Stervensproces

Kun je om twee voor twaalf, kronkelend van het leedvermaak, blijven wijzen naar het paradoxale van de monsteroverwinning die de historische nederlaag definitief in perspectief bracht? Contraproductief en niet helemaal juist zou ik willen zeggen. Nee, het zijn niet die vier eerste plaatsen voor Nederland in Zweden die het begin van het einde inluiden. Het stervensproces van het allround-schaatsen is al veel eerder begonnen. Niemand zal toch durven beweren dat de huidige hegemonie van de zusters Williams het einde van het vrouwentennis naderbij heeft gebracht? Of dat de jarenlange heerschappij van Sergej Boebka de dolkstoot voor het polsstokspringen heeft betekend.

Er moet bij het allroundschaatsen iets anders aan de hand zijn. Iets fundamenteels dat zijn relevantie in het maatschappelijke situeert. Op de sportieve prestaties van de vier musketiers Romme, Ritsma, Postma en Tuitert valt weinig af te dingen. Stuk voor stuk waardig en tot de verbeelding sprekend. Prachtige sportmensen, gedisciplineerd en gemotiveerd, die tot het uiterste van hun mogelijkheden gaan. Maar je kunt natuurlijk ook de verbetenheid waarmee onze diehards zich aan hun hoge status vastklampen, dit tegen een algemene tendens van internationale onverschilligheid in, anders verklaren. Nergens in de wereld valt nog zoveel geld te verdienen met het (allround-)schaatsen als in Nederland. En als het aan onze vedettes op leeftijd ligt, gaan ze straks, nog steeds rondjesdraaiend, het tijdperk van hun grootvaderschap in. Zolang althans de boterham gul wordt belegd.

Maar ook hier is het einde in zicht. Het commerciële tijdperk dat in Nederland de levensduur van het allroundschaatsen voor enkele jaren kunstmatig heeft gerekt loopt op zijn einde. Door gebrek aan spanning, concurrentie en een nog steeds tanende belangstelling. De twee ochtendkranten die vandaag in mijn brievenbus gleden drukten dezelfde sportfoto op hun voorpagina af. Niet de sensationele première van Nederlanders op de vier eerste plaatsen bij het WK-schaatsen had de voorkeur van de redacties, maar een ontroostbare Martin Verkerk in de armen van Raemon Sluiter. Die keus was gerechtvaardigd. Ondanks de nederlaag van Oranje tegen Zwitserland had het tennis dit weekeinde een prachtig spektakel opgeleverd vol hartstochten en sensaties. Daarentegen bood het WK-schaatsen in Zweden alleen maar lauwe degelijkheid en voorspelbaarheid.

Nederlanders zijn niet gek en zien heel goed dat met het uitsterven van de glijdende vierkampdinosaurussen een hele industrie en een traditionele tak van sport waarin men uitzonderlijk uitblinkt op het punt staat te verdwijnen. Van alle kanten komen voorstellen om de kunstmatige beademing van het allroundschaatsen voort te zetten: Van de meeste bizarre – missiewerk om de concurrentie het niveau van Nederland te helpen benaderen – tot de meer hervormendere, de 10.000 door een 3.000 meter vervangen. Om maar te zwijgen van de aandoenlijke en niet-gemeende suggestie van Ritsma: ,,Misschien moeten we een jaar met vakantie.'' Maar zelfs dat zal voormalige schaatsnatie Noorwegen niet uit haar schaatsgraf doen herrijzen.

Niets helpt, omdat de wereld en de beeldconsumenten grondig zijn veranderd. De tijd waarin het hele gezin, schema uit de krantenroosters vullend en warme chocolademelk slurpend, er een heel weekeinde voor ging zitten is voorbij. De wereld is flitsender geworden: van één tv-net naar de satellietschotels en de uitpuilende kabel. Een nieuwe wereld van dvd's, elektronische snelweg en computerspelletjes. Van grote mobiliteit en koopzondagen. Van intense beweeglijkheid, gezelligheidsdesintegratie en permanente onrust. Wie wil nog zijn kostbare vrije tijd verspillen door verlamd in zijn stoel een weekeinde naar voorspelbare rondjes en dweilpauzes te kijken? Buiten Nederland wenst bijna niemand meer die marathonsessies live uit te zenden. Ze dateren uit een prehistorische tv-tijd waarin het leven ordentelijk en overzichtelijk was. Toen geluk nog heel gewoon was.