Trouw gebleven aan z'n droom

Wie zou dat nu weer zijn? Robert Pires. Nu, dat is een Franse voetballer die vorig jaar door Engelse journalisten werd verkozen tot beste voetballer van de Engelse competitie. Dat moet dan toch een aardige voetballer zijn, nietwaar? Een voetballer van het excellente Arsenal, die temidden van Thierry Henry, Patrick Vieira en Dennis Bergkamp speelt en dan nog nota bene door de kenners tot de beste werd verkozen. Dat moet wel een fantastische voetballer zijn.

Begin jaren negentig liet ik de naam Robert Pires, toen nog een 18-jarige linker middenvelder van FC Metz, eens vallen bij Louis van Gaal, toen nog net niet de onomstreden beste coach van de wereld. Zonder met zijn ogen te knipperen diepte hij een indrukwekkend cv op uit zijn voetbalbrein. Zou bij Ajax moeten spelen, wist Van Gaal. Maar hij had twijfels over zijn mentale kracht. Of Pires zich wel als Fransman en Franstalige kon onderwerpen aan zijn Nederlandstalige regiem.

Van Gaal wist dat Pires een groot talent was, maar dat hij toen nog te bescheiden en te kwetsbaar was voor topvoetbal. Het werd toen nog in stadion De Meer een felle discussie tussen een verblinde bewonderaar en een kritische vakman. Pires, de dartele voetballer met de Zuid-Europese schittering en bewegingen uit Noord-Frankrijk, bleef ik ondanks (of juist door) de scepsis van Van Gaal volgen. Pires werd verkocht aan Olympique Marseille, maakte pas eind jaren negentig zijn opwachting in het Franse nationale elftal en werd in 2000 door Arsène Wenger, de Franse meestercoach, ingelijfd bij Arsenal. Nu is Pires het brein van Arsenal, de middenvelder die in de rug gesteund door de magistrale Vieira scoort maar daarnaast ook werkt als een paard, soleert als een rasartiest en Henry en Bergkamp voorziet van doordachte passes.

Pires groeide op in Noord-Frankrijk, Saint-Anne, en is zoon van een Spaanse moeder en een Portugese vader. Vandaar natuurlijk zijn mediterrane uitstraling en aanstekelijke balvaardigheid. Voetballer worden, een voetbalster, dat was de jeugddroom van de kleine, breekbare Robert. Maar zoals dat gaat met jeugddromen, er zijn altijd mensen in je omgeving die menen je dromen de grond in te moeten boren met beide benen op de grond zetten, heet dat. Toen hij 14 jaar was, moest hij op school een opstel maken over zijn gedroomde carrière. Robert schreef over zijn wens ooit profvoetballer te worden en leverde dat in bij zijn leraar. Een week later kreeg hij het opstel terug, met een dikke onvoldoende; profvoetballer is geen carrière. Alweer zo'n leraar die het mis had. Want een jaar later kreeg Robert een semi-profcontract bij Stade Reims.

Toch besloot hij nog geen jaar later van de ene op de andere dag met voetballen te stoppen. Robert speelde in het derde elftal, voor een hoger elftal achtten de trainers de breekbare Pires niet goed genoeg. Maar zijn moeder zei hem dat hij moest vechten, moest leren incasseren en dat hij pijn moest lijden om iets te bereiken. Ze schopte hem de deur uit: trainen! Robert Pires trainde nog harder, pijn en andere tegenslagen verbijtend, kwam in het eerste elftal en werd gekocht door FC Metz.

Pires had geleerd te vechten om zijn droom te verwezenlijken. Hij werd gekozen tot de beste voetballer van het EK junioren en werd ingelijfd door Olympique Marseille. Na het EK van 2000 ging hij naar Arsenal. Vorig jaar, als de gangmaker van Arsenal, raakte Pires zwaar geblesseerd; hij scheurde zijn kniebanden en miste daardoor het WK. Maar Arsenal werd kampioen en won de FA Cup. Vooral dankzij Robert Pires, zei Wenger. Hij is nu terug in het eerste van Arsenal en wie weet stuurt Pires (nu 29) zijn ploeg naar nog onbekende hoogten, naar weer een droom: kampioen, bekerwinnaar en Champions League. Gehard door de pijn.