Te gast bij de jihadi's van de Ansar

Volgens de VS verbindt de Ansar al-Islam Al-Qaeda en Bagdad. De Ansar nodigde journalisten uit om de beschuldigingen te weerleggen.

De extremistische moslims die volgens de Verenigde Staten een verbinding tussen Osama bin Ladens terreurnetwerk Al-Qaeda en het Iraakse regime vormen, kijken een beetje verlegen naar hun buitenlandse gasten. Kalasjnikovs in de hand, stoere muts over halflang haar; als er een kledinglijn voor jihadi's zou bestaan, zouden de leden van Ansar al-Islam (soldaten van de islam) trendvolgers zijn. Ongelovigen moeten worden gedood, vinden deze extremisten, maar vandaag mogen ze mee naar een van hun bases in Sargat in Noordoost-Irak. In tijd van oorlog is alles geoorloofd.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, toonde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties vorige week een satellietfoto van een van hun gebouwen, waar het netwerk van een hoge Al-Qaedaleider zou onderwijzen hoe men ,,ricine en andere giffen'' moet produceren. Een agent van Bagdad bij de Ansar – het overwegend Koerdische Noord-Irak ligt buiten Saddam Husseins greep – zou Al-Qaeda er een toevluchtsoord hebben aangeboden.

De Ansar-leden zijn boos: ,,Ons gebouw is een tv-studio en geen chemische wapenfabriek.'' Ze vinden het tijd om ,,de Amerikaanse leugens'' te weerleggen. Dus rijdt een groepje journalisten onder begeleiding van de Ansar-mannen hun berg op. ,,Ze hebben een soort terreur-verf ontwikkeld in hun laboratorium, bij aanraking gaat een mens binnen drie uur dood. Arabieren bewaken het complex, niemand kan erin'', waarschuwde vooraf een lid van de Patriottische Unie Koerdistan (PUK), eeuwige vijand van de Ansar.

Toen de troepen van de Iraakse president Saddam Hussein zich na de Golfoorlog (1991) uit het noorden van hun land terugtrokken, ontstond er een de facto onafhankelijk Koerdisch gebied. Maar anders dan de meeste Koerden graag zouden zien, bleef het een bloedig conflictgebied.

Het oostelijk deel wordt bestuurd door de PUK, socialisten die zich in de jaren zeventig hebben afgesplitst van de traditionele machthebbers in het gebied, de Koerdische Democratische Partij (KDP). De KDP wordt geleid door de familie van Massoud Barzani, hoofd van de grootste clan in het westelijk deel waar de KDP ook de macht heeft. Beide partijen zijn nu bezig de relaties te herstellen, nadat er in 1998 na een jarenlange oorlog een wapenstilstand werd getekend.

Dicht tegen de Iraanse grens wonen traditioneel fundamentalistische moslims, van wie een klein groepje extremisten al meer dan tien jaar onder verschillende namen tegen de seculiere PUK vecht.

In september 2001 vormden ze de voorloper van de Ansar, de Jund al-Islam, (soldaten van islam), die vervolgens 42 strijders van de PUK doodden en hun hoofden afhakten. Mullah Krekar, die twee maanden later de leider werd en de naam in Ansar veranderde, werd afgelopen september op Schiphol opgepakt en onlangs aan Noorwegen uitgeleverd, waar hij nu vrij rondloopt. [Vervolg ANSAR: pagina 5]

ANSAR

'Hier is geen chemisch wapen'

[Vervolg van pagina 1] Voor de PUK kwamen de aanslagen van 11 september 2001 als een geschenk uit de hemel. Daardoor kreeg Washington interesse voor het Koerdische `terroristenprobleem'. Teams van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en talrijke journalisten stroomden toe en kregen te horen hoe de Koerden hun steentje bijdroegen aan de oorlog tegen het terrorisme.

Niet lang daarna werden er door de PUK aan journalisten `Al-Qaeda-gevangenen' gepresenteerd die, overigens zonder enig bewijs te leveren, gruwelijke verhalen vertelden over contacten tussen Afghanistan, Bagdad en de Ansar al-Islam. ,,God sta ons bij, nu Al-Qaeda hier is'', verzuchtte premier Barham Saleh van de PUK in mei 2002. Een maand daarvoor had de Ansar een aanslag op hem gepleegd waarbij vijf van zijn lijfwachten om het leven waren gekomen. Koerdische generaals zeiden het te zullen toejuichen als de Amerikanen de Ansar-berg zouden bombarderen. De 10.000 soldaten van het PUK-leger waren zelf niet in staat om het `terroristennetwerk' van naar schatting 600 man op één berg op te ruimen. ,,Ze hebben zich ingegraven, we kunnen er niet bij'', zei een generaal verontschuldigend in het niemandsland tussen beide partijen nabij de stad Halabja.

Aan het prikkeldraad voor het gewraakte Ansar-complex hangen bordjes met tekens van mijnen en doodshoofden. De pickup truck die de mannen hun terrein opsturen, zit vol met kogelgaten. De Arabieren die het complex volgens de PUK bewaken, zijn niet aanwezig. ,,Wij zijn allemaal Koerdisch of Iraaks-Arabisch'', verklaart Mohammad Hassani, woordvoerder van de groep. ,,Er zijn geen buitenlanders hier.''

Hij heeft een kopie van Powells satellietfoto in handen. ,,U ziet, dit is hetzelfde gebouw'', verklaart hij triomfantelijk. ,,Er is hier geen enkel chemisch wapen te vinden.'' Een uitgebreide zoektocht levert zeven open verfblikken op, maar geen `terreur-verf'. De olievaten die her en der staan zitten daadwerkelijk vol met brandstof.

De Ansar-leden raken in hun element. Gestoken in camouflagepak, compleet met handgranaten en plukkend aan hun lange baarden staan ze de pers te woord. ,,We hebben geen enkele relatie met Al-Qaeda of Saddam. We hebben met niemand een relatie. De PUK'ers zijn geen goede moslims'', meldt de woordvoerder tijdens een persconferentie in wat inderdaad een op tv-studio lijkt. Daarna is de bijeenkomst snel voorbij. ,,Alle antwoorden op uw vragen staan in de Koran'', laat Hassani weten.

Als het konvooi journalisten weer van de berg afdaalt, klinken er verderop ontploffingen van mortieren afgeschoten door de PUK. ,,Ze hebben de chemische wapens snel verplaatst'', laat een woordvoerster van die partij later weten. ,,Dat doet Saddam Hussein ook de hele tijd.''

Diezelfde avond vermoordden leden van de Ansar een hoge PUK-leider en vijf anderen in een woning in Garmashtepe, vlakbij Halabja. De Ansarleden hadden zich voorgedaan als deserteurs en waren al maanden in gesprek met de PUK over hun overstap. Op het moment dat de zaak beklonken leek, trokken ze hun wapens. Volgens de PUK had Al-Qaeda de hand in de aanslag.