Dat er niet vaker rampen gebeuren - dát is raar

Morgen begint in Roermond de rechtszaak tegen Peter G., die man die in juli zijn huis in brand stak waardoor zes van zijn zeven kinderen omkwamen. Wat is er na de ramp veranderd in de buurt waar hij woonde? Letten hulpverleners nu beter op? Francien Schouwenaar, de moeder van de zes overleden kinderen: ,,Ik vraag om geld, maar ik krijg niks. Wat heb ik daar nou aan?''

Francien Schouwenaar (36), de vrouw die op 12 juli zes van haar zeven kinderen verloor doordat haar vriend Peter G. (35) hun huis in brand stak, heeft ruzie met de buren van haar ouders. Het begon op een woensdag in september, Francien woonde nog bij haar ouders in de Roermondse wijk het Veld, ze moest herstellen van de botbreuken die ze had opgelopen toen ze uit het raam van het brandende huis sprong. Die woensdag zou ze gefilmd worden voor een programma van de KRO. De buurvrouw, Marie-José Verspeek (38), had dat voor haar geregeld – dat soort dingen deed ze vaker. De televisieploeg zou er om één uur zijn. Om half elf zei Francien tegen de buurvrouw dat ze niet kon. Ze ging met kapelaan Simons mee naar Volendam, zei ze. Daar kon ze praten met mensen die ook een brand hadden overleefd. Marie-José Verspeek: ,,Ik zeg, twee afspraken op één dag, vind je dat netjes? Zij zegt, oké, dan zeg ik de kapelaan wel af. Maar om één uur staat de kapelaan hier voor de deur en ze gaat zo met hem mee.'' Marie-José Verspeek had gehoord dat Francien niet naar Volendam, maar naar Peter zou gaan, in het huis van bewaring. Ze kon het niet geloven, ze belde haar op in de auto van de kapelaan. ,,Ik zeg, waar gaat de reis naar toe? Ben je echt op weg naar Peter? Ja, zegt ze. Ik zeg, jij gaat naar de moordenaar van je kinderen? Ben jij een moeder? Voor mij ben jij bij dezen dood en begraven.''

Yvonne Quaedflieg, politieagent in Roermond, zegt dat het geen toeval is dat de brand in de buurt Sterrenberg uitbrak en niet ergens anders in Roermond. ,,Het had ook in het Veld kunnen gebeuren'', zegt ze als ze even heeft nagedacht. Sterrenberg, waar Francien en Peter woonden, en het Veld, waar de ouders van Francien woonden, liggen vlak bij elkaar. Het Veld wordt vernieuwd, maar de projectontwikkelaar die winkels en kantoren zou bouwen, trok zich terug toen het slechter ging met de economie. Er liggen nu grote stukken grond braak, al jaren. De huizen eromheen zijn dichtgetimmerd. Kinderen zwerven er 's avonds nog laat op straat, uitkeringen worden aangevuld met het kweken van hennep en het `verhuren' van adressen aan junks, waardoor die bijstand kunnen aanvragen. Junks helen er de spullen die ze bij de V&D in het centrum gepikt hebben. De mensen hier, zegt Yvonne Quaedflieg, lossen hun problemen niet op door te praten, maar door te schelden en te vechten. ,,Alleen al in Sterrenberg moeten we er vier keer per week op af om te bemiddelen'', zegt ze. Daar is na 12 juli 2002 niets aan veranderd.

De politie moest na de woensdag waarop Marie-José Verspeek brak met Francien Schouwenaar en haar ouders twee keer komen. ,,Ik hoorde ze de volgende dag praten in de tuin'', zegt Marie-José Verspeek. ,,Ik ga bij de poort staan en ik hoor dat ze het over mij hebben. Ik zeg, hallo, dit heb ik met al mijn goedheid niet verdiend.'' Francien Schouwenaar begon te schelden. Kampjoekel, kuttenlikker, rothoer. De buurvrouw schold terug. ,,Ik zeg, rothoer? Ik denk dat jij er meer in hebt gehad dan ik.''

's Zaterdags zaten de buurvrouw en haar vriendin buiten voor het huis een biertje te drinken toen Francien Schouwenaar en haar moeder langsliepen, net terug uit de stad. ,,Ben je weer uit geweest?'', riep Marie-José Verspeek. ,,Ben je weer wezen kienen?'' Deze keer vielen er ook klappen. Marie-José Verspeek: ,,We hebben de hele zondag op het politiebureau gezeten. Daar zeiden ze dat wij begrip moesten tonen, dat deze mensen in de rouw waren. Ik zeg, o ja? Ik zeg, kijk wat ze mij aandoet, na alles wat ik voor haar heb gedaan.''

Toch wil wethouder Tilman Schreurs (VVD), die in Roermond het wijkbeheer in zijn portefeuille heeft, Sterrenberg en het Veld geen achterbuurten noemen. ,,Het zijn kánsbuurten.'' Hij praat over ,,investeringen in geborgenheid'', over de ,,positieve insteek'' waarmee ,,deze mensen'' moeten worden benaderd. ,,Ze voelen zich toch al zo in een hoekje gezet.'' Tilman Schreurs denkt wél dat het toeval is dat de brand in de Sterrenberg uitbrak. Wethouder Peter de Boer (GroenLinks) van Zorg en Welzijn denkt dat ook. Hij zegt: ,,Als ik een relatie zou leggen tussen de ramp en de buurt, dan zou ik dat moeten uitleggen.'' En dat wil hij niet. Het zou ,,vervelend'' zijn voor de mensen die er wonen.

