Hypotheekrenteaftrek

De fiscale regeling van de hypotheekrente in Nederland moet worden gezien als een ongewenste vorm van overheidsbemoeienis. Voorts is het economisch gezien een eigenaardige regeling, waarmee Nederland in Europa een uitzonderingspositie inneemt.

Door de fiscale voordelen gaan de netto lasten omlaag, waardoor mensen meer kunnen besteden aan een huis. De regeling is in het leven geroepen om het eigenhuisbezit te stimuleren. Dit is op zichzelf een goede zaak en een taak van de overheid. Je zou verwachten dat de woonsituatie van de Nederlander verbetert evenredig met het te besteden bedrag en dus met het genoten fiscale voordeel. Dit is echter niet het geval. De huizenmarkt in de omringende landen toont aan dat in plaats daarvan de huizenprijzen zich opwaarts hebben aangepast. Ontwikkelaars en hypotheekverstrekkers plukken hiervan de vruchten.

De huidige situatie is echter niet eenvoudig op te lossen. Een huis is voor de meeste mensen de grootste aankoop van hun leven en bij de afbetalingsregeling (van meestal 30 jaar) heeft het fiscale voordeel zwaar meegewogen. Het plotseling (deels of geheel) afschaffen van de regeling doet afbreuk aan het zo broodnodige vertrouwen van de burger in zijn overheid. Deels afschaffen veroorzaakt voor de getroffen groep niet alleen een stijging van woonlasten, maar tevens een mogelijke prijsdaling van de huizen in de betreffende categorie. Een volledige afschaffing zal op de huizenmarkt een schokeffect teweegbrengen dat naar alle waarschijnlijkheid na zal dreunen in de toch al kwakkelende economie.

Een mogelijk oplossing van het probleem zou zijn nu een wet aan te nemen die de hypotheekrenteaftrek volledig afschaft op 31 december 2033.

Dit heeft een aantal voordelen: (1) dit geeft direct uitzicht op een afschaffing van deze marktverstorende inmenging van de overheid; (2) De overheid komt volledig haar afspraken na met alle huidige huizenbezitters; (3) de huizenmarkt heeft 30 jaar om zich geleidelijk aan te passen aan de situatie zonder fiscale regelingen; (4) zo'n duidelijke mijlpaal voorkomt eventueel toekomstig Europese ingrijpen in deze, wellicht ongeoorloofde, overheidssubsidie.

Het is jammer dat dit onderwerp keer op keer in de verkiezingsdebatten een strijdpunt vormt tussen de liberalen en de linkse partijen. Het onderwerp zou op basis van bovengenoemde argumenten ook hoog op de liberale agenda moeten prijken.