Een ei met een keur op antroposofische grondslag

Graseieren, scharreleieren, eko-eieren, volière-eieren. In de supermarkt of speciaalzaak ligt een uitgebreide keus. Maar wat betekenen al deze termen eigenlijk?

Natuurfarm volière-eieren. De tekst op dit pakje eieren doet vermoeden dat ze afkomstig zijn uit een prachtig authentiek vogelhok met zon en planten. Kleurrijke kippen die de hele dag rondscharrelen en 's avonds op stok gaan. Niets is echter minder waar. De inhoud van het doosje komt uit een stal die veel weg heeft van een legbatterij. De kippen zitten in volle hallen met verschillende etages boven elkaar. De eieren en uitwerpselen worden automatisch afgevoerd en daglicht is er niet.

Het volière-label is net als de andere keurmerken bedoeld om de consument genoeg overzicht te geven voor een gegronde keus. Of dat lukt, valt echter te betwijfelen. De supermarktbezoeker wordt in het schap met eieren overspoeld door kreten en garanties. Maar wat er nu eigenlijk in het doosje zit en onder welke omstandigheden het gelegd is, wordt niet altijd duidelijk. Wat is A-kwaliteit? En wat is het verschil tussen een eko- en een scharrelei? Al met al staat de kritische consument met meer vragen dan antwoorden achter zijn winkelwagentje.

Wat betreft het welzijn van de kippen zijn er grofweg vier categorieën: kooi-, scharrel-, uitloop-, en eko-eieren. Wie gewoon een degelijk en betaalbaar ei wil, koopt een kooi-ei. Deze eieren zijn afkomstig uit legbatterijen, waar kippen dicht op elkaar in kleine kooien zitten. Ruim de helft van de eieren die op de Nederlandse tafel worden verorberd, valt in deze categorie, zo blijkt uit cijfers van het Productschap Vee, Vlees en Eieren (PVE). Het volière-label staat grotendeels voor dezelfde productiewijze. Alleen zitten de kippen niet in kooien, maar in een grote hal met etages.

De naam van de tweede groep – scharreleieren – is wat misleidend. De kippen zitten weliswaar niet in kooien, maar ze scharrelen ook niet over het erf. Ze mogen niet naar buiten en delen een vierkante meter met zes soortgenoten. Bovendien wordt hun snavel vaak verder dan bij andere keurmerken afgeknipt, om te voorkomen dat ze elkaar kaal pikken. Voorwaarde is wel dat de kippen daglicht krijgen en dat een deel van de stal bedekt is met natuurlijk materiaal, zoals houtsnippers.

Wie wil dat legkippen uitgebreid kunnen wandelen, zal uitloopeieren moeten kopen. Graseieren zijn hier een voorbeeld van. Uitloopkippen hebben ongeveer dezelfde schuur als scharrelkippen, maar kunnen overdag naar buiten. Daar hebben zij minimaal twee-en-een-halve vierkante meter per kip tot hun beschikking. Boeren die scharrel-, of uitloopeieren produceren, worden minimaal één keer per jaar geïnspecteerd door het Controlebureau Pluimvee, Eieren en Eiprodukten (CPE).

De biologisch verantwoorde consument gaat nog een stapje verder en koopt eko-eieren. Het voer van eko-kippen is `biologisch' en bevat dus geen kunstmatige bestrijdingsmiddelen. Bovendien mag de snavel van een eko-kip niet gekort worden. De overheid heeft stichting Skal aangewezen om het eko-keurmerk te voeren. Termen als `natuurlijk', `biologisch' en `milieuvriendelijk' vallen ook onder het eko-keurmerk. Skal voert onaangekondigd inspecties uit en komt minimaal twee keer per jaar bij iedere aangesloten boer thuis.

Wie zich echt in de kippen inleeft moet voor zijn omelet naar de natuurwinkel of een boerenmarkt. Dat zijn namelijk de enige plekken waar Demetereieren verkocht worden. Dit biologisch-dynamische label komt grotendeels overeen met het eko-keurmerk, maar heeft een antroposofische grondslag. Het vereist bijvoorbeeld dat het buitengebied de kippen uitnodigt om naar buiten te gaan. Omdat kippen van nature niet van open vlaktes houden, moet er dus voldoende beschutting zijn. Er moeten voldoende hanen aanwezig zijn en het voedsel van de kippen moet grotendeels op de boerderij zelf worden geproduceerd. De controle op dit keurmerk wordt gedaan door de Biologisch Dynamische Vereniging.

Om de wildgroei van termen aan banden te leggen en fraude tegen te gaan, herziet het Productschap Vee, Vlees en Eieren (PVE) momenteel het systeem van keurmerken. De bekende vignetten zijn sinds begin dit jaar niet meer verplicht. In plaats daarvan wordt een stempelcode op ieder afzonderlijk ei geplaatst, om de afkomst te herleidbaar te maken. Het eerste getal van de code geeft de welzijnscategorie weer. Biologische eieren hebben een nul, uitloopeieren een één, scharreleieren een twee en kooi-eieren een drie. Ook het land van afkomst en het registratienummer van de boer worden vermeld. Deze code is nu al op veel eieren te zien en wordt vanaf 1 oktober verplicht.

Op het doosje komt er evenwel nog een symbool bij. Besloten is namelijk om de zogeheten voedselclaims te certificeren. Tot voor kort waren de namen van maïseieren, boereneieren en 4-graneneieren onbeschermd. Op last van Europese regelgeving komt daar een eind aan. Het Controlebureau Pluimvee, Eieren en Eiprodukten (CPE) komt daarom binnenkort met nieuwe labels.

Druk hoeft het echter niet te worden op het eierdoosje. Sommige kreten – zoals A-kwaliteit – zijn overbodig. Alle eieren die in de winkel liggen voldoen namelijk aan die standaard. Kwaliteitsklassen B (gewassen eieren) en C (gebroken eieren) worden in de regel alleen gebruikt voor de voedselindustrie en producten als lijm en shampoo.