Zwitserse tennissers mentaal de meerderen

Martin Verkerk had de held van het Nederlandse Davis-Cupteam moeten worden, maar hij verliet het Arnhemse Gelredome gisteren als de grote schlemiel. Captain Tjerk Bogtstra had vooraf een prachtig droomscenario in gedachten, waarin zijn troefkaart tegen Zwitserland het beslissende punt binnen zou slepen. In de praktijk bleek dat Verkerk (24) ervaring tekort kwam om van de Zwitser Michel Kratochvil te winnen.

De Nederlander stelde nog wel even vast dat zijn tegenstander ,,zeker niet de betere tennisser was geweest'', maar een dergelijke constatering is niets waard, slechts het resultaat telt. Een dolgelukkige Kratochvil pakte in vier sets (1-6, 7-6, 7-6 en 6-1) het derde punt dat zijn land naar een plaats in de kwartfinales bracht. Daarin ontmoet het begin april Frankrijk. Het Davis-Cupjaar mag voor Nederland als mislukt worden beschouwd. De ploeg is net als vorig jaar veroordeeld tot het (in september) spelen van een promotie/degradatiewedstrijd tegen een nog nader te bepalen tegenstander.

Na de overtuigende winst van Paul Haarhuis en Martin Verkerk in het dubbelspel zaterdag, tegen Roger Federer en George Bastl, was Bogtstra er heilig van overtuigd dat zijn ploeg op de laatste dag feest ging vieren. En ook nadat Sjeng Schalken in de vierde partij door de Zwitserse wereldtopper Federer in drie sets (7-6, 6-4 en 7-5) was terechtgewezen, maakte de captain zich geen zorgen. Doelbewust had hij zijn voormalige Davis-Cupheld Raemon Sluiter gepasseerd voor het laatste enkelspel ten faveure van de zelfverzekerde Verkerk. Deze voelde zich na zijn toernooizege van vorige week in Milaan namelijk onverslaanbaar.

Onder luid gejuich betrad Verkerk samen met Kratochvil de rubberen mat voor de wedstrijd van de waarheid. Het `kanon' uit Alphen aan den Rijn begon uiterlijk onbewogen aan zijn opdracht. Dankzij services met een snelheid van boven de tweehonderd kilometer per uur overblufte hij zijn tegenstander. In een recordtijd veroverde Verkerk de eerste set. Bogtstra stelde na afloop dat hij op dat moment het gevoel had dat hij naar een ,,6-1-, 6-4- en 6-4-wedstrijd'' aan het kijken was. Schijn bedroog.

In de tweede set kreeg de kleinere Kratochvil steeds meer greep op het servicegeweld van de Nederlander. Desondanks kreeg de Zwitser nooit een kans om de opslag van Verkerk te breken. Op karakter wist hij een tiebreak af te dwingen. Daarin leek Verkerk alsnog de winst naar zich toe trekken toen hij een 5-3 voorsprong pakte. Met gebalde vuisten zweepte hij het publiek op. Maar in plaats van toe te slaan leverde hij op het beslissende momenten een dubbele fout en een misser af. Kratochvil verzilverde zijn eerste setpoint vervolgens wèl. In plaats van 2-0 was het plotseling 1-1.

In de derde set voltrok zich nagenoeg hetzelfde (pijnlijke) scenario. Opnieuw vertoonde Verkerk het beste spel. Maar hij moest toch weer toezien hoe Kratochvil een tiebreak binnensleepte. De Zwitsers begonnen onder aansporing van captain Marc Rosset aan een psychologische oorlogsvoering. Na vrijwel iedere beslissing van een lijnrechter vervielen Kratochvil en Rosset in een enorme klaagzang. De Nederlandse equipe liet zich zichtbaar intimideren door de Zwitserse captain, die de strijd na afloop vergeleek met een oorlog waarin alles geoorloofd is.

Opnieuw was het Verkerk die juichend en springend als eerste een voorsprong van twee punten pakte (6-4) in de tiebreak. Kratochvil hield echter met kunst- en vliegwerk stand tegen de tennisser die té graag wilde scoren. Op 6-6 haalde Kratochvil de trucendoos open. Op het laatste moment stak hij zijn hand op voordat Verkerk de bal met een angstaanjagend tempo langs hem joeg. De Duitse arbiter Roland Herfel gebood daarop onder luid gejoel van de toeschouwers het punt over te spelen. Heel even verloor Verkerk daardoor zijn concentratie. Bogtstra stond stampvoetend langs de baan. Voordat de Nederlanders waren bedaard was de derde set al gewonnen door Kratochvil.

Iedereen van de Nederlandse ploeg ging verhaal halen bij de Amerikaanse hoofdscheidsrechter Brian Earley, maar die greep tot woede van Bogtstra niet in. Rosset daagde het publiek uit door de handen aan zijn oren te zetten. Een striemend fluitconcert klonk door het Gelredome. Rosset was dan ook niet naar Arnhem gekomen om vrienden te maken, maar om ten koste van alles de winst te pakken. En dat lukte. In de vierde set was de internationaal nog onveraren Verkerk kapot gespeeld door de man die vorig jaar op Wimbledon nog de vierde ronde haalde.

Kratochvil sprong Rosset in de armen en werd bedolven onder zijn ploeggenoten. De Nederlanders keken sprakeloos voor zich uit. Het publiek liet zich van zijn slechtste kant zien door de zege van Zwitserland te begroeten met gefluit. Bogtstra deed er nog een schepje bovenop door geëmotioneerd voor de camera's van Studio Sport te roepen dat de Zwitsers de derde set gestolen hadden. Later gaf Bogtstra toe dat Verkerk gewoon zijn kansen had moeten pakken.

Vooraf hadden de Nederlanders meewarig naar de resultaten van Kratochvil gekeken. Nog nooit had de Zwitser een partij in vijf sets weten te winnen en in de Davis Cup had hij zes van de zeven wedstrijden met een nederlaag beëindigd. Daarbij werd voor het gemak even vergeten dat Verkerk nog nooit een vijfsetter op het hoogste niveau had gespeeld en dat de enige wedstrijd die hij voor Nederland speelde vorig jaar verloren ging tegen de Fin Nieminen.

De ervaren spelers zaten bij Nederland op de bank. Onder het oog van de geblesseerde Richard Krajicek en dubbelspeler Haarhuis werd de `gouden generatie' haar laatste kans op een stunt in het Davis-Cuptoernooi definitief ontnomen, omdat de jongeren er niet in slaagden hun te vroeg toegekende heldenstatus waar te maken.