Zweden snakken naar een volledig overdekte hal

Voor het eerst sinds 1994 wordt in Gotenburg weer een groot schaatstoernooi gehouden. Het land dankt de WK-toewijzing aan zijn rijke schaatshistorie.

Het schaatscomplex in Gotenburg legt het in bijna alle opzichten ruimschoots af tegen de enige echte overdekte schaatsbaan in Scandinavië, het Vikingschip in Noorwegen. Maar wat sfeer betreft hoeft de 400-meterbaan in de muziekwijk van de Zweedse stad niet onder te doen voor de olympische hal in Hamar.

Het complex in Gotenburg heeft een capaciteit van 5.000 zit- en staanplaatsen, ongeveer gelijk aan dat in het Vikingschip. De kans dat het evenement dit weekend uitverkocht is, is heel klein, want met de populariteit van schaatsen is het in Zweden slecht gesteld. De Zweedse televisie doet dit weekeinde vier uur lang verslag van het toernooi, maar voor Zweedse bedrijven is het evenement nauwelijks van belang. Langs de baan weer de vertrouwde borden van Nederlandse sponsors. Alleen bij de ingang van het complex staat de nieuwste terreinwagen van Volvo te glimmen.

De Zweedse schaatsbond is ambitieus omdat het van de baan in Gotenburg het trainingscentrum van Scandinavië wil maken. ,,Hamar wordt vaak voor andere doeleinden dan schaatsen gebruikt en er ligt niet altijd ijs en bovendien is het duur om te baan af te huren voor het schaatsen'', zei voorzitter Lars-Ake Skager gisteren in het Ullevi-stadion. Hij sprak de wens uit dat de weinige schaatsers die Zweden rijk is vaker gebruik zullen maken van de baan in Gotenburg nu die gedeeltelijk overdekt is: een investering van omgerekend bijna drie miljoen euro, waarvan de gemeente het grootste deel voor zijn rekening nam. Uiteindelijk is het de bedoeling dat het een echte indoorhal wordt. Skager: ,,Hopelijk over een jaar of vijf.''

De gedeeltelijke overkapping van de ijsbaan moet het langebaanschaatsen in Zweden een flinke impuls geven en de eerste tekenen in die richting zijn volgens Skager bemoedigend. Zo is het aantal recreanten dat van de baan gebruik maakt sinds de voltooiing van de werkzaamheden met zestig procent toegenomen. Het valt niet mee om het schaatsen populairder te maken, erkende de bondsvoorzitter. ,,Als Zweedse kinderen een sport op het ijs willen beoefenen, kiezen ze in de meeste gevallen voor ijshockey, ook omdat ze dat lekker binnen kunnen doen. Dit land telt slechts zes 400-meterbanen en daarvan is alleen die in Gotenburg beschut tegen regen, sneeuw en in iets mindere mate tegen wind. En waarschijnlijk zijn er per hoofd van de bevolking nergens zoveel ijshockeyhallen als in Zweden.''

De voorzitter van de internationale schaatsunie, de Italiaan Ottavio Cinquanta, noemde 1994, het jaar waarin het vorige WK allround (mannen) in Gotenburg werd gehouden, een memorabel jaar. Niet alleen omdat hij kort daarop tot voorzitter werd gekozen, maar ook omdat er toen voor het laatst een niet-Nederlandse schaatser wereldkampioen werd, de Noor Johann Olav Koss. Sinds 1961, toen Henk van der Grift in Gotenburg de eerste Nederlandse wereldkampioen sinds 1905 werd, stond bij het WK voor mannen tweeëntwintig keer een Nederlander op de hoogste trede van het erepodium.

Cinquanta zei dat Zweden het WK toegewezen had gekregen vanwege zijn rijke schaatsgeschiedenis. In 1973, in Deventer, werd voor het laatst een Zweed wereldkampioen: Göran Claeson. Vandaag en morgen behoort hij tot de eregasten, met verder onder anderen drievoudig olympisch kampioen Tommy Gustafson en de oud-wereldkampioenen Jonny Nilsson (Karuizawa '63) en Sigge Ericsson. Die behaalde zijn wereldtitel in '55 in Moskou, de stad waar de eerstvolgende overdekte schaatsbaan zal worden gebouwd en die in 2005 het WK allround hoopt te kunnen organiseren.