders de deur bij Arafat plat, en vice versa. Critici als de Palestijnse psychiater Iyad Serraj sprak spottend van ,,de vliegende tapijt-regering'' – altijd was Arafat op reis in Europa, Amerika en de Arabische wereld.

Maar na het begin van de intifadah in september 2000 is Arafats ster diep gedaald. Zeker nu het Israëlische electoraat de havik Sharon met een verpletterende marge verkoos boven het vredesprogramma van de Arbeidspartij, staat Arafat volledig in de marge. Mocht er zodadelijk een oorlog uitbreken in Irak, dan vrezen veel Palestijnen dat Arafat tegen een `verdwaalde' Israëlische kogel oploopt, dan wel wordt verbannen. Arafat zal het moeten afwachten, diplomatiek geïsoleerd en bestuurlijk machteloos.

,,Clinton was heel aardig, heel beleefd ook'', mijmert Hussein in het vrijwel volledig door Israël kapotgebombardeerde presidentiële hoofdkwartier in Ramallah. Twee gebouwen staan nog overeind, tegenover een intimiderende berg gebulldozerde Palestijnse auto's. Voor de rest is alles stuk, en Arafat mag Ramallah al meer dan een jaar niet uit. Omdat hij te weinig heeft gedaan tegen de aanslagen van Hamas en andere extremistische groepen is hij door premier Sharon officieel `irrelevant' verklaard. Het gevolg is dat Nobelprijswinnaar Yasser Arafat is gereduceerd tot een toeristische attractie. Zelfs zijn eigen landgenoten kunnen hem nauwelijks meer bezoeken, want de nu geldende pasjeswetten voor Palestijnen in de bezette Westelijke Jordaanoever maken verkeer tussen steden vrijwel onmogelijk.

,,Mijn moeder uit Engeland kwam me opzoeken voor vakantie'', vertelt de vrouw van de Amerikaanse correspondent. ,,Op de laatste dag dachten we: misschien wel leuk om bij Arafat langs te gaan. Dus even gebeld en toen hebben we met hem een glaasje bananennectar gedronken. Mijn moeder vond het prachtig.'' Alleen voor journalisten werpt Arafats gehavende afdeling protocol nog barrières op die doen denken aan de tijd dat een interview met Arafat zo ongeveer het hoogst bereikbare was. Voor andere westerlingen is het praktisch open huis bij de man die volgens de Oslo-vredesakkoorden geen president mag heten en daarom wordt aangeduid als `chairman Arafat'.

Van iedere gast die Arafat de afgelopen zestien jaar ontving, heeft fotograaf Hussein een foto gemaakt, tienduizenden stuks. De laatste tijd werkt hij digitaal, zodat de bezoeker meteen een aandenken mee naar huis kan krijgen. Een kopie gaat naar het archief in Gaza – via e-mail want Arafat mag niet eens meer naar Gaza. Hussein Hussein fotografeerde de afgelopen jaren vrijwel iedereen, van Chirac tot Mubarak en van Boutros Ghali tot Joschka Fischer. ,,Maar het hoogtepunt was de foto met Nelson Mandela'', zegt Hussein. De kliek rond Arafat vergelijkt hun leider graag met Mandela, ook een man die tot het laatst toe door grootmachten als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië werd afgeschreven als een terrorist, maar die de geschiedenis zal ingaan als vredestichter.

Maar eigenlijk moet iedereen in Ramallah en elders toegeven dat Arafats kansen op zo'n plek in de annalen vrijwel tot nul zijn teruggelopen. Israël en Amerika eisen dat de Palestijnen een nieuwe leider kiezen, voordat onderhandelingen zullen worden hervat. Tegelijkertijd maakt de Israëlische herbezetting van Palestijnse gebieden inclusief afgrendelingen en uitgaansverboden diezelfde verkiezingen onmogelijk. Het is een impasse waarmee vooralsnog zowel Bush als Sharon heel tevreden lijkt.

En zo zit Abu Ammar, zoals Arafat wordt genoemd, gekooid in zijn hoofdkwartier. Arafat doet haast niets anders dan werken, dat wil zeggen bezoek van delegaties. Een westerse waarnemer vertelt hoe die bezoeken van internationale gasten bij Arafat verlopen. ,,De gast gaat zitten, Arafat knikt en zegt dingen als `it's very bad' of: `the situation, it is not good'. Soms kijkt hij minuten glazig uit zijn ogen, om dan opeens iets te vertellen over zijn jaren in Beiroet of Tunis. Het kan dat Arafat een spelletje speelt en eigenlijk precies weet wat er gaande is. Dat deed hij vroeger heel vaak. Maar feit is dat ik al tijden geen zinnig woord meer over zijn lippen heb horen komen.''