Slangen praten niet

Terugkomen in eigen land na een verblijf elders wekt altijd de verwachtingsvolle vraag op: en, wat is hier gebeurd? Meestal is hier niets gebeurd, want hoe lang ben je nu helemaal weggeweest, en wat gebeurt hier nu helemaal. Deze keer, teruggekeerd uit een land dat vrijwel geheel bestaat uit multiculturaliteit en alle daarbij behorende problemen, Zuid-Afrika, bleek hier het multiculti-debat weer hevig opgestookt omdat iemand had gezegd dat Mohammed in onze ogen een perverse tiran was. Tja. Zulke discussies had ik daar niet gehoord.

Als we even doen of het personage Mohammed zoals dat in de koran optreedt een werkelijk bestaande persoon was – zoals je ook soms voor de aardigheid kunt doen of Odysseus een échte man is geweest in plaats van een mythische held, of je over Othello kunt praten alsof hij tot je kennissenkring behoort – dan kun je hem, waar hij een negenjarig meisje tot bruid neemt, inderdaad, uitgaande van hedendaagse maatstaven, pervers noemen. Bwah, gaap.

Als opmerking over een godsdienst is het niet interessant, want zo vervelend letterlijk, zoals Maarten 't Hart ook alsmaar woedend de bijbel zit te lezen alsof hij het allemaal gelooft: heeft God dat gezegd? Wat een schande! Het is van het soort malligheid als de ruzie over de slang in het paradijs, of die nu wel of niet gesproken had. Just so passé.

Maar hoe lang is dat eigenlijk geleden? Nog tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de gereformeerden kans gezien te scheuren over het belang van de kinderdoop en nog maar pas vijf jaar geleden probeerden ze met veel lawaai de Kampense theoloog C.J. den Heyer de kerk uit te zetten omdat hij het had gewaagd een paar vragen te stellen over de `verzoenende kruisdood' van Jezus Christus.

Letterlijk nemen hoort bij geloven. Wie de heilige teksten niet meer letterlijk neemt, die gelooft ze ook niet meer. Wat niet wil zeggen dat zo iemand niet `gelovig' kan zijn, maar zijn of haar geloof heeft een andere vorm aangenomen, een vorm die het mogelijk maakt om andersdenkenden te verdragen, om de religie eerder als richtsnoer dan als wet en waarheid te zien. Zo iemand is verlichter en vrijdenkender geworden.

Het bijbelonderzoek heeft al in de achttiende eeuw duidelijk gemaakt dat allerlei aannamen over de bijbelteksten niet klopten – dateringen, auteurs, historische feiten, alles was eigenlijk onderdeel van de mythe. De psalmen zijn niet van David, het hooglied niet van Salomo, Jezus werd niet geboren in het jaar van de geboorte van Onze Heer en de evangelisten hebben hem geen van allen gezien of gekend. Enzovoort. Dat is niet wat je noemt recent onderzoek – toch lijkt het tot de christelijke kerken, in zoverre zij zich als geloofsinstituties gedragen, nauwelijks doorgedrongen. In de prediking speelt het, voor zover ik weet, lees, hoor, geen rol, daar wordt gewoon gezegd dat de bijbel het woord van God is, al weet iedereen dat dat flauwekul is.

Dus weet iedereen dat helemaal niet.

Ook naar de betrouwbaarheid van de koran en de daarin overgeleverde feiten is natuurlijk onderzoek gedaan. Ook daar geldt dat Mohammed niet de auteur is van de aan hem toegeschreven tekst, dat alles pas na zijn dood en in verschillende stadia opgeschreven werd, dat de gegevens over de profeet allemaal van horen zeggen zijn, dat er eindredactie is gedaan aan het geheel van het boek waardoor passages werden samengevoegd of juist uiteengerukt enz.

Islamgelovigen doen net als hun christelijke broeders of het niet waar is.

Dat het wél waar is, maakt de koran niet waardeloos, maar het doet wel af aan de speciale status van alles wat daarin staat. En dat er nu steeds van alles over de islam gezegd wordt, dat de status van de geloofsuitspraken bevraagd wordt, dat de uitgedragen normen niet als vanzelfsprekend beschouwd worden, dat alles zal bijdragen tot, geleidelijk aan, verlichting. Moet gebeuren, hebben we al eens gezien, gaat met veel ruwheid enerzijds en geteem anderzijds gepaard, met dreigingen van verdoemenis van gelovige kant en met beledigingen van ongelovige kant. Het is een pijnlijk proces. Laten we het nu maar weer over iets anders hebben want er moet toch werkelijk nog meer in de wereld aan de hand zijn dan dit type geruzie. En zelfs in Nederland moet er meer aan de hand zijn dan alleen maar het feit dat we gelovige moslims in ons midden hebben. We hebben trouwens ook zoiets `curieus' als de SGP die nog altijd geen vrouwen toelaat – ik zou de spraakmakende wereld wel eens willen horen als er een vergelijkbare islamitische partij werd opgericht.

Al moet ik toegeven dat ik wel schrok toen ik in Trouw de reactie van islamoloog en imam Bahaeddin Budak las op de uitspraken van Hirsi Ali. Hij kwam met een parabel:

,,Stel je voor dat je een buurman hebt, deze buurman steelt en onderdrukt de mensen en zo nodig vermoordt hij ze om hun goederen af te pakken. [...] Hij zal dan vervolgens je huis kopen en dan moet je hem de huur betalen. [...] Totdat je deze buurman evenaart moet je hard je best doen, zolang je op een eerlijke manier blijft leven.''

Die buurman is het westen. De arme, eerlijke sloeber is de moslim. Alle moslims vormen trouwens samen één familie: aan Hirsi Ali werden door deze zelfde geleerde (die ook veel goeds en liefs over Mohammed wist te vertellen en nergens inging op wat Hirsi Ali over hem gezegd had en wat eveneens in de koran te vinden is, maar die truc kennen we) `voorouders' toegeschreven die ze moeilijk tot de hare kan rekenen: de lieve en beschaafde moslims die Spanje ooit bezetten, die delen van Afrika veroverden. ,,Je moet trots zijn dat je voorouders geen Hitler hebben opgevoed. Je moet trots zijn dat je voorouders geen Stalin hebben grootgebracht'', teemde de islamoloog. Het is wel makkelijk als je nergens iets van hoeft te weten.

Maar laten we het nu toch maar weer even ergens anders over hebben. Er staat een oorlog voor de deur. En het Nederlandse landschap verdwijnt, zoals Karel Knip heel terecht laatst schreef in het magazine van deze krant. Misschien kunnen we daarvan nog wel iets redden.