`Succes Nederland is van tijdelijke aard'

De Nederlandse schaatsers waren oppermachtig bij het WK allround: de eerste vier plaatsen werden bezet door landgenoten. Toch denken jonge talenten uit het buitenland dat het gat met de Nederlanders te dichten is.

Met een volmondig `ja' beantwoorden twee aanstormende schaatstalenten uit het buitenland de vraag of het gat met de Nederlandse allrounders te dichten is. Yevgeni Lalenkov en Enrico Fabris, beiden 21 jaar, beschouwen de hegemonie van de Nederlanders als een fenomeen van tijdelijke aard.

,,We komen dichterbij'', zegt de Italiaanse stayer Fabris namens enkele generatiegenoten na afloop van de WK allround in Gotenburg, waar Gianni Romme voor de tweede keer in zijn carrière wereldkampioen werd. ,,Als ik me verbeter op de tien kilometer, is het podium haalbaar'', concludeert de Rus Lalenkov. ,,Dit jaar heb ik vooral aan m'n vijf kilometer gewerkt, volgend seizoen is de tien aan de beurt.'' De Nederlandse schaatsers zijn gewaarschuwd.

Achter de nieuwe wereldkampioen Romme, Rintje Ritsma (tweede), Ids Postma (derde) en Mark Tuitert (vierde) was Lalenkov de beste van de rest. Na drie afstanden bezette de Rus nog de tweede plaats. Hij won gistermiddag de 1.500 meter, zijn sterkste afstand, maar tuimelde drie plaatsen omlaag door een matige 10.000 meter waarin hij vooral in de laatste ronden kostbare seconden verloor. Zijn vijfde plaats in het eindklassement is een verbetering van de zevende positie vorige maand bij het EK. Op het WK van vorig jaar werd hij nog tiende.

Het was niet eerder vertoond: in Gotenburg werden de eerste vier plaatsen bij het WK bezet door Nederlanders. Het succes had nog groter kunnen zijn als Nederland meer schaatsers aan de start had kunnen brengen, maar vier is het maximum. In Zweden ontbrekende landgenoten als Ralf van der Rijst, de door Romme onttroonde wereldkampioen Jochem Uytdehaage en Carl Verheijen hadden er een topzeven van kunnen maken. Het Nederlandse machtsvertoon zorgde bij Romme ook voor enige gêne. Hij was zaterdag blij dat er bij de huldiging voor de 5.000 meter ook een buitenlander op het podium stond. De Noor Eskil Ervik werd derde, net als gisteren op de tien kilometer.

,,Misschien moeten wij een jaartje met vakantie gaan'', zegt Ritsma bij wijze van grap. Los van de goede faciliteiten die Nederlandse schaatsers hebben om hun sport te beoefenen, is het volgens de nestor van de Nederlandse ploeg vooral de moordende concurrentie in eigen land die ervoor zorgt dat schaatsers uit Nederland bij het allroundschaatsen heer en meester zijn. ,,Iedereen staat constant op scherp, we jagen elkaar op.'' Er zijn weinig sporten waar de nationale titelstrijd een sterkere bezetting heeft dan het WK.

De eveneens 21-jarige Jan Friesinger kan op termijn ook een belangrijke kanshebber worden voor een podiumplaats bij de WK allround. De jongere broer van Anni werd tiende. Ook de Zweed Johan Röjler schaatste in eigen land beter dan ooit tevoren. Met zijn negende plaats belandde de oud-wereldkampioen bij de junioren in de top-tien. Ook hij is pas 21, net als Friesinger, Lalenkov en Fabris, die een notering in de toptien in rook zag opgaan toen hij werd gediskwalificeerd omdat hij bij een baanwissel op de 10.000 meter Röjler had gehinderd. ,,Misschien ga ik volgend jaar trainen met de Noren'', zegt Röjler, die in eigen land op eenzame hoogte staat en goede sparringpartners mist. Hij had die een paar jaar geleden wel in Jan Bos en Ids Postma toen hij bij DSB reed. ,,Dat was een mooie ervaring, die vooral goed geweest is voor mijn techniek.'' Röjler is Zwedens hoop in bange dagen, een schaatser die in landgenoten als Sigge Ericsson, Jonny Nilsson, Göran Claeson en Tommy Gustafson grote voorbeelden heeft.

De kans bestaat dat Röjler volgend jaar kan profiteren van een uitwisselingsprogramma dat Rommes coach Jac Orie gestalte wil geven. Die wil een samenwerkingsverband aangaan met het Zweedse schaatsen omdat de sponsor van zijn ploeg, SponsorBingoLoterij, een zusterorganisatie in Zweden heeft, SponsorBingo. ,,Ze mogen best zien hoe wij het doen'', zegt Orie. ,,Misschien helpt dat ze een stap vooruit en is dat een begin om dit land uit het slop te helpen.''

Desgevraagd zegt Röjler dat hij nog niet van dat idee had gehoord. Maar een aanbod bij de ploeg van de nieuwe wereldkampioen in de keuken te komen kijken zal hij niet afslaan.

Ook Gerard Kemkers, onder meer coach van Ritsma, opperde in Göteborg dat hij na zijn trainersloopbaan aan `ontwikkelingshulp' wil doen, door buitenlandse schaatsers, hun coaches en de jeugd te ondersteunen.

Volgens Ab Krook, topsportcoördinator van de Nederlandse schaatsbond (KNSB), is er maar één manier om het allroundschaatsen buiten Nederland populairder te maken. Hij zou het allrounden graag op het olympische programma zien, bijvoorbeeld in de vorm van een kleine vierkamp (500, 1.500, 3.000 en 5.000 meter), zoals die eind vorig jaar bij wijze van proef voor het eerst een plaats kreeg bij de wereldbekerwedstrijden in Erfurt. Het is een oude wens, maar nog steeds actueel, onderstreept Krook. Lalenkov zou er ook een voorstander van zijn. Hij is weliswaar een specialist op de 1.500 meter, maar hij kent ook de grote traditie die zijn land op het gebied van allroundschaatsen heeft. ,,Guljajev was mijn held, mijn grote voorbeeld.''

Lalenkov denkt dat zijn sprong naar de top als allrounder vergemakkelijkt wordt als de routiniers Ritsma en Postma besluiten te stoppen met schaatsen. ,,Grapje'', voegt hij er lachend aan toe. De twee Friezen hopen weer aan de start te verschijnen van het volgende WK allround. Jonge honden als Lalenkov, Fabris, Friesinger en Röjler – jongens die relatief veel op buitenbanen rijden – zullen er in de tussentijd met hun beperkte middelen alles aan doen om het gat met de Nederlanders te dichten.

,,Ze komen er aan'', zegt Krook. ,,De Noren zijn ook ooit zo goed geweest dat iedereen dacht dat ze nooit meer in te halen waren. We kunnen niet achterover gaan zitten. Verliezers van vandaag kunnen winnaars van morgen zijn.''

Klassen: pagina 14