Yvonne Quaedflieg van de politie is verbaasd dat er in Sterrenberg en het Veld niet veel vaker grote ongelukken gebeuren. Ze ziet vrouwen die zo hard worden geslagen dat ze dood hadden kunnen zijn. Ze ziet kinderen van twee, drie jaar die zonder toezicht rondlopen bij wegen en water. ,,Het is de armoede, de uitzichtloosheid'', zegt ze. ,,Daardoor zijn mensen alleen nog maar met zichzelf bezig. Er is weinig zelfkritiek. Iedereen krijgt de schuld van hun problemen.'' Yvonne Quaedflieg is ervan overtuigd dat Peter G., de man die de brand veroorzaakte, niet de bedoeling heeft gehad om zijn kinderen te doden. ,,Hij moet wanhopig zijn geweest'', zegt ze.

Peter G. (35), vuilnisman, had de avond voor de brand ruzie met zijn vriendin, Francien Schouwenaar, de moeder van de kinderen. Ze hadden vaak ruzie, altijd om geld. Francien vergokte volgens Peter alles wat er binnen kwam. En volgens Francien dronk Peter te veel bier. Dat vertelt Giel Schouwenaar (64), de vader van Francien. Francien en Peter waren al vier maanden afgesloten van gas en licht. Ze hadden zulke grote schulden dat er een bewindvoerder was aangesteld. Giel Schouwenaar kwam iedere avond warm eten brengen. Hij kwam ook overdag, met brood en pindakaas en ranja. De avond voor de brand was hij er om half twaalf, met patat en frikadellen. Daarna had hij de kinderen – de oudste 13, de jongste 5 – naar bed gestuurd, behalve Chayenna van 9. Die logeerde bij Franciens zusje Anita. Peter was boos naar Petra gegaan, een ander zusje van Francien. Toen hij daar weer weg was, belde hij met een dronken stem naar het alarmnummer 112. Dat staat in het rapport dat het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement later maakte. Peter wilde dat de politie kwam, hij was bang dat hij rare dingen zou doen. Even voor drieën belde Peter weer, in paniek. Hij had in de tuinkamer van zijn huis de mouw van een jasje aangestoken. En nu brandde het hele huis.

De Inspectie Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming had na 12 juli maar een maand nodig om vast te stellen dat de organisaties die zich met het gezin hadden bezig gehouden – de Raad voor de Kinderbescherming, het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en Bureau Jeugdzorg – langs elkaar heen hadden gewerkt. Het gezin kreeg daardoor niet de hulp die het nodig had. Joep Verbugt van Jeugdzorg, waar de Kinderbescherming en het Meldpunt nu ook onder vallen, trekt zich de kritiek nog steeds aan. ,,Dat moet'', zegt hij. Hij vertelt over de ,,lijnen met de scholen'' die na 12 juli 2002 veel korter geworden zijn, de onderzoeken naar de ,,ketenkwaliteit'' die nog aan de gang zijn, de plannen voor de ,,gezinscoaches'' die gemaakt worden. Maar dan zucht hij diep en zegt dat het ,,krachtenveld'' waarin Jeugdzorg moet opereren ,,niet gemakkelijk'' is. Hij bedoelt dat de mensen in Sterrenberg en het Veld vaak alle hulp afwijzen. En dat zijn dan net de mensen die de hulp in zijn ogen het meest nodig hebben. Francien Schouwenaar en Peter G. wilden voor de brand ook geen hulp, ze vonden dat onzin. Alleen voor hun zoon Pascal accepteerden ze de bemoeienis van Jeugdzorg, nadat hij voor de derde keer zelfmoord had willen plegen door op de treinrails te gaan staan.

En nu?

