Voor de koningin telt leeftijd niet

Sprintster Merlene Ottey maakt na twee jaar blessureleed op 42-jarige leeftijd haar rentree. Aan stoppen denkt ze nog lang niet, want ze wil volgend jaar naar de Olympische Spelen. ,,Voor mij bestaat leeftijd niet.''

De blik in haar ogen maken woorden overbodig. Steeds weer reageert Merlene Ottey oprecht verbaasd op de terugkerende vraag: waarom een rentree op 42-jarige leeftijd? Alsof ze kort daarvoor op de baan niet haar benen had laten spreken. Ottey won gisteren in Gent de 60 meter bij het sterk bezette toernooi Indoor Vlaanderen haar heat en werd vervolgens in de finale alleen verslagen door de wereldkampioen op de 100 meter, Zhanna Block (voorheen Pintosevitsj) uit de Oekraïne. Voor wie het toen nog niet duidelijk was: de koningin is terug.

Zelfs tussen de vele toppers van de sprint blijft Ottey een pareltje, aan wie het enorme leeftijdsverschil met haar concurrentes niet is af te zien. En haar ranke lichaam wordt nog immer gedragen door benen die een hoge loopfrequentie kunnen ontwikkelen. Verbazingwekkend voor een veertiger die de laatste twee jaar is geteisterd door knie- en spierblessures en aan wie de internationale competitie grotendeels voorbij is gegaan. Parafraserend op een tekst van rockgroep ZZ Top zou je over Ottey kunnen zeggen: she's got legs and knows how to use them.

Leeftijd is voor Ottey een relatief begrip, omdat ze altijd zuinig op haar lichaam is geweest. In fysieke zin schuilt daarin het geheim van haar lange loopbaan. In moreel opzicht dankt de sprintster haar lange adem aan een combinatie van passie en ambitie. ,,En vertrouwen, veel vertrouwen in mezelf'', voegt ze er aan toe. ,,Ik praat zelden over mijn leeftijd. Het is de buitenwereld die voortdurend aan mijn leeftijd refereert. Dan hoor ik: het wordt tijd om te stoppen. Maar ik accepteer dat niet. Voor mij bestaat leeftijd niet. En het speelt geen rol zo lang je gedreven blijft en bereid bent voor je sport te leven. Ja, natuurlijk streef ik volgend jaar naar deelname aan de Olympische Spelen in Athene. En jazeker, ik dicht me dan op de 100 en 200 meter medaillekansen toe. Waarom niet? Bij de Spelen in Sydney was ik vierde op de 100 meter. Er zit dus nog verbetering in.''

Dergelijke uitspraken verbazen Henk Kraaijenhof geenszins. De Nederlandse trainer heeft haar goed leren kennen sinds hij vanaf 1989 Ottey wisselend heeft getraind, begeleid en geadviseerd. Hij typeert haar als een gedreven, gevoelige, intelligente en introverte, bijna verlegen sportvrouw, die een enorme aandrang tot presteren heeft. En iemand die puriteins in haar eetgedrag is. ,,Er komt bij haar geen hamburger binnen'', weet Kraaijenhof. ,,En van een stukje vlees wordt elk randje vet weggesneden. Ze verslond ook literatuur over voeding. Elke keer als ik haar ontmoette, vroeg ze om boeken over dat onderwerp. Dat is een verklaring voor haar lange carrière.''

Andere redenen zijn volgens de Nederlander haar hoge belastbaarheid bij de trainingen en haar mentale kracht. Over die laatste eigenschap uit haar oud-trainer zich zelfs in lyrische termen. Kraaijenhof: ,,Ottey heeft de moed nooit opgegeven, terwijl ze de pech had dat ze bij belangrijke toernooien aanvankelijk heeft moeten opboksen tegen `monsters' uit de voormalige DDR en later tegen Florence Griffith en Katrien Krabbe. En dan doel ik op hun resultaten. Ja, eventueel in combinatie met doping, hoewel ik daar geen bewijzen voor heb. Ze zijn tenslotte nooit positief getest. Maar ze leverden in korte tijd wel monsterlijke prestaties. En daar was Ottey steeds het slachtoffer van. Om die reden is zij nooit olympisch kampioen geworden, terwijl ze er toch al sinds de Spelen van Moskou in 1980 bij is.''

