Oprechte smart en bekering bij Volksoperahuis

Het artiestenduo in de voorstelling De tweede stem heet Herman en Greet; een gele sticker op de affiches waarschuwt: ,,Iedere overeenkomst met het leven van Gert en Hermien berust op louter toeval.'' Een slimme leugen, want Het Volksoperahuis lieten zich wel degelijk door Gert en Hermien inspireren. Ook Herman en Greet zingen smartlappen. En bekeren zich tot de Here. En biechten hun zonden op. En buiten hun ongeluk commercieel uit.

Het muziektheaterstuk De tweede stem is geen persiflage. Schrijver, componist en performer Jef Hofmeister en zijn medespelers hebben iets wat Gert en Hermien alleen maar nepten: echtheid. De pijn in Hofmeisters smartlappen klinkt niet kitscherig, maar oprecht en doorleefd en zijn knipogen naar de sentimentaliteit van het levenslied halen het genre niet onderuit. Ze tillen het juist naar een hoger plan, naar een niveau waar zelfspot het gezwelg aangenaam relativeert. De levensliederen van Het Volksoperahuis zijn intelligent, want ze doorzien zichzelf en ze doorzien de mens, met zijn kleinheid, zijn gebreken en zijn verlangen naar meer. De spanning tussen het alledaagse gestuntel en hemelbestormende wensen: dat is de bron van smart waar Hofmeister uit put.

Zelf kan kunstenaar Jef Hofmeister een heleboel, maar zijn personages lopen tegen beperkingen op die ze in hun grootheidswaan niet als zodanig herkennen. Herman, de eerste stem, vergelijkt zichzelf met een locomotief en Greet is het wagentje erachter. Een eigen motor mag zij van hem niet hebben, ze moet achter hem aan, hoe twijfelachtig de weg die hij inslaat ook is. Greet, de tweede stem, wil ook wel eens de eerste stem zingen, maar haar solo-optreden lijkt nergens naar: ze hééft het gewoon niet, alleen ziet ze dat liever niet in.

Terwijl Greet zich van haar man probeert te bevrijden, wil Herman zich van de mens los maken. Hij identificeert zich met de goden, die volgens hem kosmonauten zijn. Maar Herman kan niet vliegen. Niet zonder Greet, en zij is opgestapt. Hoe uitzichtlozer zijn positie, hoe feller zijn godsbesef: de troosteres religie wordt een vraatzuchtig monster dat zich met wanhoop voedt.

Religie, wanhoop en het vergeefse gezoek naar verlossing zijn de vaste thema's van Het Volksoperahuis. Chris en de kunst van was een geestelijke queeste per motor door Amerika. Nummers ging over een sekte die geluk beloofde als je maar precies deed wat de leider zei. En in De Zesdaagse van St-Jezus-in-'t-Kruis geschiedde een dubieus wonder. De door Het Volksoperahuis neergezette figuren klampen zich aan iedereen vast die mirakels in het vooruitzicht stelt.

In De tweede stem zijn dat dominee Afsnee, pseudo-wetenschapper Erich von Däniken en een Jomanda-kloon: heilzoekers en heilbrengers smelten samen tot een bont circus vol zielige oplichters en potsierlijke potsenmakers. Waartoe natuurlijk ook de zangers van het levenslied behoren, exploitanten van hun eigen leed. Niet voor niets worden de dominee en de zanger Herman door dezelfde acteur, Kees Scholten, gespeeld en Jomanda-kloon en zangeres Greet allebei door Kathenka Woudenberg.

Kees Scholten zingt beter dan André Hazes en soms stapt hij voor even uit zijn rol om te vertellen. Kathenka Woudenberg zingt hoog, met een verzaligde glimlach, en soms stapt ook zij uit haar rol om te vertellen. Hofmeister speelt accordeon en allerlei kleinere rollen, en David van Aalderen bedient de trom, de xylofoon, de sax en de viool. Door een gordijn van goudlamé komen ze op: vier artiesten die met behulp van kitsch iets waars te zeggen hebben.

Voorstelling: De tweede stem, door Het Volksoperahuis. Spel en muziek: Jef Hofmeister, Kees Scholten, Kathenka Woudenberg, David van Aalderen. Gezien: 9/2 Theater Bellevue, Amsterdam. Aldaar t/m 28/2, 12u30.

Inl 020-5305301 of www.lunchvoorstelling.nl.