`Internationale klank voor mijn muziek'

In Vlaanderen is Will Tura al veertig jaar wereldberoemd en geëerd. Maar in ons land stond hij al twintig jaar niet meer in de hitparade. Dat moet veranderen met zijn nieuwe cd `Mijn Mooiste Droom' .

,,Het doet mij genoegen om vast te stellen dat mijn naam nog iets betekent in Nederland'', zegt Will Tura. De bekendste zanger van België is een toonbeeld van bescheidenheid, als hij keurig in het pak audiëntie houdt in het Hilversumse kantoor van zijn platenmaatschappij. Na een veertigjarige loopbaan waarin hij talloze hitsuccessen boekte en waarin hij hofzanger werd van het Belgische koningshuis, wil hij de noorderburen interesseren voor zijn muziek.

Na Eenzaam zonder jou (1963) en Hopeloos (1981) stond hij hier niet meer in de hitparade, en Tura spant zich in om juist nu aandacht te krijgen in Nederland. Zijn laatstverschenen cd De Mooiste Droom is namelijk een bijzonder project, opgenomen in de Londense Abbey Road-studio en begeleid door het London Philharmonic Orchestra.

Niet alleen zingt Tura daarop een magistrale orkestversie van zijn oerhit Eenzaam zonder jou; ook nieuwe liederen als Morgen gaat ze weg en het samen met Bart Peeters gecomponeerde Voor haar klinken groots en meeslepend. Als een geloofwaardig volkszanger vertolkt hij het anti-oorlogssentiment van Niemand weet nog waarom, en geeft hij nieuwe lading aan een My way-vertaling in het aan zijn overleden broer Staf opgedragen Alleen gaan. Het is de kroon op het werk van Will Tura, die als Arthur Blanckaert op 2 augustus 1940 in het Westvlaamse Veurne werd geboren. Hij zong in 1993 Ik mis je zo bij de begrafenis van koning Boudewijn en kreeg in 2001 van de Vlaamse minister-president Patrick Dewael de onderscheiding Officier in de Kroonorde.

Als bakermat van bijna alle Beatlesplaten was de Abbey Road-studio een bijzondere plek om te werken, zegt Tura. ,,Al in de vroege jaren zestig was ik me bewust van het feit dat Lennon & McCartney fantastische composities schreven, met eenvoudige melodieën die heel ver droegen. Wanneer je een nieuw liedje van ze op de radio hoorde, was je het een uur later nòg aan het zingen. Als artiest raakte ik gewend aan concurrentie in de hitparade, eerst van Elvis Presley en later van The Beatles. Voor een Vlaamstalig zanger was het een zware opgave om daar bovenuit te komen. Het speelde al langer in mijn hoofd om zelf nog eens in de Abbey Road-studio op te nemen, in de hoop dat mijn muziek daardoor een internationale klank zou krijgen. Als muzikant was ik altijd jaloers op de prachtige begeleiding die je hoorde bij Nat King Cole, Frank Sinatra en Barbra Streisand. Het was een grote wens van mij om ook eens een cd te maken met zo'n mooi orkest.''

Sinds hij op jonge leeftijd begon als de `jodelende cowboy Tuurke Blanckaert' bekwaamde Will Tura zich als mondharmonicaspeler, accordeonist, drummer, gitarist en pianist. ,,Ik ben opgegroeid met het ene oor naar het Anglosaksisch taalgebied en het andere oor naar de Vlaamse liedkunst. Ik wou een eigen stijl ontwikkelen, dus kon ik geen andere Nederlandstalige zangers als voorbeeld gebruiken. In het begin kreeg ik veel kritiek om mijn uitspraak en de verkeerde accenten die ik legde, maar dat kwam omdat ik de taal wou laten swingen. Ik wilde eenzelfde effect bij de luisteraar teweegbrengen als Gilbert Bécaud of Nat King Cole, namelijk dat je de zanger al bij de eerste frase herkent. Ik denk dat ik de eerste was die dat in het Vlaams probeerde.''

In het semi-biografische Voor haar laat tekstschrijver Bart Peeters hem terugkeren naar de tijd dat hij Only the lonely van Roy Orbison voor het eerst op de jukebox hoorde. `Ik verzon liedjes, verzon melodietjes, da's al wat ik kon', gaat het, en `Ik herkende mezelf in die eenzame jongen/ verstopte mijn melancholie in mijn muziek.'

De rode draad in de circa 300 liedjes die hij in al die jaren schreef, zegt Will Tura, is dat het veelal romantische of melancholieke nummers waren. ,,Privé ben ik een gelukkig mens, maar ik was er nooit de man naar om vrolijke stukken te schrijven. Natuurlijk kon ik er niet omheen om variatie in mijn repertoire aan te brengen, dus heb ik ook wel rock & roll en andere stijlen gezongen. Het geheim van het feit dat ik er nog altijd ben, is dat ik telkens met iets anders kom. Zoals de gospelmuziek die ik vorig jaar in kerken heb gezongen. Maar de melancholische ballade is de muziek die mij het meest na aan het hart ligt.''

In Nederland kreeg hij nooit vaste voet onder de grond, vertelt Tura, omdat hier een andere artiestenmentaliteit heerste. ,,Toen Hopeloos bij jullie in de toptien stond, kreeg ik veel aanvragen voor optredens. Maar er was toen in Nederland een systeem ontstaan dat het schnabbelcircuit werd genoemd, waar je geacht werd om heel veel korte optredens met muziek van een tape te doen. Dat lag me absoluut niet, want ik wilde alleen zingen met een voltallig orkest en met mijn eigen muzikanten. In dat opzicht voel ik me verwant met Marco Borsato, een goede collega die er precies zo over denkt. Ons vak is sterk veranderd sinds mijn begindagen. Alles gaat veel sneller, met korte tv-optredens en flitsende videoclips. Daarom is het des te belangrijker om zo veel mogelijk met echte muzikanten te werken.''

In Abbey Road stond Tura met meer dan zeventig musici op de studiovloer. ,,Ik voelde mij Frank Sinatra! De toonaarden waren zo uitgezocht dat ik de liedjes kon croonen. Als het moet kan ik hoog uithalen met mijn stem, maar dit moest allemaal heel smooth klinken. Uiteraard heb ik op Abbey Road over het beroemde zebrapad gelopen. Na afloop van de sessies heb ik nog een tijdlang buiten de studio staan wachten, omdat we gehoord hadden dat Paul McCartney voor een vergadering in het pand was. Ik had hem dolgraag willen ontmoeten, om hem een handje te geven of om met hem op de foto te gaan. Ik heb de taxi tegengehouden tot het allerlaatste moment dat we het vliegtuig nog juist konden halen. Het was spijtig, maar hij kwam niet naar buiten.''

Will Tura & The London Philharmonic Orchestra: De Mooiste Droom (Topkapi/Universal)