Peter van Beers, vroeger gevangenenbewaarder en bodyguard, nu jongerenwerker in buurthuis De Terp in het Veld, heeft een paar maanden geleden een melding bij de Kinderbescherming gedaan voor Chayenna, het enige kind van Francien en Peter dat nog leeft. Hij maakte zich zorgen om haar. Ze was agressief en volgens Angelien, weer een ander zusje van Francien, zwierf ze in haar eentje rond in de buurt van het afgebrande huis. Hij probeerde erover te praten met Francien, maar vanaf dat moment mocht Chayenna niet meer in De Terp komen. Francien, in haar nieuwe huis in het Veld, zegt: ,,Er wordt in het buurthuis gevochten met messen. Daar laat ik mijn dochter toch niet tussen?'' Chayenne wordt iedere middag bij de voordeur afgezet door het busje waarmee ze naar school gaat – een school voor zeer moeilijk lerende kinderen. ,,Ze zwerft nooit over straat'', zegt Francien. Ze zegt ook dat Peter van Beers zich laat opstoken door Angelien. ,,Hij heeft een relatie met haar'', zegt ze. Peter van Beers, getrouwd, kinderen, haalt zijn schouders op. ,,Ik ben wel wat gewend'', zegt hij. Hij spreekt van ,,gezinssystemen'' en ,,buurtstructuren'' die maken dat mensen in Sterrenberg en het Veld hun eigen problemen vertalen in roddels en bedreigingen van buitenaf. Angelien (29), op bezoek bij buurvrouw Marie-José Verspeek, zegt dat ze sinds 12 juli ruzie heeft met Francien, en ook met haar vader. Haar vader, zegt ze, ging voor de brand nooit naar het grafje van het kind dat zíj negen jaar geleden verloor, en ook nooit naar de grafjes van de twee overleden kinderen van haar zusje Petra. (Die heeft er nu nog negen over.) ,,Maar naar deze kinderen gaat hij iedere dag.'' Dat is, zegt ze, omdat vier van die kinderen van hém waren.

Giel Schouwenaar en zijn vrouw Stien (65) happen naar adem als ze horen dat hun dochter dat verteld heeft. ,,Ik zal zorgen dat Angelien de bajes ingaat voor moord'', zegt Giel Schouwenaar. ,,Ze heeft haar broer heroïne gebracht toen hij in het ziekenhuis op sterven lag.'' Stien Schouwenaar pakt foto's van de overleden kinderen en wijst aan: ,,Kijk dan, lijken ze op hun opa?'' Het kan niet waar zijn, zegt ze. Ze heeft het aan de dokter gevraagd. En die heeft haar verteld dat de kinderen dan állemaal zwakzinnig hadden moeten zijn. Giel Schouwenaar, die de keukendeur aan het schilderen is, roept dat iedereen erop uit is om Francien zwart te maken, zodat ze haar het laatste kind ook nog kunnen afpakken. Tegen de kinderrechter heeft hij deze week gezegd dat hij twee vijanden had. Hém. En de Kinderbescherming. Als Chayenna onder toezicht wordt gesteld, zegt hij, dan koopt hij in België ,,een blaffer'' en dan gaat hij langs bij Peter van Beers, bij de rechtbank, bij de Kinderbescherming, bij iedereen die zich durft te bemoeien met zijn dochter.

De enige die nog gemakkelijk bij Francien Schouwenaar binnenkomt, is pastoor Kreuwels van de Heilig Hart Kerk, naast de grootste zandvlakte in het Veld. De pastoor, een magere jonge man die op zijn racefiets door de buurt rijdt, gaat iedere veertien dagen bij Francien op bezoek. Kapelaan Simons, ook mager en met een racefiets, gaat naar Peter G., in de het huis van bewaring. ,,Peter heeft zijn kinderen niet willen doden'', zegt de pastoor. ,,We moeten hem vergeven. Het was een ongeluk.'' De pastoor en de kapelaan organiseerden na de brand een herdenkingsdienst, ze regelden de uitvaart, ze praatten met de klasgenootjes van de overleden kinderen. Ze deden het uit zichzelf, niemand vroeg hen. ,,Ik wacht niet als ik weet dat mensen lijden'', zegt de pastoor. ,,Ik ga. En ik luister.'' Hij heeft tegen de rapporteurs van het Instituut Veiligheids- en Crisismanagement gezegd dat hij niet begrijpt waarom pastoors, en dominees en imams, geen rol hebben in de scenario's na rampen.

Francien Schouwenaar, die samen met haar zusje Anita in de keuken koffie staat te drinken, zegt dat ze wel weet waarom er over Chayenna een melding is gedaan bij de Kinderbescherming. ,,Ze durven me niet te slaan omdat ik mijn rug gebroken heb'', zegt ze. ,,Nu proberen ze me zo te pakken.'' Waarom willen mensen haar pakken? Francien: ,,Omdat ik het weer goed gemaakt heb met Peter. Ze zeggen dat hij een kindermoordenaar is.'' Maar dat is niet zo, zegt ze. Hij was gek gemaakt. ,,Als ze je vier maanden zonder gas en licht laten zitten, als ze je met negen man willen laten rondkomen van 65 euro in de week, wat denk je dat je dan gaat doen?'' Ze wil ook niks meer te maken hebben met de maatschappelijk werkster die door de gemeente is aangewezen als haar `case-manager'. Die regelde een nieuw huis voor haar en nieuwe meubelen, voor 4.200 euro. ,,Maar nu krijg ik maar 40 euro per week'', zegt Francien. ,,Als ik om meer vraag, zegt ze dat eerst mijn schulden afbetaald moeten zijn. Het zijn schulden van vóór de brand.'' Francien laat de portretjes van haar kinderen zien die op de schoorsteenmantel hangen, met kruisjes eraan. ,,Heeft mijn vader gedaan.'' Ze wijst naar de lege muur waar ze graag een cd-speler zou willen hebben, als ze die kon betalen. Ze zegt: ,,Wie kan er leven van 40 euro in de week? En dan rook ik ook nog.'' Zij wordt, zegt ze, ook gek gemaakt.