Column

Horlogehooligans

Al dertien jaar zit ik elke zondag in een skybox. Niet in de goedkope geur van aftershave, laat staan vastgoedjongens, nul nepblondjes, geen zalmnorm en zeker geen champagne. Mijn skybox is mijn werkkamer, van driehoog kijk ik uit op het voetbalpleintje bij mij aan de overkant. Mok verse koffie, weekendkranten erbij en een regelmatige blik op het voetbalveld. Iedere zondag om een uur of tien komen ze. Buurtjongens. Studenten. Twintigers en dertigers. Straatvoetballers. Het gaat hard, maar sportief. Er wordt gelachen en geklapt. Ze spelen een dik uur. Ik zie de raarste en mooiste acties. Op het pleintje maakte Henk Spaan ooit opnames voor de straatvoetbalwedstrijd Amsterdam-Rotterdam. De broer van Boukhari deed mee. Mijn zoon heeft het er weken over gehad. De broer van Boukhari!

Gister zag ik weer straatvoetbal. Lekker straatvoetbal. Brutaal, onverwacht en fel. Het laatstegoalwintallesgevoel. Straatvoetbal in de Arena. Ik zag Sneijder, De Jong, Pienaar en Van Persie. Vooral hij is de straatvoetballer pur sang. Uitdagende publieksspeler, levensgevaarlijk aan de bal. Bij zijn doelpunt gaf hij een magistraal duwtje in de rug van Chivu. Die moest er wel om lachen. Zelf is hij namelijk de koning op dit gebied.

Ajax-Feyenoord was heerlijk. De eerste twintig minuten werd Ajax fris en vrolijk zoek gespeeld, de laatste twintig minuten zag Feyenoord alle hoeken. Golvend potje met als hoogtepunt het lobje van Boukhari op de lat. Als die gezeten had... Zinderende slotfase, puntje van mijn stoel. Het was zo leuk dat zowel de Ajax- als de Feyenoordsupporters vergaten over joden te zingen. Of ik heb het niet gehoord. Was wel weer denderend verbaasd. Wedstrijd was tot de laatste seconde knetterend. En dan het aantal dat tien minuten voor tijd vertrekt. Niet een. Honderden. Willen niet in de file. Gaan steeds voor je langs. Waarom weg? Welke minuten win je? Ze moeten gestraft. Seizoenkaart afpakken. Stadionverbod. Hoe lang? Levenslang. Horlogehooligans.