Desondanks is Ottey voor Kraaijenhof nu al de beste sprintster uit de geschiedenis. Een mening die wordt gedeeld door haar voormalige geliefde Stefano Tilli, de Italiaanse oud-sprinter die sedert dit jaar haar manager is. ,,Vergeet niet dat Ottey in de loop der jaren 34 kampioenschapsmedailles heeft gewonnen. Dat kan niemand haar nazeggen'', zet Tilli zijn mening kracht bij. De Italiaan is wel zo eerlijk toe te geven dat het afgenomen niveau bij de sprintsters de rentree van Ottey heeft vergemakkelijkt. Tilli: ,,Ze hoeft op de 60 meter geen 7,00 seconden meer te lopen om concurrenten van het niveau van de Amerikanen Gail Devers of Gwen Torrence voor te blijven. Met tijden tussen de 7,10 en 7,15 doet ze tegenwoordig mee in de top. Aan de andere kant is Ottey heel relaxed, omdat ze zich financieel geen zorgen meer hoeft te maken. Voor haar is sport puur een hobby.''

Dat relaxte is een erfenis uit Jamaica, het eiland waar Ottey op 10 mei 1960 werd geboren en waar de bewoners van het leven plegen te genieten. Met haar vaderland heeft Ottey gebroken na een onafgebroken stroom van conflicten met de Jamaicaanse atletiekfederatie. ,,Symptomatisch voor sportbonden in derdewereldlanden'', zegt Kraaijenhof. ,,Het is altijd ellende, omdat de bestuurders jaloers zijn op het succes en vooral op het geld. Er wordt vaak letterlijk geld van de atleten gestolen.''

De spreekwoordelijke druppel was de ruzie tijdens de Olympische Spelen in Sydney toen de andere Jamaicaanse sprintsters Ottey niet in de estafetteploeg duldden, omdat zij het jaar daarvoor op doping was betrapt. Uiteindelijk liep Ottey wel en won ze met het team de bronzen medaille. Haar laatste prijs als Jamaicaanse, want sedert vorig jaar mei heeft de donkere atlete de nationaliteit van het Balkanland Slovenië. Meer een pragmatische dan een emotionele keus. Ottey: ,,Ik train al enige jaren bij de Sloveen Srdjan Djordjevic en verbleef de afgelopen drie jaar toch al in de hoofdstad Ljubljana. En de rustige levensstijl is er vergelijkbaar met Jamaica.'' Waarbij de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Ottey ook zakelijk aan Slovenië is verbonden. Samen met haar coach en enkele investeerders heeft zij belangen in Tensiomiography (TMG), een bedrijf dat apparatuur vervaardigt om spierkracht en -functies te meten.

Smetje op de indrukwekkende loopbaan van Ottey is de dopingzaak in 1999, toen zij bij de wereldkampioenschappen in Sevilla een smadelijke aftocht beleefde, omdat zij daar te horen kreeg dat ze enige weken ervoor bij wedstrijden in Luzern was betrapt op nandrolon. Zij was overigens niet de enige, want ook de Nederlandse sprinter Troy Douglas moest vanwege eenzelfde vergrijp bij de Nederlandse kampioenschappen Sevilla voortijdig verlaten. Evenals Douglas blijft Ottey tot op de dag van vandaag ontkennen dat zij doping heeft gebruikt. Daarin wordt zij gesteund door Kraaijenhof, die zijn hand voor haar in het vuur steekt. De trainer: ,,Voor Ottey was doping altijd onbespreekbaar; ze moest er niets van hebben. Van het idee alleen al werd ze paranoia. Gelukkig is zij vrijgesproken op grond van een vormfout en werd haar schorsing nietig verklaard. Hoe er dan nandrolon kon worden gevonden? Door voeding of door aanmaak van het lichaam, dan wel een combinatie van beide. Ik vind overigens wel dat die affaire een verbitterde sportvrouw van haar heeft gemaakt. Enigszins begrijpelijk want ze heeft bijvoorbeeld haar appartement in Monaco moeten verkopen om de advocaten te bekostigen.''

De reeks tegenslagen heeft Ottey niet aan het wankelen gebracht; zelfs geen twee jaar inactiviteit. Met een mengeling van verwondering en afgrijzen zien de concurrentes haar terugkeren in de piste. Zhanna Block: ,,Ik vind het knap, daar niet van, maar op die leeftijd zie ik mezelf niet meer lopen.'' En de Belgische Kim Gevaert met milde spot: ,,Op mijn veertigste hoop ik toch echt in huis achter kinderen aan te lopen.''

Maar Kraaijenhof

ziet het (natuurlijk) anders. ,,Petje af voor haar. Ze is misschien niet meer zo goed als voorheen, maar de beste Nederlandse sprintster houdt ze nog altijd hinkend bij. Ik vind het een schande dat ze weinig uitnodigingen voor wedstrijden krijgt. Wat dat aangaat zijn de organisatoren opportunisten. Ze mag nu bij de gratie Gods voor een paar centen komen en dat krijgt ze ook nog een slechte baan toegewezen. Ik denk dat haar rentree ook moet worden gezien als een aanklacht tegen de internationale atletiekfederatie en dopingjagers. Zo van: jullie krijgen mij niet klein.''