Klassen doorbreekt Duitse WK-hegemonie

Een zilveren medaille won ze een paar weken geleden bij de wereldkampioenschappen sprint in haar woonplaats in Calgary, maar dat toernooi beschouwde ze slechts als `een aardig tussendoortje'. ,,Ik was toch in de buurt, dus kon ik net zo goed meedoen'', zei Cindy Klassen toen gekscherend.

De 23-jarige Canadese beschouwt zichzelf nu eenmaal niet als een sprinter. Allrounden ligt haar beter. In die discipline behaalde ze gisteren in Gotenburg de mooiste prijs uit haar nog prille schaatsloopbaan. Na een fraai duel met Duitse Claudia Pechstein werd Klassen wereldkampioene allround. Achter Pechstein eindigde de Duitse Daniela Anschütz, weliswaar op respectabele afstand, verrassend als derde.

Nadat Klassen bij de WK sprint met haar tweede plaats voor een stunt had gezorgd, verbeterde ze onlangs in Calgary ook nog eens het wereldrecord punten op de grote vierkamp. Toen regerend wereldkampioene Anni Friesinger vorige week wegens ziekte afzegde voor het WK, was het niet meer dan logisch dat Klassen tot topfavoriet voor de wereldtitel werd gebombardeerd. Er dreigde een ernstige devaluatie van het toernooi, toen Pechstein zich tijdens een training blesseerde en de mogelijkheid openhield dat ze niet zou starten in Gotenburg. Zover kwam het niet.

Klassen vorig jaar bij het WK tweede achter Friesinger won afgelopen weekend geen van de vier afstanden, maar na de eerste dag voerde ze al met een riante voorsprong het tussenklassement aan. Na haar tweede plaatsen op de 500 en 3.000 meter volgden derde plaatsen op de 1.500 en de 5.000 meter. Ze verloor weliswaar de slotrit van haar enige rivale, Pechstein, maar in tijd bleef het verlies beperkt. ,,Pas twee ronden voor het einde was ik zeker van mijn zaak'', zei Klassen. ,,Ik had me kunnen opblazen of Claudia had kunnen versnellen. Ze rijdt altijd een hele goeie laatste ronde.'' En zo werd Klassen de eerste niet-Duitse wereldkampioene sinds Emese Hunyady in 1994 voor Oostenrijk won. Een beetje lacherig moest Klassen wel bekennen dat ze Duitse voorouders heeft. In de geschiedenis van het WK allround, dat voor vrouwen voor het eerst in 1936 werd gehouden, is ze na Sylvia Burka (1976) de tweede Canadese wereldkampioene.

Deels verklaart Klassen haar succes door de teamgeest die binnen de Canadese ploeg heerst. ,,Meer dan in voorgaande jaren zijn we een hechte ploeg. We brengen elkaar naar een hoger niveau.'' Opmerkelijk was dat nog twee Canadese schaatssters in de topzes eindigden: Kristina Groves werd vierde, Clara Hughes eindigde als zesde. De 30-jarige Hughes verruilt het schaatsen na komend voorjaar met het oog op de Zomerspelen in Athene weer voor het wielrennen, de sport waarin ze in 1996 in Atlanta tweemaal olympisch brons won. Ze maakte ook in Sydney (2000) deel uit van de olympische ploeg. Bij de Winterspelen veroverde Hughes vorig jaar brons op de vijf kilometer.

Klassen, die in Salt Lake City olympisch brons won op de 3.000 meter, speelde vijf jaar geleden nog ijshockey. Van de ervaringen die ze in de populairste sport van Canada opdeed, heeft ze nog elke dag plezier, zei ze gisteren. ,,Mentaal en fysiek heeft die sport me sterker gemaakt.'' In haar geboorteplaats Winnipeg speelde ze onder meer in een jongensploeg, totdat de bodychecks te hard aankwamen bij Klassen. ,,Als we hadden verloren, kwam het vaak voor dat we bij de eerstvolgende training geen puck te zien kregen. Dan moesten we bijvoorbeeld op elkaars rug springen en hardlopen. De volledige uitrusting aan, met sportschoenen in plaats van schaatsen, en dan met een van de jongens op m'n rug.''

Klassen kwam uit in het nationale juniorenteam van Canada, maar toen ze er net niet in slaagde om door te dringen tot de olympische hockeyselectie voor de Winterspelen van Nagano, koos ze voor het schaatsen, de sport die ze in haar laatste hockeyjaar (1997) al voorzichtig beoefende. Haar eerste WK als schaatsster beleefde ze in het Noorse Geithus, bij de titelstrijd voor junioren. Negende werd ze, onder meer na een overwinning op de 1.000 meter.

Misschien moeten de Nederlandse schaatssters het ook eens ijshockey proberen. Renate Groenewold, die ziek aan het toernooi begon, Marja Vis en Annamarie Thomas zorgden voor een van de slechtste prestaties in het Nederlandse vrouwenschaatsen sinds vele jaren. Ze eindigden op respectievelijk de negende, de tiende en de elfde plaats.