Victorie met een nare smaak in Alkmaar

Alkmaar is een lief en schilderachtig stadje in de kop van Noord-Holland, dat wij gemeenlijk associëren met de moedige houding van de stad in de Tachtigjarige Oorlog en met kaas. Er gebeurt echter meer in Alkmaar. Het is het tehuis van de voetbalclub AZ. Die club is nu in het nieuws, maar helaas niet om haar sportieve prestaties. De club wil een groot nieuw stadion, dat zou moeten worden gefinancierd door de bouw van een groot nieuw winkelcentrum van 60.000 m2, terwijl van de nu aanwezige winkelruimte van 200.000 m2 al 25.000 m2 leeg staat.

Het vastgoed-complex dat eigendom zou worden van AZ-vastgoed, waarvan de aandelen in handen zijn van de AZ-voorzitter, zou mede dienen ter zekerstelling van een schuld van 40 miljoen euro die de club bij de voorzitter, een vermogend man, heeft geleend. De club maakt al jaren verlies en zou die schuld wel eens niet terug kunnen betalen. De zittende winkelstand heeft tegen het winkelcentrum geprotesteerd bij de gemeente die toch de bouwvergunning gaf. De rechter gaf de winkeliers gelijk. Het bestemmingsplan laat het niet toe en de bouwvergunning werd nietig verklaard. Het Alkmaarse college trachtte de winkeliers over te halen hun bezwaren in te trekken, maar zonder succes.

De voorzitter van AZ werd onlangs ongeduldig en hield ter gelegenheid van nieuwjaar een toespraak tot zijn volgelingen waarin hij zich bitter beklaagde over die onredelijke Alkmaarse middenstand. Na deze opruiende taal wisten de AZ-stoottroepen wel wat hen te doen stond. Tweeduizend voetballiefhebbers liepen te hoop voor de winkel van de voorzitter van één van de Alkmaarse winkeliersverenigingen en de ruiten van zijn zaak gingen in diggelen. Op de website van de AZ-fans verschenen doodsbedreigingen en telefonisch en anderzijds werden allerlei mensen inclusief leden van hun gezin met de dood of `ingrijpende verbouwingen' bedreigd. De voorzitter van de winkeliersvereniging treedt af. Hij is ook een mens. En zie, eindelijk kwamen de winkeliers tot rede. De gemeente kon deze week triomfantelijk melden dat door bemiddeling van het college van B en W tussen partijen een convenant is gesloten, waarbij de winkeliers vrijwillig al hun bezwaren intrekken.

Een merkwaardig incident en daarmee uit, of iets om verder over na te denken?

Bij dit geval zijn drie partijen betrokken. In de eerste plaats AZ, die haar fans heeft opgezweept om via de macht van de straat haar gelijk te bevechten. Daarbij hebben ze zich niet ontzien om vreselijke bedreigingen te uiten. Dit doet zonder meer denken aan de gebeurtenissen in nazi-Duitsland. Ook daar was veel schijnbaar spontane, maar in feite geregisseerde volkswoede en gingen ook ruiten aan diggelen bij winkeliers. Maar nog veel erger is, dat de tweede partij, de gemeente dit gedrag beloont in plaats zich er van te distantiëren. Zowel college als raad deden of hun neus bloedde. De gemeente dient het recht te handhaven. Het kan haar nog vergeven worden dat ze het bestemmingsplan aan haar laars lapte bij de toekenning van de bouwvergunning, en zich beriep op een andere interpretatie van het plan. Maar wanneer de rechter gesproken heeft, dient de gemeente zich daar loyaal achter te stellen.

De politie heeft de winkeliers niet adequaat beschermd en de gemeente accepteert de medewerking van de winkeliers bij de totstandkoming van het convenant, terwijl het toch duidelijk is dat dat slechts onder zware en fysieke bedreigingen tot stand gekomen is. De gemeente is misschien bang dat de AZ-fans bij een volgende gelegenheid het stadhuis tot voorwerp van hun belangstelling zouden kiezen? Het recht van de straat heeft gezegevierd.

Om dit te voorkomen, dient van hogerhand, want de gemeente Alkmaar kan dit niet, met een onderzoek begonnen te worden naar de ware gang van zaken. Daarbij dient in de eerste plaats bekeken te worden of dit convenant op normale wijze is tot stand gekomen. Is het met de pistool op de borst afgedwongen – en daar lijkt het op want de winkeliers stonden juridisch ijzersterk – dan dient het convenant van overheidswege nietig te worden verklaard en de winkeliers beschermd te worden. In de tweede plaats lijkt het verstandig de rol van het Alkmaarse gemeentebestuur onder de loep te nemen. Is sprake van laakbaar gedrag en vraagt dit om maatregelen?

Is dit nu een incident dat zich tot Alkmaar en dit ene geval beperkt? Mijns inziens niet, en in ieder geval zal dit incident school maken. Elke voetbalclub, buurtvereniging of wie ook maar wat fikse knuisten kan mobiliseren, blijkt via intimidatie zijn gelijk te kunnen afdwingen. Een betere controle op het doen en laten van lokale overheden lijkt gewenst.

Gemeentes hebben veel belangstelling voor de grote ondernemer, het nieuwe megawinkelcentrum aan de stadsrand. Maar zonder groenteboeren, slagers en bakkers gaat het niet. Binnenstadbewoners hebben daar meer behoefte aan voor een leefbaar woonklimaat dan aan fietsboulevards en straatafsluitingen. Ook in Alkmaar is de aandacht voor de belangen van de winkelstand gering. Het is dan ook geen wonder, dat al sinds enige jaren de Alkmaarse winkeliersverenigingen het contact met de gemeente hebben opgezegd als zonde van de tijd. Hun besturen, bestaande uit vrijwilligers, kunnen niet op tegen het welsprekende autisme van de goedbetaalde welzijnsambtenaren en verkeersdeskundigen, die een gemeente in stelling kan brengen. In feite zien we hier de gemeente als vijand van de burger. Er is veel ongenoegen tussen burger en gemeente en de communicatiekanalen zijn verstopt. In 2002 vielen 12 van de 37 raadszetels aan locale protestpartijen toe. Dat heeft iets te maken met de competentie van bestuurders.

Prof.dr. B.M.S. van Praag is universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.