Krachtige dansers in braaf ballet met cliché-pornobeelden

Tijdens de voorstelling bleef ik mezelf maar afvragen: waar gaat dit eigenlijk over? Gelukkig zijn er dan programmafolders die het uitleggen; de nieuwe productie I feel good van Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard bleek te gaan over het vastleggen van tederheid en de vormeloze obsessie van begeerte. Het eerste is me ontgaan, de obsessie was zeer zeker herleidbaar, al was het niet zozeer in vormeloosheid als wel in richtingloosheid.

Bronkhorst (1952) was een van de moderne-dansdiva's uit de jaren tachtig en haar (levens-)partner Marien Jongewaard maakte in die tijd deel uit van het brutale theatercollectief Nieuw West. Beiden waren in hun disciplines goed voor de nodige prachtige staaltjes provocatie, rebellie en ontroering. Bronkhorsts laatste voorstellingen, vaak over de sekses of de strijd tussen hen, wisselden nogal van kwaliteit en liepen uiteen van mooi markant tot uitermate braaf.

I feel good hoort vooral tot de braverikken, ondanks het feit dat Igor Stravinsky's compositie Le sacre du printemps verbonden wordt met ritmisch gemonteerde pornobeelden. De vijf danseressen komen op, zingen zoetgevooisd ,,I feel good'', en maken al snel plaats voor de veel te lange film van Boris Gerrets (ooit lid van Cloud Chamber), die uit gedateerde pornofilms opengesperde damesmonden en vertrokken gezichten van pokdalige heren knipte en plakte.

Twee beelden zijn hilarisch, als een grote groep mannen hun onderbroeken naar een masturberende dame gooit, maar verder sleept het geluidloze hoofdengehijg zich eindeloos voort. Arme Stravinsky, zijn visie op het offerschap en opoffering ging toch iets dieper. Schokkend is de kwijlende Hamilton-porno niet meer, al lopen er toch nog toeschouwers weg.

Op de dansvloer verschijnen vier heren die meestal een duet aangaan met de danseressen van wie er uiteraard één overblijft. Het is niet zielig, want de overgeschotene wisselt van rol, zodat uiteindelijk grote drama's uitblijven. Er wordt wat geschoven, met lange jassen gedraaid (potloodventer!), ge-ballroomd, naar opengesperde benen gestaard, copulatie gesimuleerd, maar dwingend wordt de dans nergens. De dames bewegen in solo's introvert over een stoel, alsof ze zich vervelen op een vliegveld; Karl Heinz Stockhausens Helikopter Quartett roept die sfeer nu eenmaal op, zeker bij het helderwitte licht van Kees van de Lagemaat. Zijn fraaie toneelbeeld volgt braaf de onduidelijke dramaturgie.

Los van elkaar kent I feel good tal van mooie momenten. Zeker omdat de dansers stuk voor stuk persoonlijkheden zijn, en kracht leggen in elke minieme beweging. Tussen tederheid en begeerte is echter geen verschil in de voorstelling, het zijn de oppervlakkige clichés die de suggestie wekken van aanstootgevendheid.

Bronkhorst en Jongewaard tonen een exhibitionisme dat verveelt, en dat bovendien allang passé is.

Voorstelling: I feel good, door Stichting van de Toekomst. Choreografie: Truus Bronkhorst, Marien Jongewaard. Muziek: I. Stravinsky (Le sacre du printemps), K.H. Stockhausen (Helikopter Quartett) e.a. Gezien: 7/2 Brakke Grond, Amsterdam. Tournee t/m 31/5. Inl: (020) 693 4551 of www.truus-bronkhorst.nl

    • Ingrid van Frankenhuyzen