Armoedebeleid Paars was oncontroleerbaar

Het armoedebeleid van de beide paarse kabinetten was zo oncontroleerbaar dat niet valt vast te stellen of het effectief is geweest. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer vanochtend in een evaluatie van het armoedebeleid uit de jaren 1995-2000.

De Rekenkamer spreekt van ,,een oerwoud aan regelingen'' en stelt vast dat de bedragen die in de onderzochte periode aan armoedebestrijding zijn uitgegeven niet exact zijn vast te stellen. Dat komt doordat van veel maatregelen de doelstellingen niet helder geformuleerd waren of de maatregelen niet specifiek gericht waren op armen (bijvoorbeeld kinderbijslag).

Op de verantwoordelijke departementen was geen totaaloverzicht van de maatregelen en de kosten voorhanden. De Rekenkamer heeft daarom zelf een inventarisatie gemaakt. De bedragen die aan armoedebestrijding werden besteed, liepen op tot naar schatting 4,5 miljard euro in 2000. ,,Misschien had met het geld (...) meer gedaan kunnen worden voor de ruim 800.000 arme huishoudens in Nederland'', schrijft de Rekenkamer. Weliswaar is het armoedebeleid volgens de Rekenkamer ,,zeer serieus'' ter hand genomen, ,,belangrijke uitgangspunten, begrippen en doelstellingen (...) zijn echter nauwelijks uitgewerkt''.

Ook het nieuwe `Nationaal actieplan ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting', dat in 2001 is opgesteld, ontbeert concrete doelstellingen om de effecten ervan uiteindelijk te kunnen meten, aldus de Rekenkamer. Een groot deel van de regelingen die in de periode 1995-2000 zijn bedacht, is in het nieuwe actieplan ongewijzigd overgenomen.

Demissionair minister De Geus (Sociale Zaken) heeft afwijzend op het rapport gereageerd. Hij laat weten dat armoedebeleid ,,een zaak van de lange adem is'' en verwijst naar het nieuwe actieplan. De Geus onderschrijft wel de aanbevelingen van de Rekenkamer. Het college pleit voor het vooraf inzichtelijker maken van de doelstellingen van het armoedebeleid. Zo zou het ministerie zich specifieker op de echte armen moeten richten en meer aan `maatwerk' moeten doen.